- Arrest van 13 januari 2011

13/01/2011 - C.10.0738.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Noch de omstandigheid dat de voorzitter van de nationale tuchtraad wiens wraking wordt gevorderd, zich in een eerste tuchtzaak betreffende de verzoeker heeft onthouden wegens zijn professionele contacten als substituut-arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbank van hetzelfde gerechtelijk arrondissement als de rechtbank waar de verzoeker benoemd was, met een rechter, die naast een andere en de verzoeker, zitting had gehouden in de zaak die tot deze tuchtprocedure heeft geleid, noch de omstandigheid dat hij in het verleden het voornoemde ambt van substituut-arbeidsauditeur heeft bekleed, noch die dat hij recepties in gerechtelijke kringen van het kwestieuze gerechtelijk arrondissement heeft bijgewoond, kunnen twijfel doen ontstaan omtrent de onafhankelijkheid of de onpartijdigheid van die magistraat.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0738.F

M. L.,

verzoeker tot wraking,

met als raadslieden mr. Thierry Lévy, advocaat bij de balie van Parijs, en mr. Bernard Mouffe, advocaat bij de balie van Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij een op 22 december 2010 ter griffie van nationale tuchtraad neergelegde akte die voor elke raadsman van de verzoeker ondertekend is door mr. Bernard Mouffe, advocaat bij de balie van Brussel, vordert de verzoeker dat Michel Dumont, voorzitter van de nationale tuchtraad, wordt gewraakt in de zaak A.R. nr. 07.0001.F van die raad.

Die magistraat heeft op 20 december 2010 de bij artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring afgelegd, volgens welke hij om bepaalde redenen weigert zich van de zaak te onthouden.

De verzoeker heeft op 12 januari 2011 een nota met opmerkingen neergelegd op de griffie van het Hof

Afdelingsvoorzitter Paul Mathieu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

1. De vordering tot wraking is gegrond op artikel 828, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek volgens hetwelk iedere rechter kan worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.

2. De magistraat wiens wraking wordt gevorderd, vermeldt in zijn antwoord dat hij zich in een eerste tuchtzaak betreffende de verzoeker heeft onthouden wegens de professionele contacten die hij als substituut-arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbanken van Namen en Luik had gelegd met rechter Chr. Julien, die naast ondervoorzitter J. Delvaux en de verzoeker, zitting had gehouden in de zaak die aan de oorsprong van deze tuchtprocedure lag.

Noch de omstandigheid dat voorzitter Dumont zich om die reden ervan onthouden heeft om in die eerste tuchtzaak zitting te houden, noch die dat hij in het verleden het ambt van substituut-arbeidsauditeur bij de arbeidsrechtbank te Dinant heeft uitgeoefend, noch die dat hij "aan recepties in gerechtelijke kringen van Dinant" heeft deelgenomen, kunnen twijfel doen ontstaan omtrent de onafhankelijkheid of de onpartijdigheid van de magistraat wiens wraking wordt gevorderd.

3. De verzoeker grondt zijn vordering tot wraking ook op een artikel dat verscheen in La Libre Belgique van 15 februari 2008 dat hij zelf in zijn verzoekschrift als "kwetsend" bestempelt.

In zijn antwoord preciseert voorzitter M. Dumont dat de journalist R. Planchar in dat artikel geschreven heeft dat het tuchtdossier "n'a même pas encore été communiqué au CND, nous déclarait voilà peu et sans autre commentaire son président".

Uit de enige bewezen omstandigheid dat de magistraat die door de pers was gecontacteerd, de objectieve informatie heeft verspreid dat de nationale tuchtraad het dossier nog niet in zijn bezit had, kan niet worden afgeleid dat er bij de verzoeker of bij derden, een gewettigde twijfel kan bestaan omtrent zijn geschiktheid om op onpartijdige wijze kennis te nemen van de zaak die voor hem hangende is.

Voor het overige heeft de omstandigheid dat een andere magistraat verklaringen aan de pers heeft afgelegd, niets te maken met voorzitter M. Dumont en kan zij geen grond opleveren voor gewettigde verdenking jegens hem.

4. Er bestaat geen grond tot wraking.

Het verzoek is niet gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek tot wraking;

Wijst gerechtsdeurwaarder Pascal D'Hoore, Godshuisstraat 17 te Meise aan, om, op verzoek van de griffier het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen;

Veroordeelt de verzoeker in de kosten, met inbegrip van de kosten van de betekening van dit arrest.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Sylviane Velu en Martine Regout, en in openbare terechtzitting van 13 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Tuchtzaken

  • Voorzitter van de nationale tuchtraad

  • Onthouding in een vorige tuchtzaak

  • Redenen

  • Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de voorzitter

  • Gewettigde verdenking