- Arrest van 7 januari 2011

07/01/2011 - C.09.0275.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 17, eerste lid, c, E.E.X.-verdrag richt zich tot de partijen die oorspronkelijk een bij uitsluiting bevoegd gerecht bij overeenkomst hebben aangewezen en bepaalt de toegelaten vormen bij het sluiten van deze overeenkomst; de toepasselijkheid van deze bepaling betreffende een exclusieve rechterlijke bevoegdheid dient derhalve ook te worden getoetst door de rechter die van het geschil kennisneemt in het licht van de verhouding tussen de bij dit geschil betrokken partijen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0275. N

SCHEEPVAARTONDERNEMING PARKGRACHT cv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 1042 AA Amsterdam (Nederland), Radarweg 36-10,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. LEDERLE PIPERACILLIN Inc., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te PR 00987 Carolina (Verenigde Staten van Amerika), avenue 65th. Inf. Km 9,7

2. HELVETIA VERSICHERUNGEN, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 68014 Manheim (Duitsland), Postfach 101465,

3. IDUNA-SIGNAL GRUPPE AG, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 20351 Hamburg (Duitsland), Neue Rabenstrasse 15-19,

4. ZURICH AGRIPPINA VERSICHERUNG AG, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 20423 Hamburg (Duitsland), Alter Steinweg 1,

5. ALBINGIA VERSICHERUNGS AG, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 30519 Hannover (Duitsland), Schützenallee 5,

6. NEW ROTTERDAM VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT, verzekerings-maatschappij naar Duits recht, met zetel te 50823 Köln (Duitsland), Innerer Kanalstrasse 69,

7. ARAG DEUTSCHE VERSICHERUNGS und RUCKVERSICHERUNGS AG, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 13062 Berlijn (Duitsland), Gustaf Adolfstrasse 129-130,

8. GOTHAER VERSICHERUNGSBANK Vvag, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 50672 Köln (Duitsland), Kaiser-Wilhelmring 23-25,

9. BUNDESLÄNDER VERSICHERUNGSANSTALT VERSICHERUNG AG, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 1021 Wenen (Oostenrijk), Praterstrasse 1-7,

10. SECURITAS VERSICHERUNG, verzekeringsmaatschappij naar Duits recht, met zetel te 28195 Bremen (Duitsland), Am Wall 121,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. François T' Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6000 Charleroi, rue de l'Athenée 9, waar de verweerders woonplaats kiezen,

11. PERFECT EUROPE nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Cadixstraat 49,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 20 oktober 2008.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. De appelrechters (arrest p. 8 en 9) oordelen dat het bestaan van een gewoonte waaruit de bekendheid van de eerste eiseres met de forumkeuze zou blijken, niet wordt bewezen.

Het onderdeel dat berust op een onvolledige lezing van het arrest mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

2. Artikel 17, eerste lid, c, EEX-verdrag, bepaalt: "Wanneer de partijen, van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een verdragsluitende Staat, een gerecht of de gerechten van een Verdragsluitende Staat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die Staat bij uitsluiting bevoegd. Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter dient te worden gesloten (...), hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen."

3. Deze bepaling richt zich aldus tot de partijen die oorspronkelijk bij een bij uitsluiting bevoegd gerecht bij overeenkomst hebben aangewezen en bepaalt de toegelaten vormen bij het sluiten van deze overeenkomst.

De toepasselijkheid van deze bepaling betreffende een exclusieve rechterlijke bevoegdheid dient derhalve ook te worden getoetst door de rechter die van het geschil kennisneemt in het licht van de verhouding tussen de bij dit geschil betrokken partijen.

4. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de rechter de toepasselijkheid van de in artikel 17, eerste lid, c, EEX-verdrag bepaalde voorwaarde niet vermag te beoordelen in het licht van de verhouding tussen de concrete partijen in het geschil waarvan hij kennisneemt, faalt naar recht.

5. Aangezien deze uitlegging van artikel 17, eerste lid, c, EEX-verdrag voor de hand liggend is, bestaat er geen aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag.

Tweede middel in zijn geheel

6. De eiseres voert aan dat de eerste verweerster als derde-cognossementshouder gehouden is aan het door de eiseres in het cognossement gemaakte beding van rechtskeuze zodat de vraag of de eerste verweerster al dan niet in de rechten en verplichtingen van de afzender is getreden volgens dat recht dient te worden beoordeeld.

7. De regels van artikel 91 Zeewet zijn van toepassing op het verhandelbare cognossement opgemaakt voor het vervoer van goederen in enig schip van welke nationaliteit ook, uit of naar een haven van het rijk. Deze regels die van dwingend recht zijn, zijn van toepassing ongeacht het op het cognossement toepasselijke recht.

De onderdelen die uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen naar recht.

Derde middel

Eerste onderdeel

8. Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat bij het vastzetten van de lading een onzorgvuldigheid van de stuwadoor niet wordt bewezen en met betrekking tot de beoordeling van het zeefortuin te oordelen dat de eiseres geen beroep kan doen op zeefortuin ongeacht de twijfels van de kapitein over het vastmaken van de lading.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

9. Het onderdeel komt volledig op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 898,49 euro jegens de eisende partij, op de som van 314,74 euro jegens de verwerende partijen sub 1 tot sub 10 en op de som van 172,36 euro jegens de verwerende partij sub 11.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 7 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • E.E.X.-Verdrag

  • Artikel 17

  • Exclusief bevoegdheidsbeding

  • Overeenkomst

  • Partijen

  • Vormen

  • Toepasselijkheid

  • Taak van de rechter