- Arrest van 14 januari 2011

14/01/2011 - F.09.0160.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een rechtsvordering die de verkoper van een in België gelegen onroerend goed instelt en die strekt tot de veroordeling van de koper tot het verlijden van de authentieke akte, heeft geen schorsend effect ten aanzien van de in artikel 146 van het W. Reg. vermelde termijn van één jaar, ook al maakt de inleidende dagvaarding voorbehoud voor het instellen van een vordering tot ontbinding van de overeenkomst.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.09.0160.N

1. A.D.,

2. D.D.,

eisers,

met als raadsman mr. Yvan Verfaillie, advocaat bij de balie te Dendermonde, met kantoor te 9250 Waasmunster, Hoogstraat 79, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de ontvanger van het registratiekantoor te Dendermonde I, met kantoor te 9200 Dendermonde, Sint Rochusstraat 63,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 30 juni 2009.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste en tweede middel

1. Deze middelen wijzen een aantal wettelijke bepalingen als geschonden aan, maar preciseren niet hoe en waardoor de bestreden beslissing elk van die bepalingen schendt.

De middelen zijn wegens onduidelijkheid niet ontvankelijk.

Derde middel

2. Artikel 146 Wetboek Registratierechten bepaalt:

"De vonnissen en arresten die tot bewijs strekken van een overeenkomst waarbij eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt en welke aan de desbetreffende belasting niet onderworpen werd, geven aanleiding onverminderd het door artikel 142 vastgesteld recht, tot het recht en eventueel tot de boete waaraan de overeenkomst zou onderworpen zijn indien zij in een minnelijke akte vastgesteld waren geweest.

Dit geldt eveneens, zelfs indien de rechterlijke beslissing die tot bewijs van de overeenkomst strekt, de ontbinding of herroeping ervan voor om het even welke reden uitspreekt, tenzij uit de beslissing blijkt dat ten hoogste één jaar na de overeenkomst een eis tot ontbinding of herroeping, zelfs bij een onbevoegde rechter werd ingesteld".

3. Een rechtsvordering die de verkoper van een in België gelegen onroerend goed instelt en die strekt tot de veroordeling van de koper tot het verlijden van de authentieke akte, heeft geen schorsend effect ten aanzien van de in voormeld artikel 146 Wetboek Registratierechten vermelde termijn van één jaar, ook al maakt de inleidende dagvaarding voorbehoud voor het instellen van een vordering tot ontbinding van de overeenkomst.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

4. In zoverre het middel een motiveringsgebrek aanvoert, is het niet ontvankelijk wegens onduidelijkheid, daar de eisers niet verduidelijken welk verweer het bestreden arrest niet beantwoordt.

Vierde middel

5. Het middel komt niet op tegen het oordeel van de appelrechters dat de tussenkomst van het Grondwettelijk Hof niet onontbeerlijk is om tot een oplossing van het geschil te komen.

Deze overweging schraagt de beslissing van de appelrechters de voorgestelde prejudiciële vragen niet te stellen.

Het middel komt op tegen een overtollige reden en kan, ook al was het gegrond, niet tot cassatie leiden.

Het middel is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 149,67 euro jegens de eisende partijen en op de som van 233,02 euro jegens de verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Albert Fettweis, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Overdracht van een onroerend goed

  • Vordering tot ontbinding

  • Termijn van één jaar

  • Rechtsvordering tot het verlijden van de authentieke akte

  • Schorsende werking