- Arrest van 21 januari 2011

21/01/2011 - C.09.0518.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Er is geen enkele wettelijke bepaling die oplegt dat een deskundigenverslag 'authentieke kracht' heeft, derwijze de rechter de juistheid van de technische vaststellingen niet meer zou kunnen beoordelen (1). (1) Het O.M. concludeerde tot de niet-ontvankelijkheid van dit onderdeel van het eerste middel (en finaliter tot de verwerping van het cassatieberoep) op grond van eerdere rechtspraak van het Hof in toepassing van artikel 1080 Ger.W. (Cass., 14 mei 2001, AR F.99.0153.F, A.C., 2001, nr. 277), doordat de eiseres de schending van art. 962 Ger.W. opwierp in de versie ervan vóór de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek (B.S. 22 aug. 2007), terwijl het lid, dat de rechter niet verplicht het advies van de deskundigen te volgen indien het strijdig is met zijn overtuiging, in dat bewuste artikel van later dateert en het art. 986 Ger.W. betreft in de versie van vóór zijn vervanging door art. 25 van de wet van 15 mei 2007 (en art. 36 van de wet van 12 dec. 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, B.S. 15 jan. 2010). Nu noch het oud artikel 986 noch artikel 962 in de versie(s) na de wetswijzigingen als geschonden werden aangeduid, was het O.M. van oordeel dat de in het onderdeel aangehaalde wetsbepaling geen betrekking had op de bewijswaarde van een deskundigenverslag waarvan de miskenning werd aangevoerd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0518.N.

SWENDEN nv, met zetel te 2840 Rumst, Nieuwstraat 2,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. J.V.,

2. A.P.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 19 februari 2009.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Ontvankelijkheid van het middel

1. De verweerders voeren aan dat het middel niet ontvankelijk is omdat het niet de artikelen 962 en 986 Burgerlijk Wetboek in zijn toepasselijke versie als geschonden aanwijst.

De vermelde artikelen van het Burgerlijk Wetboek zijn vreemd aan hetgeen de eiseres aanvoert met betrekking tot het deskundigenonderzoek.

De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel moet worden verworpen.

Eerste middel

Eerste onderdeel

2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 962 Gerechtelijk Wetboek, zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij wet van 15 mei 2007, evenals miskenning van het recht van verdediging: de appelrechters oordelen onterecht dat de eiseres niet kan aanvoeren dat het deskundigenverslag "allerhande foute vaststellingen" bevat en dat zij gebonden zijn door de juistheid van de technische vaststellingen van de deskundige, dit alles omdat "de authentieke kracht van het deskundigenverslag" dit niet toelaat.

3. Er is geen enkele wettelijke bepaling die oplegt dat een deskundigenverslag "authentieke kracht" heeft, derwijze de rechter de juistheid van de technische vaststellingen van de deskundige niet meer zou kunnen beoordelen.

4. De appelrechters die oordelen dat dit wel het geval is, miskennen het recht van verdediging van de eiseres.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven behoeven geen antwoord.

Dictum,

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt worden op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 21 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Deskundigenverslag

  • Bewijskracht

  • Juistheid van de technische vaststellingen

  • Beoordeling door de rechter