- Arrest van 5 januari 2011

05/01/2011 - P.10.1094.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De roerende zaken waarop het misbruik van vertrouwen kan slaan zijn die welke op beperkende wijze zijn opgesomd in artikel 491 van het Strafwetboek; ofschoon die bepaling in de regel niet toepasselijk is op de geschriften die geen verbintenis of een schuldbevrijding inhouden, bestraft zij wel de verduistering ervan wanneer die geschriften een koopwaar uitmaken of een economische waarde hebben (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1094.F

1. S. V.,

2. TOTAL MANAGEMENT ASSOCIATES, naamloze vennootschap naar Luxemburgs recht,

burgerlijke partijen,

eisers,

mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

D. R., e.a.,

beklaagden,

verweerders,

mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, en mr. Dominique Léonard, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 20 mei 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eisers hebben een conclusie neergelegd waarin zij in substantie aanvoeren dat de eerste verweerder de vennootschap waarvan hij één van de zaakvoerders was, de erelonen van een binnenhuisarchitect heeft aangerekend voor de inrichting van zijn villa, het woongedeelte van het gebouw inbegrepen. Zij hebben aangevoerd dat de facturen betreffende die kosten op bedrieglijke wijze in de boekhouding van de vennootschap waren ingevoerd als facturen met betrekking tot de eigen werking van de vennootschap, dat de beschrijvende bijlagen niet bij de facturen zaten en dat de boeking ervan als toeleveringskosten de vennootschap heeft belet om de precieze aard van de geboekte prestaties te controleren.

Het arrest vermeldt dat tussen de vennoten was beraadslaagd over de verdeling van de resultaten van de vennootschap, dat de vennootschap de persoonlijk door de vennoten gemaakte kosten te haren laste nam alvorens ze op de resultaatsrekeningen van de zaakvoerders toe te rekenen, dat er bijgevolg een georganiseerde praktijk bestond van toerekening van de door de vennootschap voor de vennoten gedragen kosten en dat, ook al werden de facturen van de binnenhuisarchitect zonder bijlagen ingediend, de boekhoudkundige toerekening wel degelijk aan de eiser voor onderzoek werd voorgelegd. De appelrechters leiden daaruit af dat het bedrieglijk opzet niet genoegzaam bewezen was.

Met die vermeldingen hebben de appelrechters aan de motiveringsplicht voldaan. Zij dienden daarnaast niet te antwoorden op de kritiek waarbij de boekingswijze van de facturen wordt aangeklaagd, aangezien die kritiek alleen bestaat uit argumenten die worden aangevoerd om de gegrondheid van de telastlegging te verantwoorden en zij bijgevolg geen afzonderlijk middel vormt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eerste drie verweerders werden sub D.6 vervolgd wegens het feit dat zij met bedrieglijk opzet en met het oogmerk om te schaden hun toegangsbevoegdheid tot een informaticasysteem hebben overschreden, met de omstandigheid dat zij de gegevens ervan hebben overgenomen, enig gebruik ervan hebben gemaakt of enige schade eraan hebben veroorzaakt.

Het arrest wijst erop dat de twee eerste verweerders toegang hadden tot de litigieuze gegevens toen de tweede een kopie ervan heeft gevraagd en gekregen. Die vaststelling sluit de overschrijding van de toegangsbevoegdheid uit die bij artikel 550bis, § 2, Strafwetboek, strafbaar is gesteld.

De appelrechters dienden daarnaast niet na te gaan of de eerste drie verweerders nog in het informaticasysteem van de eiseres waren dan wel of ze zich na hun ontslag toegang ertoe hebben verschaft, aangezien zij sub D.6 niet werden vervolgd wegens het in § 1 van het voormelde artikel 550bis bedoelde misdrijf.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde middel

Eerste onderdeel

De eerste drie verweerders werden sub F.8 vervolgd wegens het feit dat zij goederen hebben verduisterd of verspild die hun waren overhandigd onder voorwaarde ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken. De in die telastlegging bedoelde goederen zijn de gegevens betreffende de site en de e-mailbox van de vennootschap. De verweerders wordt verweten dat zij die gegevens voor eigen gebruik gehanteerd hebben en onder zich hebben gehouden.

De roerende zaken waarop het misbruik van vertrouwen kan slaan zijn die welke op beperkende wijze zijn opgesomd in artikel 491 Strafwetboek. Ofschoon die bepaling in de regel niet toepasselijk is op de geschriften die geen verbintenis of een schuldbevrijding inhouden, bestraft zij wel de verduistering ervan wanneer die geschriften een goed uitmaken of een economische waarde hebben.

De in een informaticasysteem aanwezige software, studies, verslagen, contractuele stukken, contactlijsten en andere beheersapplicaties, kunnen gelijkgesteld worden met geschriften van om het even welke aard of andere roerende lichamelijke zaken, als bedoeld in artikel 491 Strafwetboek.

Het arrest stelt evenwel vast (p. 14 en 15, § 28 en 29) dat geen betrouwbare informatie wordt verstrekt over de werkelijke inhoud van de site waarvan de eiseres beweert dat zij buiten het bezit ervan werd gesteld en dat die site integendeel niet of slechts op bijkomstige wijze werd gebruikt.

Die overwegingen vormen een voldoende grond voor de bekritiseerde vrijspraak, vermits de appelrechters aan de in de telastlegging bedoelde zaken niet de waarde toekennen die ze tot zaken maken die kunnen worden verduisterd.

Aangezien het onderdeel niet tot cassatie kan leiden, is het niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

De eisers verwijten het arrest dat het de vrijspraak voor de telastlegging misbruik van vennootschapgoederen grondt op de bewering dat informaticagegevens geen deel uitmaken van de zaken die volgens artikel 492bis Strafwetboek het voorwerp kunnen uitmaken van het in dat artikel strafbaar gestelde bedrieglijk gebruik.

Sub E.7 werden de eerste drie verweerders vervolgd wegens het feit dat zij gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen, meer bepaald wegens het feit dat zij de informaticagegevens van de site met de bestanden, programma's of directories die onontbeerlijk zijn voor de werking van de vennootschap hebben gemanipuleerd, en dat zij die gegevens voor eigen gebruik onder zich hebben gehouden.

Het arrest wijst erop dat het kopiëren van de gegevens op de site en in de e-mailbox van de vennootschap niet tot gevolg had dat die gegevens werden gewist, gewijzigd of dat ermee werd geknoeid (p. 15 en 16, § 30 en 35) en dat dit de vennootschap niet heeft belet haar contracten verder uit te voeren, aangezien alle informatica die bij de door de eiseres uitgevoerde studies is aangewend, zich in feite bij haar klanten bevond (p. 15, § 32).

Die overwegingen sluiten het op betekenisvolle wijze nadelige gebruik uit dat bij artikel 492bis Strafwetboek is vereist. Op die grond beslissen de appelrechters naar recht dat het misdrijf niet bewezen was.

Aangezien het onderdeel niet tot cassatie kan leiden, is het niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Benoît Dejemeppe en Pierre Cornelis, en in openbare terechtzitting van 5 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Voorwerp

  • Roerende zaken

  • Begrip

  • Geschriften