- Arrest van 25 januari 2011

25/01/2011 - P.10.1286.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het misdrijf van verlating van familie is een voortdurend misdrijf; nieuwe veroordelingen voor verlating van familie zijn niet mogelijk wegens feiten waarvoor de onderhoudsplichtige reeds eerder werd veroordeeld (1). (1) Zie: Cass., 22 sept. 2004, AR P.04.0511.F, A.C., 2004, nr. 425.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1286.N

B. G.

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Jan De Brabanter, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

I. C. C. J. B.

beklaagde,

verweerder,

met als raadsman mr. Erwin Goffin, advocaat bij de balie te Leuven.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 15 juni 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De eiseres heeft, behoudens haar veroordeling in de kosten op strafgebied, geen hoedanigheid op te komen tegen de beslissing op de tegen de verweerder ingestelde strafvordering.

In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 391bis Strafwetboek: het misdrijf van verlating van familie is een "voortdurend opeenvolgend misdrijf" dat voortduurt tot op het ogenblik van de volledige betaling van de achterstallige onderhoudsuitkeringen die meer dan twee maanden vrijwillig niet betaald werden; de verweerder werd bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 april 2006 veroordeeld wegens verlating van familie wegens wanbetaling van onderhoudsgelden tot 3 december 2002; sinds die laatste datum heeft hij geen enkele betaling meer verricht; met de reden dat nergens uit blijkt dat er in de periode van de huidige telastlegging andere onderhoudsgelden verschuldigd waren dan deze waarvan sprake in het arrest van 19 april 2006, spreken de appelrechters hem ten onrechte vrij.

3. Het misdrijf van verlating van familie is een voortdurend misdrijf. Nieuwe veroordelingen voor verlating van familie zijn niet mogelijk wegens feiten waarvoor de onderhoudsplichtige reeds eerder werd veroordeeld.

4. De appelrechters stellen met overname van de redenen van de eerste rechter die zij aanvullen met eigen redenen, onaantastbaar vast dat:

- de rechtstreekse dagvaarding van de eiseres gesteund is op het niet-betalen van achterstallige onderhoudsgelden tot november 1997 voor een bedrag van 13.567,36 euro, te vermeerderen met de interest van 1 november 1997 tot 29 juni 2006, datum van de rechtstreekse dagvaarding;

- de eiseres niet aantoont dat in de periode van de telastlegging, te weten van 4 december 2002 tot 29 juni 2006, nog maandelijks onderhoudsgelden verschuldigd waren voor de inmiddels reeds geruime tijd meerderjarige kinderen;

- de verweerder voor het niet-betalen van onderhoudsgelden tot november 1997 veroordeeld werd bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 april 2006.

Aldus oordelen de appelrechters dat het niet bewezen is dat in de periode van de huidige telastlegging nieuwe, zijnde andere dan deze waarvan sprake in het arrest van 19 april 2006, onderhoudsgelden vervielen, en verantwoorden zij hun beslissing naar recht dat het niet bewezen is dat de verweerder opnieuw schuldig is aan verlating van familie.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de appelrechters beantwoorden de door de eiseres in conclusies ontwikkelde argumentatie niet.

6. De appelrechters hoeven niet te antwoorden op een voor de eerste rechter genomen, maar voor hen niet hernomen conclusie.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres in hoger beroep een conclusie heeft overgelegd of hernomen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 50,99 euro, waarvan 20,99 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 25 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Aard van het misdrijf

  • Voortdurend misdrijf