- Arrest van 16 februari 2011

16/02/2011 - P.11.0255.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het onderzoeksgerecht dient geen acht te slaan op de toestand van eventuele mede-inverdenkinggestelden wanneer het oordeelt over de handhaving van de hechtenis van de inverdenkinggestelde, en daarbij nagaat of er tegen hem nog steeds ernstige aanwijzingen van schuld bestaan alsook of de criteria aanwezig zijn die in artikel 18 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis zijn bepaald.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0255.F

P. B.,

inverdenkinggestelde, gedetineerd,

eiser,

mr. Céline Van Wijmeersch, advocaat bij de balie te Bergen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 februari 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Artikel 149 Grondwet is niet toepasselijk op de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de voorlopige hechtenis.

De rechter dient niet te antwoorden op een verweer dat geen afzonderlijk middel uitmaakt.

Het onderzoeksgerecht oordeelt over de handhaving van de hechtenis van de inverdenkinggestelde, door ten aanzien van hem na te gaan of er nog steeds ernstige aanwijzingen van schuld bestaan, alsook of de criteria aanwezig zijn die in artikel 16 Voorlopige Hechteniswet zijn bepaald, zonder acht te slaan op de toestand van eventuele mede-inverdenkinggestelden.

Het dient niet te verduidelijken dat het de invrijheidstelling onder voorwaarden van de inverdenkinggestelde niet beveelt, wanneer niet om die maatregel wordt verzocht.

Het middel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 16 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwaarden

  • In aanmerking nemen van de toestand van mede-inverdenkinggestelden