- Arrest van 1 februari 2011

01/02/2011 - P.10.1335.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het misdrijf van niet-verzekerd voeren als eigenaar, stelt de enkele daarin omschreven overtreding strafbaar, zodat het feit van deze overtreding zelf impliceert dat de dader het wetsvoorschrift wetens en willens heeft overtreden en er geen opzet moet worden bewezen; de dader is alleen dan niet strafbaar wanneer hij aantoont of geloofwaardig maakt dat hij heeft gehandeld ingevolge overmacht of onoverwinnelijke dwaling (1). (1) Zie Cass., 11 mei 1971, A.C., 1971, 907.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1335.N

1. D. L. M. D.,

beklaagde,

2. D. A.,

civielrechtelijk aansprakelijke partij,

3. T. D.,

civielrechtelijk aansprakelijke partij,

eisers,

met als raadsman mr. Veerle Dossche, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 25 juni 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Derde middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert miskenning aan van de bewijskracht van akten: door te stellen dat de eisers als reden om zich te beroepen op de uitzonderingsbepaling van artikel 3, § 1, derde lid, koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen (hierna: KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen), opgeven dat het voertuig dateert van het bouwjaar 1972 in plaats van vóór voormeld koninklijk besluit, geven de appelrechters aan de conclusie van de eisers een andere betekenis of draagwijdte.

2. De appelrechters stellen weliswaar dat de eisers aanvoeren dat het voertuig dateert van het bouwjaar 1972 maar oordelen dat de eisers niet aantonen dat het motorrijwiel in het verkeer werd gebracht vóór 15 november 1974, dit is de datum van inwerkingtreding van artikel 3 KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen.

Aldus miskennen zij de bewijskracht van eisers' conclusie niet.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 3, § 1, derde lid, KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen, evenals miskenning van het recht van verdediging: er was geen proces-verbaal van goedkeuring vereist voor brom- en motorfietsen van vóór het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen; bovendien legt artikel 3 KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen niet de verplichting op dat het rijtuig vóór 15 november 1974 in het verkeer moet zijn gebracht op het Belgische grondgebied; vermits bromfietsen van vóór de inwerkingtreding van het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen niet onderhevig zijn aan de verplichting van een gelijkvormigheidsattest, legt een andere interpretatie van "het in verkeer brengen" aan de eisers een bewijslast op waaraan zij niet kunnen voldoen; aldus miskennen de appelrechters eisers' recht van verdediging.

4. Artikel 3, § 1, KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen bepaalt: "Elk voertuig dat in België gebouwd of gemonteerd is of dat in België ingevoerd is onder dekking van een aangifte ten verbruik moet het voorwerp van een goedkeuring per type uitmaken.

Die goedkeuring, verleend door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde, is bestemd om vast te stellen of het voertuig voldoet aan de voorschriften van dit besluit.

Deze bepaling is niet toepasselijk op de voertuigen waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit geen proces-verbaal van goedkeuring was vereist en die voor die datum in het verkeer werden gebracht."

Artikel 3, § 3, KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen bepaalt dat de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde, bij wijze van uitzondering, de goedkeuring en het in het verkeer brengen van een voertuig als alleenstaand geval kan toelaten volgens de procedure en de goedkeuringsvoorwaarden die hij vaststelt.

Uit de samenhang tussen beide bepalingen volgt dat enkel het in het Belgische verkeer brengen wordt bedoeld.

In zoverre faalt het onderdeel naar recht.

5. De uitzonderingsbepaling van artikel 3, § 1, derde lid, KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen geldt enkel wanneer aan de dubbele voorwaarde is voldaan dat vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit geen proces-verbaal van goedkeuring vereist was voor het betrokken motorrijtuig en dat dit vóór die datum in België in het verkeer werd gebracht.

6. De appelrechters stellen vast dat:

- uit de stukken 7 en 8 van de eisers blijkt dat ook het oude motorrijwiel, date¬rend van vóór de inwerkingtreding van het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen, volgens de toenmalige wetgeving onderworpen was aan het proces-verbaal van goedkeuring;

- de eisers niet aantonen dat het motorrijwiel vóór 15 november 1974 in België in het verkeer werd gebracht.

