- Arrest van 21 februari 2011

21/02/2011 - C.10.0248.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 45, §1 Wet Landverzekeringsovereenkomst is uitsluitend van toepassing wanneer de verscheidene verzekeraars in samenloop komen voor de dekking van dezelfde schade.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0248.N

LUC CHRISTIAENS CLEMENT nv, met zetel te 8755 Ruiselede, Knotwilgenstraat 22,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 30 november 2007.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 13 januari 2011 verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift tot cassatie een middel aan.

Geschonden wetsbepalingen

- artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst;

- artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 augustus 1992 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de Wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992;

- artikel 1134 Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissing

De appelrechters verwerpen de vordering in vrijwaring die door de eiseres was ingesteld tegen de verweerster op de volgende gronden:

"(De verweerster) dient als verzekeraar niet tussen te komen voor het aandeel in de schade in hoofde van (de eiseres) en van de architect V. .

(De verweerster) dekt overeenkomstig de voorliggende polis nr. 919.232.487, afdeling 2 ‘aansprakelijkheidsverzekering' de aansprakelijkheid alle bouwplaatsrisico's van de werf van 4 oktober 1991 tot 31 december 1993, van de bouwheer, de aannemer en de onderaannemers, de architect en het raadgevend studiebureau op grond van artikel 1382 e.v. B.W. (bijzondere voorwaarden, art. 4):

- tot 247.893,52 euro (= 10.000.000 BEF) mits een contractuele vrijstelling ("eigen risico") t.b.v. 1.239,47 euro (= 50.000 BEF);

- pas na toepassing en na uitputting van de bestaande polissen BA-uitbating van de verzekerden (aannemer, architect, enz....).

Met andere woorden, de dekking geldt pas ‘in tweede rang'.

Het wordt niet bestreden dat uit de voorgebrachte stukken blijkt dat (de eiseres) verzekerd is in B.A. door De Federale Verzekeringen tot 247.893,52 euro (= 10.000.000 BEF) materiële schade + 12.394,68 euro (= 500.000 BEF) rechtsbijstand, zijnde in de onderhavige aangelegenheid voldoende.

Hetzelfde wordt evenmin betwist m.b.t. architect V. : bedrijfsaansprakelijkheid voor een gewaarborgd bedrag ba, 1.239.467,62 euro (= 50.000.000 BEF) + beroepsaansprakelijkheid (gewaarborgd bedrag niet voorgebracht) + verdedigingskosten en interesten gewaarborgd voor 495.787,05 euro (+ 20.000.000 BEF), zijnde in de onderhavige aangelegenheid voldoende."

Grieven

Eerste onderdeel

Artikel 45, § 1, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat als een zelfde belang verzekerd is bij verscheidene verzekeraars tegen hetzelfde risico, de verzekerde ingeval van schade dan van elke verzekeraar schadevergoeding kan vorderen binnen de grenzen van ieders verplichtingen en ten belope van de vergoeding waarop hij recht heeft. Behalve in geval van fraude, kan geen verzekeraar zich beroepen op het bestaan van andere overeenkomsten die hetzelfde risico dekken, om zijn waarborg te weigeren.

Het koninklijk besluit van 24 augustus 1992 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van de Wet 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst (B.S. 11 september 1992) bepaalt voor elk artikel van de Wet Landverzekeringsovereenkomst wanneer het in werking treedt. Artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst is in werking getreden op 21 september 1992.

De mogelijkheid om ingeval van een samenloop van verzekeringen beide verzekeraars aan te spreken, vindt zijn oorsprong in de wet. Deze keuzevrijheid vloeit niet voort uit de overeenkomst. Dat wil zeggen dat artikel 148 Wet Landverzekeringsovereenkomst niet van toepassing is op artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst.

Deze vaststelling leidt ertoe dat het principe van artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst vanaf de inwerkingtreding ervan van toepassing is op lopende overeenkomsten. Verzekeringscontracten die na de inwerkingtreding ervan werden afgesloten, vallen er uiteraard automatisch onder.

Dit wil aldus zeggen dat artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst kan worden toegepast vanaf 21 september 1992. Nu het schadegeval pas na deze datum werd afgehandeld, is de regeling van artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst van toepassing in het voorliggend geval.

De eiseres vroeg dat verweerster conform artikel 3.1 en artikel 4.3 van de bijzondere polisvoorwaarden van de verzekeringspolis "alle bouwplaatsrisico's" nr. 919.232.487, haar aansprakelijkheid zou dekken waartoe zij veroordeeld werd. De eiseres was daarnaast ook verzekerd bij de Federale Verzekeringen door middel van een BA-polis. Maar volgens artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst kon de eiseres kiezen welke verzekeraar zij tot dekking aansprak, nu dit artikel de keuzevrijheid voorschrijft in geval van samenloop van verzekeringen.

