- Arrest van 24 januari 2011

24/01/2011 - C.09.0522.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het feit dat de verweerster binnen de wettelijke termijn een memorie van antwoord heeft neergelegd door tussenkomst van een advocaat bij het Hof van Cassatie en geantwoord heeft op de middelen aangevoerd in het cassatieberoep volgt dat de betekening het doel dat de wet haar toeschrijft heeft bereikt, met name aan de verwerende partij een afschrift doen toekomen van het verzoekschrift en haar toelaten haar verweermiddelen uiteen te zetten, zodat het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep waarin aangevoerd wordt dat de betekening gebeurde op de zetel van verweerster terwijl woonstkeuze werd gedaan op een ander adres, moet verworpen worden (1). (1) Zie Cass., 19 april 2002, AR C.01.0218.F, A.C. 2002, nr. 241.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0522.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging, met kantoor te 1000 Brussel, Lambermontstraat 8,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

EUROMETAAL, naamloze vennootschap naar Nederlands recht, met zetel in Nederland, te 7559 MP Hengelo (OV), Goudvisstraat 10,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Brussel van 18 februari 2009 en 30 juni 2009.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 21 december 2010 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De verweerster werpt op dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het betekend is op haar zetel in Nederland, terwijl zij in de betekening van de bestreden arresten woonstkeuze heeft gedaan op het adres van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder.

2. Krachtens artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek, kan het verzuim of de onregelmatigheid van een proceshandeling niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt ofwel dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt ofwel dat de niet-vermelde vorm wel in acht is genomen.

3. De verweerster heeft binnen de wettelijke termijn een memorie van antwoord neergelegd door tussenkomst van een advocaat bij het Hof van Cassatie en geantwoord op de middelen, aangevoerd in het cassatieberoep.

Hieruit volgt dat de betekening het doel dat de wet haar toeschrijft heeft bereikt, met name aan de verwerende partij een afschrift doen toekomen van het verzoekschrift en haar toelaten haar verweermiddelen uiteen te zetten.

Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Eerste middel

4. Krachtens artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek kan het vonnis enkel worden gewezen door de rechters die alle zittingen over de zaak hebben bijgewoond, dit op straffe van nietigheid.

Krachtens artikel 780, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, vermeldt het vonnis, op straffe van nietigheid, de rechter die het heeft gewezen, evenals de namen van de rechters die over de zaak hebben geoordeeld.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- volgens het proces-verbaal van de rechtszitting van 5 november 2008 de zaak werd behandeld door kamer 21S van het hof van beroep te Brussel, samengesteld uit dienstdoend kamervoorzitter V. en de plaatsvervangende raadsheren M. en B.;

- volgens het tussenarrest van 18 februari 2009 dit werd gewezen door dezelfde kamer van het hof van beroep te Brussel, samengesteld uit dienstdoend kamervoorzitter V. en de plaatsvervangende raadsheren B. en B..

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 april 2009, waarop de zaak voor verdere behandeling was gesteld na heropening van het debat, vermeldt: "het hof (van beroep) merkt ter zitting op dat de vermeldingen van het zittingsblad van de zitting van 5 november 2008 niet overeenstemmen met de vermeldingen van het tussenarrest van 18 februari 2009 wat betreft de raadsheren die het tussenarrest hebben uitgesproken. Partijen bevestigen ter zitting dat de juiste samenstelling blijkt uit het zittingsblad".

6. Die enkele vermelding in het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 april 2009 laat niet toe hieruit af te leiden dat de vaststelling in het arrest van 18 februari 2009 dat het mede werd beraadslaagd en gewezen door de plaatsvervangende raadsheer B., op een verschrijving berust.

7. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt aldus niet dat het arrest van 18 februari 2009 werd gewezen door de rechters die alle zittingen over de zaak hebben bijgewoond, zodat dit arrest nietig is.

Het middel is gegrond.

Omvang van cassatie

8. De vernietiging van het tussenarrest van 18 februari 2009 strekt zich uit tot het bestreden eindarrest van 30 juni 2009, dat er het gevolg van is.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de arresten van 18 februari 2009 en 3 juni 2009.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 24 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Woonstkeuze

  • Onregelmatige betekening