- Arrest van 18 januari 2011

18/01/2011 - P.10.1003.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het opmaken van een factuur en het gebruik ervan kunnen valsheid in geschriften en gebruik uitmaken in de zin van artikel 73bis, eerste lid, Btw-wetboek en artikel 450, eerste lid, WIB92, zonder dat is vereist dat die factuur in de boekhouding of in de jaarrekening van de bestemmeling zijn opgenomen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1003.N

I

J.-M. G. G. M.

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Michaël Verstraeten, advocaat bij de balie te Gent.

II

L. C.

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Wim De Brock, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 11 mei 2010.

De eisers voeren in memories die aan dit arrest zijn gehecht, telkens twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het bestreden arrest spreekt de eiser I vrij voor de telastlegging A.1.f. Het spreekt de eiser II vrij voor de telastleggingen A.1.e, A.1.f, A.1.g, B.4. en C.4.

De cassatieberoepen gericht tegen die beslissingen zijn bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Eerste middel van de eiser I

2. Het middel voert schending aan van artikel 6.3.a EVRM, artikel 182 Wetboek van Strafvordering en artikel 702, 3°, Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters bestraffen de eiser I voor fiscale fraude met betrekking tot een andere vennootschap dan M.J.M, terwijl hij daarvoor niet wordt vervolgd.

3. In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 702, 3°, Gerechtelijk Wetboek, dat niet van toepassing is in strafzaken, faalt het naar recht.

4. Het bestreden arrest verklaart met een geheel van de redenen die het vermeldt (p. 15, laatste alinea, p. 16 en p. 17, eerste alinea), de eiser I schuldig als dader of mededader overeenkomstig artikel 66 Strafwetboek aan de fiscale valsheid met betrekking tot de factuur van 27 juni 2001 van de firma L'Etoile aan de firma M.J.M. en het gebruik ervan, zoals nader omschreven in de telastleggingen B.5. en C.5.

Met de redengeving dat de eiser I "moet geweten hebben dat het opzet van de gehele operatie was dat de door hem aan de tussenpersoon betaalde BTW niet aan de fiscus zou worden betaald" (p. 16, voorlaatste alinea), hebben de appelrechters de eiser I niet schuldig verklaard aan andere feiten dan die waarvoor hij werd vervolgd.

Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag.

Tweede middel van de eiser I

5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 51 en 53 Strafwetboek: de appelrechters beantwoorden niet het verweer van de eiser I dat er geen fiscale valsheid of een strafbare poging kan zijn omdat een boekhouding steeds kan worden verbeterd, de betwiste factuur uit de boekhouding werd gehaald vóór de opname in de jaarrekening en deze factuur niet werd opgenomen in de aangifte in de vennootschapsbelasting.

6. De appelrechters beantwoorden en verwerpen het verweer van de eiser I dat hij niet schuldig is aan de telastleggingen B.5. en C.5. met het geheel van de redenen die ze vermelden (p. 15, p. 16 en p. 17, eerste alinea). Zij dienden niet verder te antwoorden op de in het middel aangevoerde argumenten die tot staving van het verweer zijn aangevoerd, maar als dusdanig geen zelfstandig verweer uitmaken.

7. Gelet op de schuldigverklaring van de eiser I aan voltrokken fiscale valsheden en het gebruik ervan, dienden de appelrechters verder niet meer te antwoorden op zijn doelloos geworden verweer in verband met de niet-strafbaarheid van de poging.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Eerste middel van de eiser II

8. Het middel voert schending aan van artikel 6.3.a EVRM, artikel 182 Wetboek van Strafvordering en artikel 702, 3°, Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters bestraffen de eiser II voor fiscale fraude met betrekking tot andere vennootschappen dan M.J.M. en Logro, terwijl hij daarvoor niet wordt vervolgd.

9. In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 702, 3°, Gerechtelijk Wetboek, dat niet van toepassing is in strafzaken, faalt het naar recht.

10. Het bestreden arrest verklaart met een geheel van redenen de eiser II schuldig als dader of mededader overeenkomstig artikel 66 Strafwetboek aan de fiscale valsheid met betrekking tot de factuur van 27 juni 2001 van de firma L'Etoile aan de firma M.J.M. en het gebruik ervan, zoals nader omschreven in de telastleggingen B.5. en C.5. (p. 15, laatste alinea, p. 16 en p. 17, eerste alinea) en aan de fiscale valsheid met betrekking tot facturen van de firma A.B.M.S. aan de firma Logro en het gebruik ervan, zoals nader omschreven in de telastleggingen B.6. en C.6. (p. 17, tweede tot en met zevende alinea en p. 18, eerste en tweede alinea).

Met de redengeving dat de eiser I "moet geweten hebben dat het opzet van de gehele operatie was dat de door hem aan de tussenpersoon betaalde BTW niet aan de fiscus zou worden betaald" (p. 16, voorlaatste alinea), hebben de appelrechters de eiser II niet schuldig verklaard aan andere feiten dan die waarvoor hij werd vervolgd.

Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag.

Tweede middel van de eiser II

11. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 51 en 53 Strafwetboek, de artikelen 73, 73bis, eerste lid, 73quinquies, 73sexies en 73septies Btw-wetboek en de artikelen 449, 450, eerste lid, 457, §§ 1 en 2, 458, eerste en tweede lid, en 459, eerste lid, WIB92: de appelrechters beantwoorden niet het verweer van de eiser II dat er geen fiscale valsheid of een strafbare poging is omdat de beweerde valse facturen niet in de boekhouding noch in de jaarrekening werden opgenomen; de appelrechters stellen ten onrechte dat de opname in de boekhouding en de jaarrekening geen constitutieve elementen van de misdrijven valsheid in geschriften en gebruik zijn.

12. De appelrechters beantwoorden en verwerpen het verweer van de eiser II dat hij niet schuldig is aan de telastleggingen B.5., B.6., C.5. en C.6. met het geheel van de redenen die ze vermelden (p. 15, laatste alinea, tot en met p. 18, tweede alinea). Zij dienden niet verder te antwoorden op de in het middel aangevoerde argumenten die tot staving van het verweer zijn aangevoerd, maar als dusdanig geen zelfstandig verweer uitmaken.

13. Gelet op de schuldigverklaring van de eiser II aan voltrokken fiscale valsheden en het gebruik ervan, dienden de appelrechters niet meer te antwoorden op zijn doelloos geworden verweer in verband met de niet-strafbaarheid van de poging.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

14. Het opmaken van een factuur en het gebruik ervan kunnen valsheid in geschriften en gebruik uitmaken in de zin van artikel 73bis, eerste lid, Btw-wetboek en artikel 450, eerste lid, WIB92, zonder dat is vereist dat die factuur in de boekhouding of in de jaarrekening van de bestemmeling zijn opgenomen.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 143,42 euro, waarvan de eiser I en de eiser II elk 71,71 euro verschuldigd zijn.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Fiscale valsheid

  • Opmaak en gebruik van valse factuur

  • Niet in de boekhouding of jaarrekening opgenomen factuur

  • Toepassing