- Arrest van 26 januari 2011

26/01/2011 - P.10.1324.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 17, derde lid, van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, staat in afwijking van artikel 42, 1°, van het Strafwetboek de bijzondere verbeurdverklaring toe van de zaken die gediend hebben tot het plegen van het misdrijf, zelfs wanneer die niet in eigendom toebehoren aan de veroordeelde (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1324.F

P. B.,

beklaagde,

eiser,

mr. Martin Orban, advocaat bij de balie te Eupen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep, dat in de Duitse taal is gesteld, is gericht tegen het arrest dat op 17 juni 2010 in die taal is gewezen door de correctionele kamer van het hof van beroep te Luik.

Bij beschikking van 29 juli 2010 heeft de Eerste Voorzitter van het Hof beslist dat de rechtspleging vanaf de rechtszitting in de Franse taal zal worden gevoerd.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Op 16 december 2010 heeft advocaat-generaal Damien Vandermeersch een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 26 januari 2011 heeft raadsheer Gustave Steffens verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de strafvordering

Middel

Het middel verwijt het arrest dat het zichzelf tegenspreekt en artikel 433novies, derde lid, Strafwetboek schendt, door de verbeurdverklaring te bevestigen van twee voertuigen en van de tegenwaarde van een derde voertuig, ofschoon de appelrechters de eiser hebben vrijgesproken van mensenhandel, voor welk ten laste gelegd feit het beroepen vonnis die verbeurdverklaring met toepassing van artikel 433quinquies van hetzelfde wetboek had uitgesproken.

Artikel 433novies, derde lid, bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, Strafwetboek, wordt toegepast op degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan het in artikel 433quinquies bedoelde misdrijf, zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft geen eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat die verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring schaadt.

Het arrest verklaart de eiser schuldig aan verschillende telastleggingen, waaronder het feit dat hij acht buitenlandse onderdanen arbeid heeft laten verrichten zonder vooraf een arbeidsvergunning te hebben verkregen van de bevoegde overheid, wat in strijd is met de bepalingen van de Buitenlandse Arbeidskrachtenwet 1999 (telastlegging VI).

Nadat de appelrechters hebben vastgesteld dat de bewezen verklaarde telastleggingen de uiting zijn van éénzelfde strafbaar opzet waarop alleen de zwaarste straf mag worden toegepast, passen zij voor telastlegging VI de straf toe die in artikel 12, 2°, a, Buitenlandse Arbeidskrachtenwet 1999 is bepaald. Die bepaling voorziet in een gevangenisstraf en een geldboete of in één van die straffen alleen, en artikel 14 van de voormelde wet verduidelijkt de wijze waarop de geldboete wordt toegepast.

Daarnaast staat artikel 17, derde lid, Buitenlandse Arbeidskrachtenwet 1999, op soortgelijke wijze als artikel 433novies, derde lid, Strafwetboek, in afwijking van artikel 42, 1°, Strafwetboek, de bijzondere verbeurdverklaring toe van de zaken die gediend hebben tot het plegen van het misdrijf, zelfs wanneer die niet in eigendom toebehoren aan de veroordeelde.

In strijd met wat de eiser aanvoert, spreekt het arrest, nadat het de telastlegging mensenhandel niet bewezen heeft verklaard, de verbeurdverklaring van de hierboven vermelde goederen niet uit op grond van artikel 433novies, derde lid, Strafwetboek. Het oordeelt immers dat de voertuigen gediend hebben tot het plegen van de misdrijven waaraan de eiser schuldig werd verklaard en het vermeldt artikel 17 Buitenlandse Arbeidskrachtenwet 1999.

De appelrechters omkleden hun beslissing aldus regelmatig met redenen en verantwoorden ze naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die de eiser veroordelen om de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid schadevergoeding te betalen

De eiser voert geen bijzonder middel aan.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bijzondere verbeurdverklaring

  • Tewerkstelling van buitenlandse werknemers zonder vergunning

  • Verbeurdverklaring van de zaken die gediend hebben tot het plegen van het misdrijf

  • Eigendomsvoorwaarde