- Arrest van 2 februari 2011

02/02/2011 - P.10.1601.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het feit dat de pathologische aanleg van de getroffene tot de schade heeft bijgedragen sluit de verplichting niet uit om die schade volledig te vergoeden, behalve wat de gevolgen betreft die zich hoe dan ook, zelfs zonder fout, zouden hebben voorgedaan (1). (1) "L'appréciation de la causalité dans le jugement des actions publiques et civiles", in "Actualité de droit pénal", Uitg. Jeune barreau de Bruxelles, 2001, p. 48, nr. 15.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1601.F

J. V.,

beklaagde,

eiser,

mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

F. E.,

burgerlijke partij,

verweerster,

mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Verviers van 23 september 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Aangevoerd wordt dat het vonnis niet antwoordt op het middel volgens hetwelk de vroegere gezondheidstoestand van het slachtoffer aan de basis ligt van haar vervroegde pensionering.

2. Het vonnis oordeelt, onder meer op grond van de conclusies van het deskundigenonderzoek, dat de verweerster haar betrekking heeft verloren door de letsels ten gevolge van het door de eiser veroorzaakte ongeval.

Volgens de appelrechters valt door de aard van die letsels niet te verwachten dat de verweerster, gelet op haar beroepsopleiding en de configuratie van de arbeidsmarkt, opnieuw een soortgelijke betrekking of een andere functie had kunnen vinden die zij in staat zou zijn dagelijks uit te oefenen.

Het vonnis leidt daaruit af dat die elementen het slachtoffer de facto honderd procent blijvend arbeidsongeschikt hebben gemaakt.

3. Het feit dat de pathologische aanleg van het slachtoffer tot de schade heeft bijgedragen sluit de verplichting niet uit om die schade volledig te vergoeden, behalve wat de gevolgen betreft die zich hoe dan ook, zelfs zonder fout, zouden hebben voorgedaan.

De eiser heeft niet aangevoerd dat de reeds bestaande toestand van het slachtoffer, ook zonder ongeval, tot haar pensionering zou hebben geleid.

4. Daaruit volgt dat de hierboven samengevatte overwegingen van het vonnis, die geen twijfel laten over het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, op afdoende wijze het zogenaamd onbeantwoord gebleven verweer weerleggen.

Het middel kan bijgevolg niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. De eiser stelt dat de schade, ook zonder het ongeval, zich op dezelfde wijze had kunnen voordoen zoals het feitelijk gebeurd is. Tevens voert hij aan dat de schade van de verweerster niet bestaat in haar vervroegde pensionering maar in het verlies van haar kans om niet voortijdig gepensioneerd te worden.

Die grieven werden niet voor de appelrechters aangevoerd, daar de eiser alleen aangevoerd heeft dat het ongeval niet de enige oorzaak van de schade was.

Het middel is wat dat betreft nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk.

6. Het staat niet aan de bodemrechters om zich te baseren op een reeds bestaande ziektetoestand van het slachtoffer om, recht evenredig hiermee, de vergoeding te verminderen van de schade die zij heeft geleden ten gevolge van een fout, zonder welke de schade zich niet zou hebben voorgedaan zoals die werkelijk ontstaan is.

Het middel dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Getroffene

  • Reeds bestaande toestand

  • Pathologische aanleg