- Arrest van 14 februari 2011

14/02/2011 - S.10.0031.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van procureur-generaal LECLERCQ.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0031.F

O. E.,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

RIJKSDIENST VOOR PENSIOENEN,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 15 december 2009 op verwijzing gewezen door het arbeidshof te Luik, ten gevolge van het arrest van het Hof van 12 juni 2006.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 3, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals het van toepassing was op het ogenblik van het huwelijk van de eiseres met de heer S. op 27 augustus 1977;

- de artikelen 2, 15, 46 en 127 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht;

- de artikelen 30 en 31 van de "Code du statut personnel et des successions marocain";

- artikel 570, inzonderheid tweede lid, 1 en 2, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wet van 16 juli 2004;

- artikel 149 van de Grondwet.

Aangevochten beslissingen

Het arrest wijzigt het beroepen vonnis en bevestigt de administratieve beslissing van 27 april 1999, waarbij de verweerder weigert om aan de eiseres het gedeeltelijk rustpensioen als gescheiden echtgenote toe te kennen en veroordeelt haar in de kosten, om de volgende redenen:

"In deze zaak bevat het dossier geen enkel gegeven op grond waarvan kan worden nagegaan of de eerste echtgenote de ontbinding van haar huwelijk ondubbelzinnig en zonder dwang aanvaard heeft, ook al is dat huwelijk volgens het Marokkaans recht ontbonden;

[...] Uit die overwegingen volgt dat de verstoting van de eerste echtgenote, in het licht van artikel 570, tweede lid, 1, van het Gerechtelijk Wetboek, niet kan worden aangenomen en in elk geval niet met een echtscheiding kan worden gelijkgesteld. Aangezien in dit geval niet kan worden aangenomen dat er tussen de eerste echtgenote en de heer S. geen huwelijksband meer bestaat, kon de eiseres geen pensioen als gescheiden echtgenote genieten, daar haar huwelijk niet kan worden erkend;

Gelet op artikel 570, tweede lid, 2, van het Gerechtelijk Wetboek, moet de rechter tevens nagaan of het recht van verdediging geëerbiedigd werd;

In dit geval blijkt uit de voorgelegde documenten, en met name uit het afschrift van de akte van echtscheiding van de heer S. en zijn eerste echtgenote, dat alleen de heer S. is verschenen in het geding dat tot de verstoting heeft geleid. Er is geen enkele aanwijzing dat de eerste echtgenote werd gehoord en dat zij haar rechten ook daadwerkelijk heeft kunnen doen gelden. De verstoting of de echtscheiding van de heer S. en zijn eerste echtgenote kunnen in deze zaak bijgevolg geen uitwerking krijgen, ook al bestaat er volgens het Marokkaans recht geen huwelijksband meer tussen de heer S. en zijn eerste echtgenote;

Daarenboven kan uit geen enkel gegeven van het dossier worden afgeleid dat de eerste echtgenote met de verstoting heeft ingestemd. Het feit dat de eerste echtgenote haar verstoting nooit formeel heeft betwist, betekent geenszins dat zij ermee heeft ingestemd. Bovendien kon haar eventuele instemming met de verstoting te dezen geen uitwerking aan die verstoting verlenen, daar een dergelijke instemming de miskenning van het recht van verdediging niet ongedaan kan maken;

Ook om die reden wordt de verstoting van de eerste echtgenote te dezen niet erkend;

Het feit dat de verstoting van de eerste echtgenote krachtens het Marokkaans recht geldig was, alsook het feit dat de tweede echtgenote, de eiseres, voor bepaalde aanvragen door bepaalde Belgische overheden als de echtgenote van de heer S. werd beschouwd, ontzeggen de verweerder geenszins het recht om terug te komen op de geldigheid van het huwelijk van de eiseres met de heer S. en ontzeggen het arbeidshof geenszins het recht om de geldigheid van dat huwelijk in dit geval opnieuw in vraag te stellen en er geen gevolgen aan te verbinden;

Aangezien [de eiseres] niet de echtgenote van de heer S. was, kon zij geen pensioen als gescheiden echtgenote genieten. Het beroepen vonnis moet dus worden gewijzigd".

Grieven

Eerste onderdeel

De voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk worden voor elke echtgenoot in beginsel geregeld door het recht van de Staat waarvan hij bij de voltrekking van het huwelijk de nationaliteit heeft.

De regel wordt thans verwoord in artikel 46, eerste lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, met dien verstande dat die tekst niet van toepassing is op een huwelijk dat vóór de inwerkingtreding ervan is voltrokken maar alleen op de gevolgen van een dergelijk huwelijk na de inwerkingtreding ervan (artikel 127, § 1).

Dezelfde regel was echter voordien reeds van toepassing en werd toen afgeleid uit artikel 3, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.

De vraag of een echtgenoot, die afkomstig is uit een land dat polygamie toestaat, een geldig tweede huwelijk heeft kunnen aangaan, kan dus uitsluitend worden beantwoord aan de hand van de nationale wetgeving van die echtgenoot.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres de tweede echtgenote was van de heer S., een Marokkaan, en dat zowel de eerste als de tweede echtgenote op het ogenblik van hun respectieve huwelijk de Marokkaanse nationaliteit hadden.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt op zijn minst dat de nationaliteit van de echtgenoot en van zijn twee echtgenotes op het ogenblik van hun huwelijk niet werd betwist.

