- Arrest van 18 januari 2011

18/01/2011 - P.10.0930.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Voor het misdrijf bedoeld in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek is het gevolg dat door de onvoorzichtigheid of het gebrek aan voorzorg is teweeggebracht, een constitutief bestanddeel van het misdrijf, dat is voltrokken op het ogenblik dat dit gevolg aan het licht komt; het is vanaf dat ogenblik dat de verjaringstermijn begint te lopen (1). (1) Zie Cass., 13 jan. 1994, AR 9627, A.C., 1994, nr. 16; Cass., 16 nov. 1999, AR P.97.0359.N, A.C., 1999, nr. 607.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.0930.N

1. N. H.

burgerlijke partij,

2. A. S.

burgerlijke partij,

eisers,

met als raadslieden mr. Raf Verstraeten en mr. Benjamin Gillard, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

1. J. D. I. G.

inverdenkinggestelde,

2. B. H. V. B.

inverdenkinggestelde,

3. ZIEKENHUIS NETWERK ANTWERPEN, met zetel te 2060 Antwerpen, Lange Beeldekensstraat 267,

inverdenkinggestelde,

verweerders,

met als raadsman mr. Rudi Vermeiren, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 april 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 21, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, en de artikelen 418 en 420 Strafwetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat latere data waarop de diagnose werd gesteld of veruitwendigingen hiervan voor de ouders duidelijk werden, niet relevant zijn voor de bepaling van de aanvangsdatum om hieruit af te leiden dat de feiten van de telastleggingen verjaard zijn; hierdoor sluit het arrest feitelijke vaststellingen uit die ertoe kunnen leiden dat de verjaring van de strafvordering nog niet is ingetreden.

2. De verjaring van de strafvordering begint te lopen vanaf het ogenblik dat het misdrijf is gepleegd. Dit is het geval wanneer het misdrijf is voltrokken, met name wanneer alle constitutieve bestanddelen van het misdrijf aanwezig zijn.

3. Voor het misdrijf bedoeld in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek is het gevolg dat door de onvoorzichtigheid of het gebrek aan voorzorg is teweeggebracht, een constitutief bestanddeel van het misdrijf dat is voltrokken op het ogenblik dat dit gevolg aan het licht komt. Het is vanaf dat ogenblik dat de verjaringstermijn begint te lopen.

4. Het arrest oordeelt dat:

- het onderzoek aanwijzingen aan het licht brengt van hevige pijnen bij de eiseres 2 op het ogenblik dat zij op 10 oktober 2002 omstreeks 20 u 29 in het ziekenhuis werd opgenomen en dit tot de bevalling bij spoedkeizersnede om 22 uur;

- het kind M. H. op 10 oktober 2002 omstreeks 21 u 25 in acute foetale nood verkeerde die compatibel is met een inklemming van de navelstreng wat kan leiden tot een zuurstofgebrek bij de geboorte;

- het gerechtelijk onderzoek ernstige aanwijzingen geeft van belangrijk zuurstoftekort bij de geboorte waardoor onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk werd, wat ook gebeurde door het overbrengen naar en langdurige behandeling in een gespecialiseerd ziekenhuis.

5. Met deze redenen stelt het arrest aldus vast dat de gevolgen van het beweerd foutief optreden van de verweerders onmiddellijk bij de opname van de eiseres 2 in het ziekenhuis en bij de geboorte van het kind aan het licht gekomen zijn, met name op 10 oktober 2002. Op grond van die vaststellingen is de beslissing dat de verjaring van de strafvordering begon te lopen vanaf die datum en dat andere, latere veruitwendigingen van diezelfde gevolgen hier voor de verjaring irrelevant zijn, naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 79,20 euro, waarvan 49,20 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Gevolg van de onvoorzichtigheid of van het gebrek aan voorzorg

  • Constitutief bestanddeel

  • Voltrekking van het misdrijf

  • Tijdstip