- Arrest van 25 januari 2011

25/01/2011 - P.10.2053.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Ofschoon de voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing is op alle veroordeelden, ongeacht hun nationaliteit, blijkt uit de artikelen 47, § 1, 1° en 48 Wet Strafuitvoering dat deze strafuitvoeringsmodaliteit niet kan worden toegepast wanneer het niet mogelijk is om een nuttige reclassering uit te werken omdat de veroordeelde niet gerechtigd is in het Rijk te verblijven (1). (1) Zie: Cass., 21 mei 2002, AR P.02.0393.N - P.02.0477.N, A.C., 2002, nr. 306.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.2053.N

A. B.

veroordeelde tot een vrijheidsstraf,

eiser,

met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel van 15 december 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 25, § 2, 31, § 1 en 47, § 1, Wet Strafuitvoering: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de afwezigheid van een verblijfsrecht de eiser uitsluit om een verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling aan de strafuitvoeringsrechtbank voor te leggen en dat de directeur terecht opteerde voor een advies over de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied; de verblijfssituatie van de veroordeelde is niet bepalend opdat de directeur een advies inzake voorwaardelijke invrijheidstelling dan wel over de voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied zou uitbrengen; daar de eiser in Belgie een sociale reclassering wenst uit te werken, diende de directeur een advies zowel inzake voorwaardelijke invrijheidstelling als inzake voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied uit te brengen.

2. In zoverre het middel aanvoert dat de directeur eveneens een advies over de voorwaardelijke invrijheidstelling diende uit te brengen, is het niet gericht tegen het bestreden vonnis en bijgevolg niet ontvankelijk.

3. Ook al is de voorwaardelijke invrijheidstelling van toepassing op alle veroordeelden, ongeacht hun nationaliteit, blijkt uit de artikelen 47, § 1, 1° en 48 Wet Strafuitvoering dat deze strafuitvoeringsmodaliteit niet kan worden toegepast wanneer het niet mogelijk is om een nuttige reclassering uit te werken omdat de veroordeelde niet gerechtigd is in het Rijk te verblijven.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.

Ambtshalve beoordeling

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 5,31 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 25 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsmodaliteit

  • Voorwaardelijke invrijheidstelling

  • Toepassing

  • Tegenaanwijzingen

  • Geen verblijfsrecht in België