- Arrest van 13 januari 2011

13/01/2011 - C.10.0728.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De oproeping aan de verzoeker om te verschijnen voor de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel waarbij de nationale tuchtraad zijn zaak aanhangig had gemaakt, kan geen grond opleveren voor een gewettigde verdenking ten aanzien van de magistraat wiens wraking wordt gevorderd, aangezien niet hij, maar wel de griffier-hoofd van dienst van het hof van beroep, de steller en de ondertekenaar ervan is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0728.F

M. L.,

verzoeker tot wraking,

met als raadslieden mr. Thierry Lévy, advocaat bij de balie van Parijs, en mr. Bernard Mouffe, advocaat bij de balie van Brussel,

in de zaak van

M. L.,

tegen

1. DELVAUX Alex, plaatsvervangend voorzitter van de Nationale Tuchtraad, Franstalige kamer,

2. NATIONALE TUCHTRAAD, Franstalige kamer,

3. BELGISCHE STAAT, minister van Justitie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij een op 17 december 2010 ter griffie van het hof van beroep te Brussel neergelegde akte die voor elke raadsman van de verzoeker ondertekend is door mr. Bernard Mouffe, advocaat bij de balie van Brussel, vordert de verzoeker dat Astrid De Preester, raadsheer in het hof van beroep te Brussel, wordt gewraakt in de zaak nr. 2010/AR/915 van dat gerecht.

Die magistraat heeft op 20 december 2010 de bij artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring afgelegd, volgens welke hij weigert zich van de zaak te onthouden.

De verzoeker heeft op 10 januari 2011 een nota met opmerkingen neergelegd op de griffie van het Hof

Afdelingsvoorzitter Paul Mathieu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

1. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat alle partijen werden opgeroepen.

2. De oproeping die aan de verzoeker werd gericht opdat hij zou verschijnen voor de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel waarbij de nationale tuchtraad zijn zaak aanhangig had gemaakt, werd opgesteld en ondertekend door de griffier- hoofd van dienst I. Vanderpoorten van het hof van beroep.

Die akte kan geen grond opleveren voor een gewettigde verdenking ten aanzien van de magistraat wiens wraking wordt gevorderd, aangezien deze noch de steller noch de ondertekenaar ervan is.

3. De omstandigheid dat de zaken AR, nrs. 2010/QR/14 en 2010/AR/915 van het hof van beroep te Brussel, die beide betrekking hebben op de verzoeker, vastgesteld zijn op dezelfde terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep om er tegelijkertijd te worden behandeld, en die bovendien niet impliceert dat die zaken gevoegd worden, kan geen twijfel doen ontstaan omtrent de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de magistraat wiens wraking wordt gevorderd.

4. Met toepassing van artikel 316 Gerechtelijk Wetboek regelt de eerste voorzitter van het hof van beroep de dienst en stelt hij de kamers van zijn gerecht samen.

Noch uit de wijziging van de samenstelling van de eerste kamer van het hof van beroep, die door de eerste voorzitter werd bevolen, noch uit de omstandigheid dat het openbaar ministerie van die wijziging op de hoogte was en evenmin uit de omstandigheid dat een van de leden van de zetel zich heeft onthouden, kan worden afgeleid dat er een gewettigde verdenking zou kunnen bestaan omtrent de geschiktheid van raadsheer Astrid De Preester om op onpartijdige wijze kennis te nemen van de zaak die voor haar hangende is.

5. Voor het overige kunnen niet-gestaafde beweringen geen grond opleveren voor een gewettigde verdenking.

6. Er bestaat geen grond tot wraking.

Het verzoek is niet gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek tot wraking;

Wijst gerechtsdeurwaarder Pascal D'Hoore, Godshuisstraat 17 te Meise aan, om, op verzoek van de griffier het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen;

Veroordeelt de verzoeker in de kosten, met inbegrip van de kosten van de betekening van dit arrest.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Sylviane Velu en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 13 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Tuchtzaken

  • Verzoeker verschijnt voor eerste kamer van hof van beroep

  • Oproeping

  • Steller en ondertekenaar

  • Griffier

  • Magistraat wiens wraking wordt gevorderd

  • Gewettigde verdenking