- Arrest van 11 februari 2011

11/02/2011 - F.10.0002.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten is niet van toepassing op de bezwaarprocedure inzake gemeentebelastingen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0002.N

STUDIO FILMTHEATERS nv, met zetel te 3000 Leuven, Brabançonne-straat 25,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

STAD LEUVEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3000 Leuven, Grote Markt 9,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 17 januari 2008.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 2 van de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten is deze wet van toepassing op de provinciale en gemeentelijke administratieve overheden. Onder administratieve overheid wordt verstaan een administratieve overheid als bedoeld in artikel 14 Wet Raad van State.

Krachtens artikel 9 van de wet van 24 december 1994 op de vestiging en invordering van provincie- en gemeentebelastingen kan de belastingplichtige een bezwaar tegen een provincie- of gemeentebelasting indienen respectievelijk bij de gouverneur of bij het college van burgemeester en schepenen, die als bestuursoverheid handelen.

Krachtens artikel 10 van deze wet kan tegen de beslissing van voornoemde overheden beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de belasting werd gevestigd.

2. Uit de context van deze bepalingen volgt dat tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over een bezwaar tegen een gemeentebelasting enkel hoger beroep openstaat bij de rechtbank van eerste aanleg en niet bij de Raad van State wet van 12 november 1997 is bijgevolg niet van toepassing op de bezwaarprocedure.

3. Krachtens artikel 1 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is deze wet van toepassing op de federale overheden en op de administratieve overheden andere dan de federale administratieve overheden, maar slechts in de mate dat deze wet op gronden die tot de federale bevoegdheid behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten verbiedt of beperkt.

Hieruit volgt dat deze wet niet van toepassing is op beslissingen van een college van burgemeester en schepenen, dat uitspraak doet over een belastinggeschil.

Het middel dat gesteund is op een schending van artikel 2, 4°, van de wet van 11 april 1994 en van artikel 3, 4°, van de wet van 12 november 1997 ook al is het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is dus niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 162,75 euro jegens de eisende partij en op de som van 223,73 euro jegens de verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 11 februari 2011 uitgesproken door afdelings-voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Bezwaarprocedure

  • Openbaarheid van bestuur

  • Wet van 12 november 1997

  • Toepasselijkheid