- Arrest van 4 januari 2011

04/01/2011 - P.10.1198.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Indien een beklaagde wordt vervolgd voor twee telastleggingen en hij voor één wordt vrijgesproken en aan de andere wordt schuldig verklaard, oordeelt de rechter soeverein of en in welke mate de kosten van de strafvordering zijn veroorzaakt door de telastlegging waaraan hij schuldig werd verklaard (1). (1) Zie: Cass., 9 mei 2007, AR P.07.0091.F, A.C., 2007, nr. 240.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1198.N

G. M. W.

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Johan Van Driessche, advocaat bij de balie te Oudenaarde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 mei 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het Hof neemt aan dat het cassatieberoep enkel gericht is tegen de beschikkingen van het arrest die de eiser kunnen schaden en dus niet tegen die beschikkingen waarbij hij voor de telastlegging B wordt vrijgesproken en de tegen hem gerichte vorderingen van de burgerlijke partijen niet gegrond worden verklaard.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiser hoofdelijk met medeveroordeelden tot alle kosten, niettegenstaande zijn vrijspraak voor de telastlegging B; de kosten moeten worden verdeeld in functie van de bewezen verklaarde misdrijven en die met betrekking tot de telastlegging B mochten de eiser niet worden aangerekend.

3. Indien een beklaagde wordt vervolgd voor twee telastleggingen en hij voor één wordt vrijgesproken en aan de andere wordt schuldig verklaard, oordeelt de rechter soeverein of en in welke mate de kosten van de strafvordering zijn veroorzaakt door de telastlegging waaraan hij schuldig werd verklaard.

Indien drie beklaagden aan één telastlegging zijn schuldig verklaard en twee van hen ook aan een andere telastlegging, is de hoofdelijke veroordeling van alle beklaagden tot alle kosten van de strafvordering overeenkomstig artikel 50 Strafwetboek slechts wettig, indien de rechter vaststelt dat al deze kosten zijn veroorzaakt door de telastlegging waaraan alle beklaagden werden schuldig verklaard.

4. Het arrest dat de eiser en de medebeklaagden schuldig heeft verklaard aan de telastlegging A en de medebeklaagden aan de telastlegging B, veroordeelt hen hoofdelijk tot de kosten van de beide aanleggen, met de vaststelling dat al deze kosten ondeelbaar werden veroorzaakt door het misdrijf dat aan hen gemeen is. Aldus verantwoordt het arrest die beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 269 Strafwetboek: het arrest grondt de schuldigverklaring van de eiser aan weerspannigheid op de enkele vaststelling dat hij zich heeft losgerukt uit de greep van de politieman; dit is geen aanval of verzet met geweld of bedreiging.

6. Weerspannigheid vereist volgens artikel 269 Strafwetboek hetzij een aanval, hetzij een verzet met geweld of bedreiging.

Het is niet noodzakelijk dat het met het verzet gepaard gaande geweld een letsel heeft veroorzaakt.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

7. Het arrest (p. 7, ro 5.1) grondt de schuldigverklaring van de eiser op het als geloofwaardig omschreven relaas van de verbalisant P. en de steun die dit relaas vindt in de aangehaalde verklaringen van de beklaagden.

In dit in het arrest (p. 5, ro 2) geciteerde relaas werd genoteerd dat de eiser, nadat de verbalisant hem bij de arm had genomen, zich met geweld heeft losgerukt en het op een lopen heeft gezet.

De schuldigverklaring van de eiser aan de telastlegging A is bijgevolg niet gesteund op de enkele vaststelling dat de eiser zich heeft losgerukt, maar op de vaststelling dat hij zich met geweld heeft losgerukt.

Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het arrest en mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

8. Het onderdeel voert miskenning aan van de motiveringsverplichting: het arrest is tegenstrijdig waar het de eiser enerzijds vrijspreekt voor de telastlegging B (opzettelijke slagen en verwondingen aan inspecteurs van politie) en hem anderzijds schuldig verklaart aan de telastlegging A (weerspannigheid).

9. Het is niet tegenstrijdig de eiser wegens twijfel vrij te spreken van slagen toegebracht aan de politie-inspecteurs en hem schuldig te verklaren aan weerspannigheid.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet, evenals miskenning van het recht van verdediging en van het vermoeden van onschuld: het arrest antwoordt niet op de in besluiten door de eiser aangevoerde afwezigheid van de constitutieve elementen van het misdrijf weerspannigheid; het veroordeelt hem zonder te beschikken over een afdoende bewijs van een geweldpleging.

11. Met de redenen die het arrest opgeeft (p. 7, ro 5.1), beoordelen de appelrechters de bewijswaarde van de hen voorgelegde gegevens, die aan de tegenspraak van partijen zijn voorgelegd. Zij beantwoorden zo eisers conclusie zonder miskenning van het recht van verdediging of van het vermoeden van onschuld.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

12. Voor het overige komt het onderdeel op tegen het onaantastbare oordeel van de rechter.

Het is in zoverre niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 88,47 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 4 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafvordering

  • Vervolging voor meerdere telastleggingen

  • Veroordeling voor een telastlegging en vrijspraak voor de andere

  • Veroordeling tot de kosten

  • Opsplitsing van de kosten

  • Onaantastbare beoordeling door de rechter