- Arrest van 3 februari 2011

03/02/2011 - C.10.0002.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het arrest dat de veroordeling van de eiser grondt op een door de partijen niet aangevoerd feitelijk middel, zonder het aan hun tegenspraak te onderwerpen, miskent het recht van verdediging van de eiser.

Arrest - Integrale tekst

NR. C.10.0002.F

DOMAINE DE LA ROSE BLANCHE nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

SOWACO nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 30 juni 2009 gewezen door het hof van beroep te Luik.

Raadsheer Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert vier middelen aan.

III. BESLISSSING VAN HET HOF

Eerste middel

Tweede onderdeel

In haar appelconclusie vorderde de verweerster dat de eiseres zou worden veroordeeld tot betaling van de "conventionele interest van 12 pct. op [het] bedrag [van 39.700 euro]" en voerde hiertoe aan dat "de conventionele interest van 12 pct. op dat bedrag in een geschil tussen handelaars niet buitensporig is".

In haar appelconclusie betoogde de eiseres dat de verweerster "niet aantoont dat de conventionele interest 12 pct. bedraagt", dat "de partijen nooit een interest van 12 pct. overeengekomen zijn" en dat "de partijen alleen gebonden zijn door de bijzondere aannemingsvoorwaarden waarin die interest niet vermeld wordt".

Het arrest beslist dat "(de eiseres) een conventionele verwijlinterest verschuldigd is van 12 pct. per jaar" op grond dat "(de eiseres) niet rechtsgeldig kan aanvoeren dat zij niet op de hoogte gebracht is van dat percentage - dat helemaal niet buitensporig is - (...) aangezien (de verweerster) tegen (verschillende bestellingen) meer dan eens bezwaar heeft aangetekend zonder dat (de eiseres) zich hiertegen had verzet".

Het arrest dat zijn beslissing grondt op dat door de partijen niet aangevoerde middel zonder het aan hun tegenspraak te onderwerpen, miskent het recht van verdediging van de eiseres.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede middel

Tweede onderdeel

In haar appelconclusie vorderde de verweerster dat de eiseres zou worden veroordeeld tot betaling "van een strafbeding van 15 pct. op 39.700 euro" en voerde hiertoe aan dat "het strafbeding van 15 pct. evenmin buitensporig is (daar het hier een geschil tussen handelaars betreft), en strekt tot vergoeding voor geleden tijdverlies, allerlei gerechtelijke stappen, aanwezigheid op de deskundigenonderzoeken en allerhande, door het geschil veroorzaakte kosten".

In haar appelconclusie betoogde de eiseres dat de verweerster "niet aantoont dat een strafbeding van 15 pct. is overeengekomen voor eventueel te laat betaalde facturen" en dat "de partijen enkel gebonden zijn door de bedingen van de bijzondere aannemingsvoorwaarden".

Het arrest beslist dat "het strafbeding van 15 pct. (...) ook door (de eiseres) verschuldigd is" en wel "om dezelfde redenen" als die welke aan de basis liggen van de beslissing dat "er met (de eiseres) een verwijlinterest van 12 pct. per jaar is overeengekomen".

Het arrest dat zijn beslissing grondt op dat door de partijen niet aangevoerde middel zonder het aan hun tegenspraak te onderwerpen, miskent het recht van verdediging van de eiseres.

Het onderdeel is gegrond.

De overige grieven

Er bestaat geen grond tot onderzoek noch van het derde en vierde middel noch van de overige onderdelen van het eerste en tweede middel, aangezien die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt om aan de verweerster interest te betalen op het hoofdbedrag van 39.700 euro alsook een vergoeding van 5.955 euro, en uitspraak doet over de kosten;

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 3 februari 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bevoegdheid van de rechter

  • Feitelijk middel dat door de partijen niet is aangevoerd