- Arrest van 14 januari 2011

14/01/2011 - F.09.0105.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een kapitaal uit een levensverzekeringsovereenkomst is niet belastbaar als uitgesteld inkomen indien voldaan is aan de drie vrijstellingsvoorwaarden waarin artikel 39, § 2, 2°, a, van het W.I.B.(1992) voorziet; wanneer de werkgever premies van een levensverzekeringsovereenkomst heeft betaald, is het kapitaal van die levensverzekeringsovereenkomst evenwel slechts vrijgesteld indien de verzekerde bewijst dat tijdens de pensioenopbouw de werkgeversbijdragen definitief en uitsluitend in zijn voordeel zijn betaald.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.09.0105.N

1. C.R.,

2. M.P.,

eisers,

met als raadslieden mr. Marc Vandendijk en mr. Chantal Hendrickx, advocaten bij de balie te Brussel, met kantoor te 1180 Brussel, Edith Cavellstraat 66/1, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van de directe belastingen met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 juni 2009.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 34, § 1, 2°, WIB92, zoals van toepassing voor het aanslagjaar 2003, omvatten pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, ongeacht de schuldenaar, de verkrijgers, of de benaming ervan en de wijze waarop ze worden vastgelegd en toegekend, pensioenen, renten, kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten die geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van persoonlijke bijdragen van aanvullende ver¬zekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood als vermeld in artikel 145/1, 1°, of door middel van bijdragen als vermeld in de artikelen 145/1, 2°, en 145/17, 1°, of door middel van werk¬gevers¬bijdragen.

Krachtens artikel 39, § 2, 2°, a, WIB92, zoals van toepassing voor het aanslagjaar 2003, zijn pensioenen, renten, kapitalen, spaartegoeden en afkoopwaarden vrijgesteld van belasting indien de belastingplichtige of de persoon wiens rechtsverkrijgende hij is, het levens¬verzeke¬rings¬contract individueel heeft gesloten en geen vrijstelling is toegepast overeenkomstig de bepalingen die vóór het aanslagjaar 1993 van toepassing waren en de in artikel 145/1, 2° en 145/17, 1°, WIB92 vermelde verminderingen niet zijn verleend.

2. Uit deze bepalingen volgt dat een kapitaal uit een levensverzekeringsovereenkomst belastbaar is als uitgesteld inkomen, behalve indien voldaan is aan de vrijstellings¬voor¬waarden waarin artikel 39, § 2, 2°, a, WIB92 voorziet.

Voor het aanslagjaar 2003 zijn die voorwaarden:

- een levensverzekeringsovereenkomst die individueel is gesloten;

- geen vrijstelling is toegepast overeenkomstig de bepalingen die vóór het aanslagjaar 1993 van toepassing waren;

- de in de artikelen 145/1, 2° en 145/17 WIB92 vermelde verminderingen zijn niet verleend.

3. Wanneer de werkgever premies van een levensverzekerings¬overeenkomst heeft betaald, is het kapitaal van die levensverzekeringsovereenkomst evenwel slechts vrijgesteld indien de verzekerde bewijst dat tijdens de pensioenopbouw de werkgeversbijdragen definitief en uitsluitend in zijn voordeel zijn betaald.

4. De appelrechters oordelen dat:

- de eiseres sedert 1 januari 1966 werkzaam was bij bv Rieter Valkenswaard, rechtsvoorganger van bv Rieter;

- de eiseres binnen deze vennootschap pensioenrechten heeft opgebouwd;

- deze pensioenrechten in december 1994 zijn overgedragen aan nv Zurich Life;

- de eiseres daarvoor de polis TOP Z nummer 3007208 heeft afgesloten en een eenmalige premie die overeenkwam met de in eigen beheer opgebouwde reserves binnen bv Rieter Beheer, heeft betaald;

- de voormelde polis verviel op 1 december 2000 waarop de eiseres een levensverzekeringsovereenkomst (polisnummer 3028443) heeft afgesloten;

- de polis 3028443 de voorzetting is van de polis 3007208;

- moet worden nagegaan of de eiseres beschikte over definitief verworven rechten, niet alleen gedurende de looptijd van de polis 3007208, maar ook gedurende de opbouw van het pensioen in eigen beheer bij bv Rieter Beheer;

- de eisers niet bewijzen dat de eiseres vrij kon beschikken over het kapitaal;

- de eiseres dus niet bewijst dat haar rechten en de rechten van de eiser en hun afstammelingen definitief waren inverdiend op het moment van de reservering van de premie;

- de rechten werden dus in het niet definitieve en uitsluitende voordeel van de eiseres aangelegd zodat de eisers niet kunnen genieten van de vrijstelling.

5. Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de eisers geen recht hebben op de vrijstelling waarin artikel 39, § 2, 2°, a, WIB92 voorziet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

6. De appelrechters oordelen dat de circulaire 241/240.483 van 31 maart 1969 slechts bevestigt dat het dubbelbelastingverdrag enkel de hef¬fingsbevoegdheid regelt en dat de wijze van belastbaar stellen moet worden beoordeeld vanuit Belgisch intern recht. Ze verantwoorden hun beslissing dus niet op grond van de vermelde circulaire, maar op basis van de wet.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

7. Het middel preciseert niet hoe en waardoor de appelrechters het artikel 10, § 2, Wet Landverzekeringsovereenkomst en de artike¬len 1101, 1108, 1126, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek schenden.

Het middel is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 134,40 euro jegens de eisende partijen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Albert Fettweis, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Kapitaal uit een levensverzekeringsovereenkomst

  • Belastingvrijstelling