- Arrest van 2 februari 2011

02/02/2011 - P.11.0174.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een zaak wordt op regelmatige wijze bij de onderzoeksrechter aanhangig gemaakt met een mondelinge vordering van het openbaar ministerie; het stuk dat de akte van die vordering uitmaakt wordt naderhand opgemaakt in de vorm van een gedagtekend en ondertekend geschrift; het is niet vereist dat die akte waarbij de mondelinge vordering wordt bevestigd, door het openbaar ministerie wordt opgesteld nog vóór de eerste onderzoeksverrichtingen zijn uitgevoerd (1). (1) Cass., 12 jan. 2000, AR P.00.0002.F, A.C., 2000, nr. 27.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0174.F

G. D.,

inverdenkinggestelde, gedetineerd,

eiser,

mrs. Jean-Luc Berwart en Mirabelle Lenaerts, advocaten bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 januari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Génicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eiser voert aan dat de zaak op 31 december 2010 op onregelmatige wijze bij de onderzoeksrechter aanhangig is gemaakt en dat bijgevolg, bij gebrek aan een schriftelijke en ondertekende vordering van diezelfde datum, het bevel tot aanhouding op onregelmatige wijze is uitgevaardigd.

Een zaak wordt op regelmatige wijze bij de onderzoeksrechter aanhangig gemaakt met een mondelinge vordering van het openbaar ministerie. Het stuk dat de akte van die vordering uitmaakt wordt naderhand opgemaakt in de vorm van een gedagtekend en ondertekend geschrift. Het is niet vereist dat die akte, die de mondelinge vordering bevestigt, door het openbaar ministerie wordt opgesteld, nog vóór de eerste onderzoeksverrichtingen zijn uitgevoerd.

Aangezien de onderzoeksrechter op 31 december 2010 mondeling was gevorderd, kon hij op 3 januari 2011 wettig een bevel tot aanhouding uitvaardigen, ook als de schriftelijke en ondertekende vordering waardoor de zaak aanhangig gemaakt werd, dagtekent van 4 januari 2011, wat het arrest, met overneming van de redenen van de vordering en van de beroepen beschikking, vaststelt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Mate waarin de zaak aanhangig is gemaakt

  • Vordering

  • Openbaar ministerie

  • Mondelinge vordering

  • Geldigheid