- Arrest van 16 februari 2011

16/02/2011 - P.11.0151.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafuitvoeringsrechtbank kan niet naar recht beslissen om de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde te herroepen nadat die definitief in vrijheid is gesteld, ook niet voor feiten die tijdens de proeftijd werden gepleegd (1). (1) Cass., 3 nov. 2010, AR P.10.1573.F, A.C., 2010, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0151.F

J. H.,

veroordeelde, gedetineerd,

eiser,

mr. Sabrina Carrea, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 14 januari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Nadat de strafuitvoeringsrechtbank heeft vastgesteld dat de eiser definitief in vrijheid was gesteld op 24 oktober 2009, heeft zij zijn voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen op grond dat hij op 4 oktober 2010 was veroordeeld wegens overtreding van de drugswetgeving en dat de feiten gedeeltelijk tijdens de proeftijd waren gepleegd.

Naar luid van artikel 71, eerste lid, Wet Strafuitvoering, wordt de veroordeelde, indien tijdens de proeftijd geen enkele herroeping heeft plaatsgehad, definitief in vrijheid gesteld.

De strafuitvoeringsrechtbank die beslist om de voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser te herroepen na zijn definitieve invrijheidstelling, schendt de voormelde bepaling.

Het middel is gegrond.

Er is geen grond om acht te slaan op de overige middelen, daar ze niet tot cassatie kunnen leiden in andere bewoordingen dan die van het beschikkend gedeelte.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 16 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Voorwaardelijke invrijheidstelling

  • Herroeping

  • Herroeping na de definitieve invrijheidstelling

  • Wettigheid