- Arrest van 16 februari 2011

16/02/2011 - P.10.1785.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het afzonderlijk verhoor van de beschuldigden door de voorzitter is toegestaan op voorwaarde dat hij ervoor zorgt dat de algemene debatten eerst worden hervat nadat hij elke beschuldigde heeft ingelicht over wat in zijn afwezigheid is gebeurd en wat daaruit is gevolgd; noch het beginsel van het mondeling debat, noch het effectief bestaan van het recht op tegenspraak, vereisen dat de verklaringen van een partij door de anderen kunnen worden betwist op het ogenblik dat zij worden afgenomen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1785.F

I. D. C.,

II. D. C.,

III. A. M.,

veroordeelden, gedetineerd,

eisers,

De eerste heeft als raadslieden mrs. Pierre Chomé en Caroline Dumoulin, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen van de eerste eiser zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 januari 2010, en tegen de arresten van het hof van assisen van de provincie Henegouwen van 21 en 22 september 2010. Het cassatieberoep van de tweede eiser is alleen tegen dat laatste arrest gericht.

De eerste eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

B. Het cassatieberoep van D. C. tegen het arrest van het hof van assisen van de provincie Henegouwen van 21 september 2010, met repertoriumnummer 42

Eerste middel

De eiser voert aan dat de rechtspleging die tot zijn veroordeling heeft geleid, het recht op een eerlijk proces miskent. De grief is afgeleid uit het feit dat de voorzitter van het hof van assisen op de rechtszitting van 6 september 2010 heeft besloten om de vier beschuldigden afzonderlijk te verhoren, overeenkomstig het oud artikel 327 Wetboek van Strafvordering. Volgens het middel schendt die wetsbepaling de artikelen 6.1 en 6.3 EVRM.

In strijd met wat de eiser aanvoert, heeft de wet van 21 december 2009 tot hervorming van het hof van assisen, de regel waarop hij kritiek uitoefent niet opgeheven. De wetgever heeft zich ertoe beperkt de tekst ervan te verplaatsen naar het huidige nieuw artikel 310 Wetboek van Strafvordering. Het is dus niet juist te beweren dat de mogelijkheid die de voorzitter wordt geboden om de beschuldigden afzonderlijk te verhoren, door de wet, in het licht van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, als achterhaald wordt beschouwd.

Dat afzonderlijk verhoor is toegestaan op voorwaarde dat de algemene debatten slechts worden hervat nadat elke beschuldigde werd ingelicht over wat in zijn afwezigheid is gebeurd en wat daaruit is gevolgd.

Uit het proces-verbaal van de rechtszitting blijkt dat dit substantieel vormvereiste stipt werd nageleefd. Het proces-verbaal vermeldt immers, op pagina 7, dat, toen de beschuldigden opnieuw samen waren, zij door de voorzitter werden ingelicht over wat in hun afwezigheid was gezegd en dat hun raadslieden, die bij alle verhoren aanwezig waren, erkend hebben dat de informatie die aan hun respectievelijke cliënten was verstrekt, volledig was.

Bijgevolg kan niet worden aangevoerd dat de bekritiseerde wetsbepaling en de toepassing die ervan werd gemaakt, afbreuk hebben gedaan aan het recht van de beschuldigde om de in zijn afwezigheid afgenomen verklaringen daadwerkelijk tegen te spreken.

Noch het mondelinge karakter van het debat, noch het effectief bestaan van het recht op tegenspraak vereisen dat de verklaringen van een partij door de anderen kunnen worden betwist op het ogenblik dat zij worden afgenomen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Derde middel

In zoverre het middel kritiek uitoefent op de artikelen 148 tot 150 en 154 van de wet van 21 december 2009, houdt het geen verband met de bestreden beslissing en is het niet ontvankelijk.

Voor het overige verbiedt artikel 6 EVRM niet dat de berechting van criminele zaken aan een jury wordt toegewezen die zonder de bijstand van magistraten zitting houdt, en evenmin dat de beslissing wordt gemotiveerd door het hof en de gezworenen die daartoe achteraf bijeenkomen.

Het middel faalt wat dat betreft naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep of cassatieberoepen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 16 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Behandeling ter zitting

  • Afzonderlijk verhoor van de beschuldigden

  • Voorwaarden

  • Beginsel van het mondeling debat

  • Recht op tegenspraak