De artikelen 30 en 31 van de "Code du statut personnel et des successions marocain", zoals zij op de datum van het huwelijk van de eiseres en van haar echtgenoot van toepassing waren, stonden polygamie toe.

De heer M.S. mocht volgens het Marokkaans recht dus een tweede huwelijk met de eiseres aangaan, hoewel hij reeds eerder was gehuwd en dat huwelijk niet was ontbonden, en de vraag naar de geldigheid van de verstoting van de eerste echtgenote had dus geen invloed op de geldigheid van het huwelijk met de eiseres.

Het arrest, dat weigert om, met het oog op de daaruit voortvloeiende socialezekerheidsvoordelen, uitwerking te verlenen aan het huwelijk van de eiseres en van haar echtgenoot, waarvan de geldigheidsvoorwaarden geregeld worden door de Marokkaanse wet, omdat laatstgenoemde voordien reeds een huwelijk was aangegaan dat volgens het bestreden arrest niet geldig was ontbonden, en dat, bijgevolg, weigert om aan de eiseres een pensioen als gescheiden echtgenote toe te kennen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht (schending van artikel 3 van het Burgerlijk Wetboek en, voor zover nodig, in zoverre het arrest betrekking heeft op de gevolgen sensu lato van het huwelijk van de eiseres en haar echtgenoot na de inwerkingtreding van het Wetboek van internationaal privaatrecht op 1 oktober 2008, schending van de artikelen 2, 15, 46 en 127 van dat wetboek, alsook van de artikelen 30 en 31 van de "Code du statut personnel et des successions marocain" en van artikel 570 van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid tweede lid, 1 en 2).

Tweede onderdeel

De voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk worden voor elke echtgenoot in beginsel geregeld door het recht van de Staat waarvan hij bij de voltrekking van het huwelijk de nationaliteit heeft.

De regel wordt thans verwoord in artikel 46, eerste lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht, met dien verstande dat die tekst niet van toepassing is op een huwelijk dat vóór de inwerkingtreding ervan is voltrokken maar alleen op de gevolgen van een dergelijk huwelijk na de inwerkingtreding ervan (artikel 127, § 1).

Dezelfde regel was echter voordien reeds van toepassing en werd toen afgeleid uit artikel 3, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.

De vraag of een echtgenoot, die afkomstig is uit een land dat polygamie toestaat, een geldig tweede huwelijk heeft kunnen aangaan, kan dus uitsluitend worden beantwoord aan de hand van de nationale wetgeving van die echtgenoot.

Zoals in het eerste onderdeel van het middel werd aangegeven, blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat de eiseres de tweede echtgenote was van de heer S., een Marokkaan, en dat zowel de eerste als de tweede echtgenote op het ogenblik van hun respectieve huwelijk de Marokkaanse nationaliteit hadden.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt op zijn minst dat de nationaliteit van de echtgenoot en van zijn twee echtgenotes op het ogenblik van hun huwelijk niet betwist wordt.

Indien het Hof echter zou oordelen dat de nationaliteit van de echtgenoot en van de twee echtgenotes niet kan worden afgeleid uit de gegevens van de stukken waarop het vermag acht te slaan, is het arrest niet regelmatig met redenen omkleed.

Het arrest stelt het Hof immers niet in staat de wettigheid te toetsen van de beslissing van het arbeidshof volgens welke er in dit geval geen huwelijksband meer bestond tussen de eerste echtgenote en de heer S., zodat de eiseres geen pensioen als gescheiden echtgenote kon genieten, daar haar huwelijk niet kon worden erkend.

Die beslissing zou immers pas naar recht verantwoord zijn indien het arbeidshof had vastgesteld dat de persoonlijke rechtspositie van een van de echtgenoten geregeld werd door een nationale wet die polygamie verbood.

Het arrest is in zoverre niet regelmatig met redenen omkleed en schendt artikel 149 van de Grondwet.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

Het arrest stelt vast dat de eiseres in Marokko in het huwelijk is getreden met een onderdaan van dat land, die daar voordien reeds een huwelijk met een andere vrouw had aangegaan.

Het arrest overweegt dat de verstoting, door de echtgenoot van de eiseres, van zijn eerste echtgenote "niet kan worden aangenomen en in elk geval niet met een echtscheiding kan worden gelijkgesteld", en beslist vervolgens dat, "aangezien ... niet kan worden aangenomen dat er tussen die man en zijn eerste echtgenote geen huwelijksband meer bestaat, [de eiseres] geen pensioen als gescheiden echtgenote kon genieten, daar haar huwelijk niet kan worden erkend".

De Belgische internationale openbare orde verzet zich in de regel niet tegen de erkenning, in België, van de gevolgen van een huwelijk dat de echtgenoten in het buitenland geldig hebben aangegaan overeenkomstig hun nationale wet als één van hen, op het ogenblik van dat huwelijk, in het buitenland reeds in dezelfde omstandigheden een nog niet ontbonden huwelijk had aangegaan met een persoon van wie de nationale wetgeving polygamie erkent.

Het arrest, dat verzuimt de nationaliteit van de eiseres te preciseren, stelt het Hof in de onmogelijkheid de wettigheid te toetsen van de beslissing waarbij het weigert haar huwelijk te erkennen, en omkleedt zijn beslissing bijgevolg niet regelmatig met redenen.

Het onderdeel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van het eerste onderdeel van het middel, dat niet kan leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Christine Matray, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 14 februari 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Huwelijk

  • Eerste huwelijk niet ontbonden

  • Internationale openbare orde