- Arrest van 11 februari 2011

11/02/2011 - F.10.0023.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die na uitputting van het administratief beroep kennisneemt van een vordering betreffende het Leegstandsdecreet is gehouden het werkelijk verschuldigde bedrag te bepalen of te laten bepalen door het bestuur (1). (1) Zie Cass., 14 jan. 2011, AR F.10.0007.N, met concl. adv.-gen. D. Thijs, www.cass.be.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0023.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. D.V.,

2. M.D.,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 9 april 2009.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 39, § 2, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 (hierna: Leegstandsdecreet), zoals hier van toepassing, kan de belastingplichtige tegen de aanslag gevestigd op grond van artikel 39, § 1, van dit decreet met een gemotiveerd verzoekschrift in beroep gaan bij de Vlaamse regering.

Krachtens artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van geschillen betreffende een belastingwet.

Krachtens artikel 1385undecies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering tegen de belastingadministratie inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de rechter die na uitputting van het administratief beroep kennisneemt van een vordering betreffende het Leegstandsdecreet gehouden is het werkelijk verschuldigde bedrag van de heffing te bepalen of te laten bepalen door het bestuur.

3. De appelrechters oordelen dat de door het bestuur in aanmerking genomen oppervlakteverhouding niet correct is en de heffingen bijgevolg niet conform de werkelijke situatie werden berekend.

4. Door de heffing op deze grond te vernietigen zonder het verschuldigde bedrag van de heffingen te bepalen of te laten bepalen door het bestuur, schenden de appelrechters de voormelde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 11 februari 2011 uitgesproken door afdelings-voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Vlaams Gewest

  • Leegstandsdecreet

  • Aanslag

  • Administratief beroep

  • Uitputting

  • Vordering tegen de belastingadministratie

  • Bevoegdheid van de rechter