- Arrest van 16 februari 2011

16/02/2011 - P.11.0279.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het specialiteitsbeginsel, dat is vastgelegd in artikel 37, §1, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, belet niet dat de strafrechtelijke omschrijving die aan de feiten is gegeven in het Europees aanhoudingsbevel op grond waarvan de overlevering van een gezochte persoon was gevraagd en verkregen, in de loop van de daaropvolgende rechtspleging wordt herzien of aangevuld, voor zover die rechtspleging betrekking heeft op dezelfde feiten, en de feiten, met die omschrijving, een misdrijf opleveren dat onder de voormelde wet valt (1). (1) Zie Cass., 9 okt. 2002, AR P.02.1308.F, A.C., 2002, nr. 523.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0279.F

M. R.,

inverdenkinggestelde, gedetineerd,

eiser,

mr. Eddy Kiaku, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 februari 2011, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 19 januari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, negen middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Vierde middel

De drie eerste onderdelen

De onderdelen die tegen het internationaal aanhoudingsbevel zijn gericht zijn niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Vierde onderdeel

Het onderdeel voert schending aan van artikel 37, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel en van een ministeriële omzendbrief. De eiser voert in substantie aan dat het tegen hem uitgevaardigde bevel tot aanhouding, door de artikelen 51, 52, 66, 392 en 393 Strafwetboek te vermelden, het specialiteitsbeginsel van de overlevering schendt, daar het Europees aanhoudingsbevel geen melding maakte van de artikelen 31, 461, 468 en 475 van het voormelde wetboek.

In zoverre het onderdeel de schending van een ministeriële omzendbrief aanvoert, die geen wet is in de zin van artikel 608 Gerechtelijk Wetboek en waarvan de miskenning bijgevolg niet tot vernietiging kan leiden, is het niet ontvankelijk.

Krachtens de eerste paragraaf van artikel 37 Wet Europees Aanhoudingsbevel en onder voorbehoud van de uitzonderingen die in de tweede paragraaf zijn bepaald, kan een persoon die werd overgeleverd op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische rechterlijke autoriteit, niet worden vervolgd, veroordeeld of van zijn vrijheid benomen wegens een ander, voor zijn overlevering gepleegd strafbaar feit dan dat waarop de overlevering betrekking heeft.

Het specialiteitsbeginsel belet niet dat de strafrechtelijke omschrijving die aan de feiten is gegeven in het Europees aanhoudingsbevel op grond waarvan de overlevering van een gezochte persoon werd gevraagd en verkregen, wordt herzien of aangevuld in de daaropvolgende rechtspleging, voor zover zij betrekking heeft op dezelfde feiten, en de feiten, met die omschrijving, een misdrijf opleveren dat onder de voormelde wet valt.

Het arrest stelt vast dat het bevel tot aanhouding dezelfde misdrijven betreft als vermeld in het Europees aanhoudingsbevel, met name die welke de eiser op 14 november 2010 te Wemmel zou hebben gepleegd.

De appelrechters die aldus oordelen dat de eiser niet vervolgd wordt of van zijn vrijheid wordt beroofd voor een ander strafbaar feit dan het feit dat zijn overlevering heeft gemotiveerd, schenden de aangevoerde bepaling niet.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 16 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging op vraag van België

  • Overlevering van de gezochte persoon

  • Specialiteitsbeginsel