- Arrest van 13 januari 2011

13/01/2011 - C.10.0053.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De motivering van de akte van verzet bevat de uiteenzetting van de middelen die verantwoorden dat, volgens de eiser in verzet, het beroepen vonnis moet worden tenietgedaan; zij moet, in de regel, betrekking hebben op de vordering zelf zodat de verweerder kennis kan nemen van de bezwaren van de eiser in verzet tegen het bestreden vonnis en zijn verdediging kan voorbereiden teneinde vertragingen in de rechtspleging te voorkomen; zij mag beknopt zijn (1). (1) Zie Cass., 10 okt. 1991, AR 9124, A.C., 1991, nr. 78.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0053.F

G.,

eiser

vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGACOM nv,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 17 november 2009 in laatste aanleg gewezen door de vrederechter van het eerste kanton Schaarbeek.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 1047, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis doet uitspraak op het verzet van de eiser tegen het verstekvonnis dat op 2 december 2008 in laatste aanleg is gewezen en dat de eiser veroordeeld heeft tot betaling aan de verweerster van 645,81 euro, te vermeerderen met de bedongen interest van 10 pct. per jaar op de hoofdsom, dus op 559,52 euro, te rekenen van 9 oktober 2008 tot de algehele betaling; dat verzet werd op 10 juli 2009 aan de verweerster betekend en bevatte de volgende motivering: de eiser "heeft per aangetekende brief van 8 december 2005 de overeenkomst waarop de facturen betrekking hebben, beëindigd ; de openstaande facturen, tot betaling waarvan (de eiser) bij het vonnis van 2 december 2008 veroordeeld werd, (...) dagtekenen alle van na de beëindiging", zodat de eiser vorderde dat genoemd vonnis zou worden tenietgedaan en dat hij van de tegen hem uitgesproken veroordelingen zou worden ontheven.

Het bestreden vonnis verklaart de akte van verzet nietig en onbestaande en het verzet niet-ontvankelijk en veroordeelt de eiser in de kosten.

Die beslissing steunt op de volgende redenen: "artikel 1047 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere akte van verzet, op straffe van nietigheid, de middelen van de eiser in verzet moet bevatten; de motivering van de akte van verzet moet in de regel betrekking hebben op de vordering zelf, teneinde de verweerder toe te laten reeds bij de verschijning op de rechtzitting kennis te nemen van de middelen van de verzetdoende partij en nutteloze vertragingen te voorkomen (...); de loutere bewering dat het door de oorspronkelijke eiseres, thans verweerster in verzet, gevorderde bedrag niet verschuldigd is, beantwoordt niet aan het vereiste van artikel 1047 van het Gerechtelijk Wetboek (...); in deze beantwoordt (de motivering van de akte van verzet) kennelijk niet aan het bepaalde in artikel 1047 van het Gerechtelijk Wetboek; zij is erg beknopt en biedt de (verweerster) niet de mogelijkheid haar verweer naar behoren te staven; het motiveringsgebrek benadeelt bijgevolg de (verweerster)".

Grieven

De motivering die de akte van verzet op straffe van nietigheid luidens artikel 1047, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek moet bevatten, heeft betrekking op de vordering zelf zodat de verweerder kennis kan nemen van de bezwaren van de eiser in verzet tegen het vonnis en zijn verdediging terstond kan regelen en aldus vertragingen in de rechtspleging kan voorkomen; de motivering bevat de uiteenzetting van de middelen in feite of in rechte op grond waarvan, volgens de eiser in verzet, het vonnis waartegen verzet is gedaan, moet worden tenietgedaan; de motivering moet dus aan de zaak zijn aangepast. Als zij aan die criteria beantwoordt, mag zij beknopt zijn.

In deze had het vonnis waartegen verzet , de eiser veroordeeld tot betaling van 645,81 euro in hoofdsom, zijnde het totaal van de bedragen die de verweerster had gefactureerd aan de eiser, die tussen 18 april 2006 en 3 december 2007 één of meer telefoonaansluitingen had.

Aangezien hij in zijn akte van verzet gevorderd had van zijn veroordeling te worden ontheven op grond dat hij "per aangetekende brief van 8 december 2005 de overeenkomst beëindigd (heeft) waarop de facturen betrekking hebben" en "dat de openstaande facturen (...) (alle) dagtekenen van na de beëindiging", bevatte de akte van verzet een kritiek tegen het vonnis waartegen verzet is gedaan, waardoor de verweerster haar verdediging terstond kon voorbereiden. Die akte beantwoordde bijgevolg aan het vereiste van artikel 1047, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Het bestreden vonnis dat echter beslist dat de akte van verzet nietig is omdat de motivering van de akte van verzet beknopt is en de verweerster niet de mogelijkheid biedt haar verweer naar behoren te staven, schendt artikel 1047, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De door artikel 1047, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek vereiste motivering van de akte van verzet bevat de uiteenzetting van de middelen die verantwoorden dat, volgens de eiser in verzet, het beroepen vonnis moet worden tenietgedaan. Zij moet, in de regel, betrekking hebben op de vordering zelf zodat de verweerder kennis kan nemen van de bezwaren van de eiser in verzet tegen het beroepen vonnis en zijn verdediging kan voorbereiden teneinde vertragingen in de rechtspleging te voorkomen. Zij mag beknopt zijn.

Het bestreden vonnis stelt vast dat de akte van verzet vermeldt dat de eiser "per aangetekende brief van 8 december 2005 de overeenkomst waarop de facturen betrekking hebben, (heeft) beëindigd" en dat "de openstaande facturen, tot betaling waarvan (hij) bij het vonnis (waartegen verzet), veroordeeld werd, (alle) dagtekenen (...) van na de beëindiging".

Het bestreden vonnis heeft niet naar recht kunnen beslissen dat die motivering niet voldoet aan het vereiste van artikel 1047 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis;

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de zaak naar de vrederechter van het tweede kanton Schaarbeek.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Christine Matray en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 13 januari 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Akte van verzet

  • Motivering

  • Voorwerp

  • Vorm