- Arrest van 24 januari 2011

24/01/2011 - C.09.0446.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit artikel 1183 B.W. volgt dat de koper bij het tenietgaan van de koopovereenkomst wegens de vervulling van een ontbindende voorwaarde, gehouden is tot teruggave van de verkochte zaak aan de verkoper, hetzij in natura, hetzij bij equivalent indien de teruggave in natura niet of niet meer mogelijk is (1). (1) Zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0446.N

1. INOX CONSTRUCT, naamloze vennootschap, met zetel te 8650 Houthulst, Poelkapellestraat 52,

2. V.M.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

D.W.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 16 februari 2009.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 21 december 2010 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 1183 van het Burgerlijk Wetboek doet de ontbindende voorwaarde, bij haar vervulling, de verbintenis teniet en herstelt zij de zaken in dezelfde toestand alsof er geen verbintenis had bestaan. Zij verplicht de schuldeiser om, ingeval de door de voorwaarde bedoelde gebeurtenis plaatsheeft, terug te geven hetgeen hij ontvangen heeft.

Hieruit volgt dat de koper bij het tenietgaan van de koopovereenkomst wegens de vervulling van een ontbindende voorwaarde, gehouden is tot teruggave van de verkochte zaak aan de verkoper, hetzij in natura, hetzij bij equivalent indien de teruggave in natura niet of niet meer mogelijk is.

2. Uit de vaststellingen van de appelrechter en uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eiseres op 27 maart 2001 1.425 aandelen in MVD PLASTICS nv verkocht aan de verweerder onder de ontbindende voorwaarde: "In geval van faillissement van MVD PLASTICS nv wordt onderhavige overeenkomst van rechtswege en door het loutere feit van het faillissement volledig ontbonden, met het tenietgaan van alle rechten en plichten van de partijen";

- de rechtbank van koophandel te Veurne bij vonnis van 27 november 2002 TVD PLASTICS nv, voorheen MVD PLASTICS nv, failliet verklaarde;

- de eiseres in ondergeschikte orde de veroordeling van de verweerder vorderde tot teruggave van de waarde van de 1.425 aandelen per 27 maart 2001, en de aanstelling van een deskundige om die waarde te bepalen, die aan haar diende te worden teruggeven indien het hof van beroep zou oordelen dat de overeenkomst van 27 maart 2001 als ontbonden moet worden beschouwd.

3. De appelrechter oordeelt dat, ingevolge het faillissement van TVD PLASTICS nv op 27 november 2002, de ontbindende voorwaarde vervuld werd, zodat de aandelenoverdracht van 27 maart 2001 van rechtswege werd ontbonden.

4. De appelrechter, die de in ondergeschikte orde gevorderde teruggave van de waarde van de aandelen op datum van de overeenkomst, met inbegrip van de gevorderde aanstelling van een deskundige om die waarde te bepalen, als ongegrond afwijst, schendt artikel 1183 van het Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

Eerste onderdeel

5. Krachtens de artikelen 1179 en 1183 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de verbintenis door de vervulling van de ontbindende voorwaarde geacht nooit te hebben bestaan.

Hieruit volgt dat, indien de koopovereenkomst ingevolge de vervulling van de ontbindende voorwaarde teniet gaat, de verkoper geacht wordt steeds eigenaar te zijn gebleven. Onder voorbehoud van de regels ter bescherming van derden, vervallen bijgevolg de beschikkingsdaden die de koper onder ontbindende voorwaarde heeft gesteld.

6. De appelrechter stelt vast:

- op 27 maart 2001 verkocht de eiseres 1.425 aandelen in MVD PLASTICS nv aan de verweerder, onder ontbindende voorwaarde van het faillissement van MVD PLASTICS nv;

- die overeenkomst werd van rechtswege ontbonden als gevolg van de vervulling van de voorwaarde door het faillissement op 27 november 2002;

- op 22 augustus 2001 verkocht de verweerder de 1.425 aandelen aan de eiser;

- de verweerder dagvaardde op 13 maart 2002 de eiser tot betaling van een deel van de koopsom.

7. De appelrechter oordeelt dat de ontbinding van de overeenkomst van 27 maart 2001 niet tot gevolg heeft dat ook de overeenkomst van 22 augustus 2001 moet worden ontbonden of nietigverklaard, zodat de verweerder terecht de betaling vorderde op basis van die laatste overeenkomst.

De appelrechter miskent aldus de gevolgen van de verwezenlijking van de ontbindende voorwaarde en schendt de artikelen 1179 en 1183 van het Burgerlijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden en behoeven bijgevolg geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het oordeelt over de hoofdvordering van de eiseres in betaling van de koopprijs der aandelen en over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de eiseres.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 24 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Koopovereenkomst

  • Ontbindende voorwaarde

  • Vervulling van de ontbindende voorwaarde

  • Verkochte zaak