- Arrest van 11 februari 2011

11/02/2011 - C.11.0065.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De akte van de wraking van een lid van een uitvoerende kamer van een beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen, zoals het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars, kan bij gebrek aan een specifieke griffieorganisatie in de lokalen van het beroepsinstituut worden neergelegd, weze dit op de rechtszitting (1). (1) Zie Cass., 1 okt. 2009, AR D.08.0025.N, nr. 545.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0065.N

H.L.,

verzoeker tot wraking,

met als raadsman mr. Frank Burssens, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De verzoeker wraakt een aantal leden van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. WRAKINGSGRONDEN

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, de redenen van zijn wraking aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Volgens artikel 1 KB van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar, is het KB van 27 november 1985 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van de beroepsinstituten die voor de dienstverlenende intellectuele beroepen zijn opgericht (verder: KB 27 november 1985), ter zake toepasselijk.

Volgens artikel 65 KB 27 november 1985 heeft eenieder die partij is in een zaak die wordt voorgelegd aan een uitvoerende kamer, de verenigde uitvoerende kamers of aan een kamer van beroep of aan de verenigde kamers van beroep, het recht de wraking van een lid van deze kamer te vragen, overeenkomstig de artikelen 828 en volgende Gerechtelijk Wetboek.

Volgens artikel 66 KB 27 november 1985 wordt de beoordeling van een wrakingverzoek tegen een lid van de uitvoerende kamer of van de verenigde uitvoerende kamers opgedragen aan respectievelijk de kamer van beroep of de verenigde kamers van beroep, terwijl de beoordeling van een wrakingverzoek tegen een lid van een kamer van beroep of van de verenigde kamers van beroep opgedragen wordt aan het Hof van Cassatie. De procedure verloopt zoals bepaald in artikel 838 Gerechtelijk Wetboek.

2. Uit deze laatste bepaling blijkt dat het Hof bevoegd is om het wrakingverzoek te beoordelen, dat de verzoeker voor de aanvang van de pleidooien heeft neergelegd op de rechtszitting van 25 januari 2011 van de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.

3. Volgens artikel 835 Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering tot wraking op straffe van nietigheid ingeleid bij een ter griffie neergelegde akte die de middelen bevat en ondertekend wordt door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven.

4. De akte van de wraking van een lid van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars, kan bij gebrek aan een specifieke griffieorganisatie in de lokalen van het beroepsinstituut worden neergelegd, weze dit op de rechtszitting.

5. Het wrakingverzoek van één effectief lid en vijf plaatsvervangende leden van de kamer van beroep is neergelegd op de rechtszitting van deze kamer vóór de aanvang van de pleidooien, het bevat de wrakinggronden en is ondertekend door een advocaat met de vereiste anciënniteit. Het verzoek voldoet derhalve aan de vereisten van de artikelen 833 en 835 Gerechtelijk Wetboek.

Volgens artikel 838 Gerechtelijk Wetboek zendt de secretaris de wrakingakte en de verklaring van de rechter enkel aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie indien de rechter heeft geantwoord dat hij weigert zich van de zaak te onthouden of indien hij in gebreke is gebleven te antwoorden binnen de termijn van artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek.

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de secretaris van de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars de formaliteiten van artikel 836 Gerechtelijk Wetboek heeft nageleefd. Zo blijkt niet dat hij de akte van wraking heeft overhandigd aan de gewraakte leden van de kamer van beroep. Ook het antwoord van de gewraakte leden ontbreekt.

Pas nadat de voormelde vereisten zijn vervuld zal het Hof kunnen kennisnemen van het wrakingverzoek.

Dictum

Het Hof,

Verwijst de zaak terug naar de kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.

Laat de kosten ten laste van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars.

Bepaalt de kosten op de som van nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 11 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Beroepsinstituut voor de dienstverlenende intellectuele beroepen

  • Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars

  • Uitvoerende kamer

  • Lid

  • Wraking

  • Akte

  • Neerlegging

  • Plaats en tijdstip

  • Ontvankelijkheid