- Arrest van 15 februari 2011

15/02/2011 - P.11.0267.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 14, §4, Wet Europees aanhoudingsbevel uitspraak doet, heeft enkel te oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel; de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij overeenkomstig artikel 11, §3, Wet Europees aanhoudingsbevel de hechtenis wordt bevolen is niet aanhangig en de kamer van inbeschuldigingstelling heeft geen rechtsmacht om over de regelmatigheid van die beschikking uitspraak te doen (1). (1) Zie Cass., 5 juli 2005, AR P.05.0896.N, A.C., 2005, nr. 387; Cass., 21 feb. 2006, AR P.06.0243.N, A.C., 2006, nr. 10.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0267.N

J W,

gedetineerd krachtens een Europees Aanhoudingsbevel,

eiser,

met als raadsman mr. Thomas Gillis, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 11 en 14 Wet Europees Aanhoudingsbevel en van artikel 5.2 van de ministeriële circulaire van 8 augustus 2005 inzake het Europees Aanhoudingsbevel: indien de onderzoeksrechter het bestaan van een kennelijke weigeringsgrond vaststelt, moet de betrokkene in vrijheid worden gesteld; het bevel tot hechtenis is onwettig; het hoger beroep van het openbaar ministerie is niet schorsend.

2. Het middel bekritiseert niet alleen het arrest maar ook het bevel tot hechtenis bij toepassing van de Wet Europees Aanhoudingsbevel van 18 januari 2011 en de weigering de eiser niet in vrijheid te stellen.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

3. Artikel 11, § 7, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat tegen de door artikel 11, § 3, van deze wet bedoelde beschikking van de onderzoeksrechter geen rechtsmiddel openstaat.

De kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 14, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel uitspraak doet, heeft enkel te oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. De beschikking van de onderzoeksrechter waarbij overeenkomstig artikel 11, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel de hechtenis wordt bevolen, is niet aanhangig en de kamer van inbeschuldigingstelling heeft geen rechtsmacht om over de regelmatigheid van die beschikking uitspraak te doen.

Het middel dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 163 Wetboek van Strafvordering: het arrest verwijst slechts vaag naar de algemene regel van de schorsende werking van het hoger beroep en beantwoordt eisers verweer en zijn verwijzing naar de ministeriële circulaire van 8 augustus 2005 niet.

5. Uit het antwoord op het eerste middel blijkt dat de kamer van inbeschuldigingstelling die met toepassing van artikel 14, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel uitspraak doet, enkel heeft te oordelen over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel en geen rechtsmacht heeft om te oordelen over de regelmatigheid van de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij overeenkomstig artikel 11, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel de hechtenis wordt bevolen.

Hieruit volgt dat een daarop betrekking hebben verweer van de betrokken persoon doelloos is, zodat de kamer van inbeschuldigingstelling daarop niet hoeft te antwoorden.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 69,66 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 15 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Beschikking van de onderzoeksrechter tot het in hechtenis plaatsen van betrokkene

  • Beschikking tot niet-tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel

  • Hoger beroep

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Bevoegdheid