De appelrechters hebben in het voorliggende geval beslist dat de verweerster slechts in tweede rang tot dekking was gehouden en bijgevolg niet door de eiseres kon worden aangesproken tot dekking van haar aansprakelijkheid.

Door te beslissen dat de verweerster niet tot vrijwaring kon worden aangesproken door de eiseres, hebben de appelrechters artikel 45 Wet Landverzekeringsovereenkomst alsook artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 augustus 1992 geschonden.

Tweede onderdeel

Artikel 1134 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, diegene die ze hebben aangegaan, tot wet strekken. Zij kunnen niet worden herroepen dan met hun wederzijdse toestemming of op de gronden door de wet erkend. Zij moeten te goeder trouw worden ten uitvoer gebracht.

De eiseres heeft de toepassing gevraagd van artikel 4.3 van de bijzondere voorwaarden van de verzekeringspolis "alle bouwplaatsrisico's" nr. 919.232.487, onderschreven door de heer L.V. bij Royale Belge. Deze clausule voorziet dat dekking wordt verleend voor materiële schade ten belope van een maximumbedrag van 10.000.000 BEF. Voorts stipuleert deze polis dat de bouwheer, de aannemer en de onderaannemers, uitsluitend voor hun activiteiten op de werf met het oog op de uitvoering van de verzekerde werken, alsook de architecten, de raadgevende ingenieurs en de studieburelen als verzekerden worden beschouwd (artikel 3.1 van de bijzondere voorwaarden). Aldus was verweerster op grond van deze polisvoorwaarden verplicht dekking te verlenen voor de schade waarvoor eiseres aansprakelijk werd gesteld.

Dit contract werd afgesloten tussen L.V. en de verweerster en strekt deze partijen overeenkomstig artikel 1134 Burgerlijk Wetboek tot wet. De partijen zijn er toe gehouden dit contract ter goeder trouw uit te voeren.

Terzake beslissen de appelrechters dat de verweerster niet kan worden veroordeeld tot vrijwaring van de schadevergoeding waartoe de eiseres werd veroordeeld. Daaruit blijkt dat de appelrechters geen toepassing maken van artikel 4.3 en artikel 3.1 van de bijzondere voorwaarden van verzekeringspolis "alle bouwplaatsrisico's" nr. 919.232.487 zoals gevraagd door eiseres. De appelrechters miskennen dan ook de bindende kracht van deze overeenkomst en schenden zo artikel 1134 Burgerlijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 45, § 1, Wet Landverzekeringsovereenkomst, kan de verzekerde, wanneer eenzelfde belang bij verscheidene verzekeraars tegen hetzelfde risico is verzekerd, in geval van schade, van elke verzekeraar schadevergoeding vorderen binnen de grenzen van ieders verplichtingen en ten belope van de vergoeding waarop hij recht heeft.

Behalve in geval van fraude, kan geen verzekeraar een beroep doen op het bestaan van andere overeenkomsten die hetzelfde risico dekken om zijn waarborg te weigeren.

2. Deze wetsbepaling is uitsluitend van toepassing wanneer de verscheidene verzekeraars in samenloop komen voor de dekking van dezelfde schade.

Zulke samenloop is er niet wanneer de aangesproken verzekeraar volgens de polis slechts na toepassing en na de uitputting van een andere bestaande polis, dus in tweede rang, in aanmerking komt om de schade te dekken en de verzekering in eerste rang voor de vergoeding van de schade toereikend is.

3. Het arrest oordeelt dat de tussen de partijen gesloten verzekeringsovereenkomst slechts dekking voorzag in tweede rang en de verzekering in eerste rang voldoende dekking verleende. Het beslist om die reden geen toepassing te maken van de voormelde wetsbepaling.

Het verantwoordt aldus zijn beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

4. Door in de gegeven omstandigheden aan de contractueel te verlenen dekking "in tweede rang" geen uitwerking te verlenen en de eiseres af te wijzen van haar vordering, kent het arrest aan de tussen de partijen gesloten overeenkomst het gevolg toe dat zij, volgens de uitlegging die het er aan geeft, wettig tussen de partijen heeft en schendt het derhalve artikel 1134 Burgerlijk Wetboek niet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 650,04 euro jegens de eisende partij en op de som van 171,24 euro jegens de verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Luc Van hoogenbemt, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en, en in openbare terechtzitting van 21 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Algemeen

  • Samenloop van verscheidene verzekeraars