Met die aangehaalde redenen leggen zij aan de eisers geen onrechtmatige bewijslast op maar verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Eerste middel

7. Het middel voert schending aan van artikel 15 IVBPR en artikel 14 Grondwet, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de niet-retroactiviteit van de wet: het motorrijtuig waarmee de eiser 1 reed, is van het bouwjaar 1972 en aldus in het verkeer gebracht vóór de inwerkingtreding van het Wegverkeersreglement en het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen; het motorrijtuig voldeed aan de vereisten die vóór de inwerkingtreding van het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen waren voorgeschreven; ingevolge het beginsel dat een wet die een nieuwe straf invoert die tevoren niet bestond, niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast op feiten die zich vóór de inwerkingtreding van die wet hebben voorgedaan, is dit koninklijk besluit slechts van toepassing op motorrijtuigen die na de datum van de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit in het verkeer zijn gebracht.

8. Het beginsel van de niet-retroactiviteit van de strafwet verbiedt een beklaagde te veroordelen wegens een feit dat op het ogenblik dat het gepleegd werd niet strafbaar was gesteld.

9. De eiser 1 wordt vervolgd en veroordeeld wegens feiten die zich hebben voorgedaan op 18 april 2009.

De bepalingen van de artikelen 1 tot 10, 16 tot 28, 31, 32, 35 tot 37 en 39 KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen zijn in werking getreden op 15 november 1974.

Aldus wordt de eiser niet veroordeeld voor feiten die hij heeft gepleegd vóór de inwerkingtreding van het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

10. Voor het overige volgt uit het antwoord op het tweede onderdeel van het derde middel dat aan de voorwaarde dat het motorrijtuig in België in het verkeer werd gebracht vóór de inwerkingtreding van het KB Technische Eisen Bromfietsen en Motorfietsen, niet is voldaan zodat de uitzonderingsbepaling van artikel 3, § 1, derde lid, ter zake niet geldt.

In zoverre het middel afgeleid is uit het vergeefs aangevoerde tweede onderdeel van het derde middel, kan het niet worden aangenomen.

Tweede middel

11. Het middel voert schending aan van de artikelen 1, 2, § 1, 22, § 1, 1e lid, en 24 WAM 1989: door te oordelen dat eisers' argumentatie dat zij niet de intentie hadden het betrokken motorrijtuig niet te laten verzekeren, minstens dat zij te goeder trouw waren, niet relevant is, negeren de appelrechters het morele bestanddeel van het misdrijf niet-verzekerd voeren.

12. Het misdrijf van het niet-verzekerd voeren als eigenaar, stelt de enkele daarin omschreven overtreding strafbaar, zodat het feit van deze overtreding zelf impliceert dat de dader het wetsvoorschrift wetens en willens heeft overtreden en geen opzet moet worden bewezen. De dader is alleen dan niet strafbaar wanneer hij aantoont of geloofwaardig maakt dat hij heeft gehandeld ingevolge overmacht of onoverwinnelijke dwaling.

13. De appelrechters stellen vast dat de door de eiser 1 bestuurde motorfiets op de rollentestbank 62 kilometer per uur kon ontwikkelen en volgens de conclusie van de eisers zelfs 70 kilometer per uur, zodat het een motorfiets was, waarvoor geen geldige verzekering was gesloten. Zij oordelen verder dat de argumentatie die de eisers aanvoeren om hun onwetendheid of goede trouw ter zake aan te tonen, niet relevant is.

Aldus oordelen de appelrechters onaantastbaar dat de eiser 1 niet geloofwaardig maakt dat hij heeft gehandeld ingevolge overmacht of onoverwinnelijke dwaling en verantwoorden zij hun beslissing naar recht dat de eiser 1 schuldig is aan het niet-verzekerd in het verkeer brengen van zijn bromfiets Honda klasse B (die in werkelijkheid een motorfiets is waarvoor geen verzekering is afgesloten).

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

14. De substantiele of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 63,39 euro.

K. Vanden Bossche

F. Van Volsem

K. Mestdagh

L. Van hoogenbemt

P. Maffei

E. Goethals

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 1 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche

Vrije woorden

  • Moreel bestanddeel

  • In het verkeer brengen van een niet-verzekerd voertuig als eigenaar

  • Opzet