- Arrest van 5 januari 2011

05/01/2011 - P.10.1963.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aangezien de tenuitvoerlegging van de door de jeugdrechtbank, met toepassing van artikel 38 van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd bevolen maatregel tot de bevoegdheid behoort van de directeur bij de hulpverlening aan de jeugd, is de jeugdrechtbank in onderhavig geval alleen bevoegd tot de wijziging van die maatregelen, als bepaald in artikel 60 van de wet van 9 april 1965, tot hun jaarlijks hernieuwd onderzoek overeenkomstig de artikelen 10 van het decreet en 63quinquies van de wet, tot het in artikel 37 van het decreet bedoelde onderzoek van een betwisting betreffende de nadere regels voor de toepassing van de maatregelen, of tot homologatie van een andere maatregel waarover de partijen het eens zijn geraakt, als bepaald in artikel 38, §4, tweede lid, van het decreet (1). (1) Zie F. TULKENS en T. MOREAU, Droit de la jeunesse, Brussel, Larcier, 2000, p. 432.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1963.F

DE PROCUREUR DES KONINGS TE AARLEN,

eiser tot verwijzing van de zaak van een rechtbank naar een andere wegens gewettigde verdenking,

in de zaak

1. J.-P. L.,

vader van de minderjarige,

2. Chr. D.,

moeder van de minderjarige.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij verzoekschrift dat op 17 december 2010 op de griffie van het Hof is ingekomen en waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, vraagt de eiser dat het beschermingsdossier van het kind L. L., dochter van J.-P. L. en Chr. D., met het notitienummer FAM13077 van het parket van de procureur des Konings te Aarlen, en met het repertoriumnummer 7045 van de jeugdrechtbank, wegens gewettigde verdenking aan de rechtbank van eerste aanleg te Aarlen zou worden onttrokken.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

In de zaak van de minderjarige L. L. werd op 30 september 2010 door de jeugdkamer van het hof van beroep te Luik een arrest gewezen dat gegrond is op artikel 38 van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd, waarbij bevolen wordt dat het kind tijdelijk buiten zijn familiaal leefmilieu gehuisvest zal blijven met het oog op haar behandeling, haar opvoeding, het onderwijs dat zij moet volgen, en dat zegt dat het kind en haar ouders aan richtlijnen of aan een begeleiding van educatieve aard zullen worden onderworpen.

Overeenkomstig artikel 38, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet worden de aldus bevolen maatregelen uitgevoerd door de directeur van de hulpverlening aan de jeugd.

Aangezien de tenuitvoerlegging van dergelijke maatregelen tot de bevoegdheid van de bestuurlijke overheid behoort, is de jeugdrechtbank in onderhavig geval alleen bevoegd tot de wijziging van die maatregelen, als bepaald in artikel 60 Jeugdbeschermingswet, tot hun jaarlijks hernieuwd onderzoek overeenkomstig de artikelen 10 van het decreet en 63quinquies van de wet, tot de in artikel 37 van het decreet bedoelde beoordeling van een betwisting van een toepassingsmodaliteit van de maatregelen, of tot homologatie van een andere maatregel waarover de partijen het eens zijn geraakt, als bepaald in artikel 38, § 4, tweede lid, van het decreet.

Het blijkt niet dat de jeugdrechtbank te Aarlen momenteel van één van die procedures kennis moet nemen.

Bij gebrek aan voorwerp is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Gelet op artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering,

Verwerpt het verzoek.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 5 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Hulpverlening aan de jeugd

  • Franse Gemeenschap

  • Maatregelen bevolen door de jeugdrechtbank

  • Tenuitvoerlegging door de directeur bij de hulpverlening aan de jeugd

  • Resterende bevoegdheid van de jeugdrechtbank