- Arrest van 14 januari 2011

14/01/2011 - F.10.0007.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een heffing zowel gebaseerd is op de opname van het pand in de lijst van leegstand als in de lijst van verwaarlozing, en het pand niet regelmatig werd opgenomen in één van die lijsten, dan blijft de heffing gedeeltelijk verschuldigd in de mate dat ze betrekking heeft op de regelmatige opname van het pand op de andere lijst (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0007.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

A.B.M. nv, met zetel te 3583 Paal (Beringen), Paalsesteenweg 154,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 februari 2009.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 26, eerste lid, Leegstandsdecreet, zoals ten deze van toepassing, is de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen of woningen een eerste maal verschuldigd op het ogenblik dat het gebouw of de woning wordt opgenomen in de inventaris, bedoeld in de artikelen 28 tot en met 35 van dit decreet.

Krachtens artikel 28, § 1, Leegstandsdecreet maakt de administratie overeenkomstig de bepalingen die de Vlaamse regering vaststelt, een inventaris met afzonderlijke lijsten van leegstaande gebouwen of woningen, ongeschikte of onbewoonbare woningen en verwaarloosde gebouwen of woningen. De ambtenaren van de administratie, die de Vlaamse regering belast met het beheer van de inventaris, zijn bevoegd om onder meer de verwaarlozing en de leegstand op te sporen en in een administratieve akte vast te stellen.

Krachtens artikel 32, tweede lid, Leegstandsdecreet stelt de administratie de verwaarlozing vast in een gemotiveerde administratieve akte, zoals bedoeld in artikel 28, en geeft de houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, bij aangetekende brief kennis van deze vaststelling.

Krachtens artikel 33, tweede lid, Leegstandsdecreet, zoals ten deze van toepassing, stelt de administratie de leegstand eveneens vast in een gemotiveerde administratieve akte, zoals bedoeld in artikel 28, en geeft de houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, bij aangetekende brief kennis van deze vaststelling.

2. Hieruit volgt dat wanneer een heffing zowel gebaseerd is op de opname van het pand in de lijst van leegstand als in de lijst van verwaarlozing, en het pand niet regelmatig werd opgenomen in één van die lijsten de heffing gedeeltelijk verschuldigd blijft in de mate dat ze betrekking heeft op de regelmatige opname van het pand op de andere lijst.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- op 11 september 1997 bij administratieve akte de leegstand van het pand van de verweerster werd vastgesteld en het pand met ingang van dezelfde datum werd opgenomen in de inventaris van leegstaande of verwaarloosde woningen of gebouwen en de akte van leegstand op die datum aan de verweerster werd toegestuurd;

- op 29 juni 1998 bij administratieve akte de verwaarlozing van hetzelfde pand werd vastgesteld op grond van een technisch verslag van 28 januari 1997;

- de verzending van het technisch verslag van 28 januari 1997 niet blijkt uit de door de eiser ingeroepen stukken.

Zij oordelen dat de eiser in gebreke blijft de op hem rustende bewijslast te vervullen, met de gevolgen voor de geldigheid van de administratieve akte en de daarop gesteunde heffingen.

3. Door aldus te besluiten tot een algehele ontheffing zowel voor de leegstand als voor de verwaarlozing van het pand van de verweerster en hierbij enkel de onregelmatigheid van de administratieve akte voor de vaststelling van de verwaarlozing van het pand in haar beoordeling te betrekken, schenden de appelrechters de voormelde wetsbepalingen.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de heffingen voor leegstand voor het jaar 1999.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Albert Fettweis, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Gewestbelastingen

  • Vlaams Gewest

  • Leegstandsdecreet

  • Lijst van leegstand

  • Regelmatige opname

  • Lijst van verwaarlozing

  • Onregelmatige opname

  • Verschuldigdheid van de heffing