- Arrest van 1 februari 2011

01/02/2011 - P.10.1354.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter kan de beklaagde wegens het onopzettelijk toebrengen van verwondingen slechts dan veroordelen wanneer hij met zekerheid kan stellen dat zonder het aan de beklaagde ten laste gelegde gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid de letsels zich niet zouden hebben voorgedaan, zoals zij zich concreet hebben voorgedaan (1). (1) Cass., 3 april 1987, AR 1007, A.C., 1986-87, 1012.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1354.N

I

1. A. H., in eigen naam en als vertegenwoordiger van zijn minderjarig kind A. H.,

burgerlijke partij,

2. S. S., in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar minderjarig kind A. H.,

burgerlijke partij,

eisers,

met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie te Brussel.

II

LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1031 Brussel, Haachtsesteenweg 579,

vrijwillig tussengekomen partij,

eiseres,

beide cassatieberoepen tegen

A. L. B. G. G.,

beklaagde,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 juni 2010.

De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiseres II voert geen middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht .

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 418 Strafwetboek en de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek alsmede miskenning van de bewijsregels in strafzaken: het arrest oordeelt ten onrechte dat niet met zekerheid kan besloten worden dat de verweerster enige fout in oorzakelijk verband met de opgelopen hersenletsels heeft begaan en dat het college van deskundigen aangesteld bij arrest van 29 februari 2008 met betrekking tot de gebrekkige monitoring niet uitdrukkelijk enig causaal verband aanneemt; om te besluiten dat de feiten niet bewezen zijn, moet de rechter uitsluiten dat uit de voorgelegde gegevens blijkt dat zo dit gebrek niet zou begaan zijn, de schade zich niet op dezelfde wijze zou hebben voorgedaan; de redenen van het arrest laten niet toe na te gaan of dit wel het geval is, waardoor het arrest een motiveringsgebrek vertoont; bovendien miskent het arrest de bewijskracht van het verslag van het voormelde college van deskundigen.

2. Artikel 418 Strafwetboek stelt strafbaar het toebrengen van letsels door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid zonder het oogmerk de persoon van een ander aan te randen. De rechter kan de beklaagde van dergelijk feit slechts dan veroordelen wanneer hij met zekerheid kan vaststellen dat zonder het aan de beklaagde ten laste gelegde gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid de letsels zich niet zouden hebben voorgedaan zoals zij zich concreet hebben voorgedaan.

Hieruit volgt dat wanneer de rechter de zekerheid niet heeft dat zonder het gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid de letsels zich niet op dezelfde wijze zouden hebben voorgedaan, hij de beklaagde niet schuldig kan verklaren. Daarvoor is evenwel niet vereist dat de rechter dit oorzakelijk verband moet uitsluiten.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

3. Het aangevoerde motiveringsgebrek is afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk.

4. Het verslag van het college van deskundigen aangesteld bij arrest van 29 februari 2008 vermeldt: "Gezien de specifieke anatomie, fysiologie en farmacologie van het jonge kind, zou een zorgvuldig anesthesist, tijdens de narcose van een heelkundig herstel van de navelbreuk bij een anderhalfjaar oud kind, naast zijn klinische en dus subjectieve observatie, minstens een saturatiemeter, een automatische bloeddrukmeter, een capnograaf/capnometer (waarbij het volgen van de trends belangrijk is) en een pulse-to-pulse electrocardiogram aanwenden als objectieve controle. Dit om ‘problemen' tijdig te onderkennen en efficiënt te kunnen behandelen, wat in casu niet gebeurde."

5. Daarover oordeelt het arrest: "Enig causaal verband met de schade opgelopen door het kind wordt evenwel niet uitdrukkelijk weerhouden in het verslag." Aldus geeft het arrest van het deskundigenverslag geen uitlegging die ermee onverenigbaar is.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten in het geheel op 128,23 euro, waarvan de eisers I 32,44 euro verschuldigd zijn en de eiseres II 35,79 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 1 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Onopzettelijk toebrengen van letsel

  • Veroordeling

  • Vereiste