- Arrest van 22 februari 2011

22/02/2011 - P.10.1577.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 36, 6°, Wet Goederenvervoer over de weg en 31, §1, 5°, KB Goederenvervoer over de weg volgt dat niet het gebruik op zich van een voertuig op de openbare weg met een massa in beladen toestand die meer bedraagt dan de maximale toegelaten massa, maar wel de wederrechtelijke aanwending van de vergunning door overtreding van haar voorwaarden met als gevolg dat het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt met overschrijding van de maximale toegelaten massa, krachtens de Wet Goederenvervoer over de weg strafbaar is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1577.N

ADM TEAM HEAVY WEIGHT bvba, met zetel te 2440 Geel, Molenberg 16,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Bart Spriet, advocaat bij de balie te Turnhout.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Turnhout van 2 september 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 31, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg (hierna: KB Goederenvervoer over de weg) en artikel 35 en 36, 6°, van de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg (hierna: Wet Goederenvervoer over de weg): de appelrechters veroordelen de eiseres wegens een overtreding op de Wet Goederenvervoer over de weg alhoewel de telastlegging "als onderneming betreffende het vervoer van zaken over de weg met een vergunning nationaal vervoer en/of een vergunning communautair vervoer, een voertuig of een sleep te hebben gebruikt waarvan de totale massa in beladen toestand of waarvan de afmetingen hoger zijn dan de voor dit voertuig of deze sleep toegelaten normen of dan de normen toegelaten door het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen" niet strafbaar is krachtens voormelde wet, maar door de Wet Technische Eisen Voertuigen, evenals het KB Technische Eisen Voertuigen.

2. Artikel 36, 6°, Wet Goederenvervoer over de weg stelt strafbaar de schending van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, wanneer de schending de bepalingen betreft inzake "de krachtens artikel 22, § 1, 7°, door de Koning vastgestelde voorschriften inzake de geldigheid van de vervoersvergunningen".

De correctionele strafmaat voor deze in artikel 36, 6°, bedoelde inbreuk op de vergunning wordt bepaald in artikel 35 van dezelfde wet.

Artikel 31, § 1, 5°, KB Goederenvervoer over de weg bepaalt dat de vergunningen nationaal vervoer en de vergunningen communautair vervoer ongeldig zijn "wanneer zij worden gebruikt voor een voertuig of een sleep waarvan de totale massa in beladen toestand of waarvan de afmetingen hoger zijn dan de voor dit voertuig of deze sleep toegelaten normen of dan de normen toegelaten door het algemeen reglement op de technische eisen waarvan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen".

3. Uit deze bepalingen volgt dat niet het gebruik op zich van een voertuig op de openbare weg met een massa in beladen toestand die meer bedraagt dan de maximale toegelaten massa, maar wel de wederrechtelijke aanwending van de vergunning door overtreding van haar voorwaarden, met als gevolg dat het voertuig op de openbare weg wordt gebruikt met overschrijding van de maximale toegelaten massa, krachtens de Wet Goederenvervoer over de weg strafbaar is.

4. Het bestreden vonnis oordeelt dat:

- de vergunning van de eiseres inzake het uitzonderlijk vervoer maximaal 72 ton toeliet, doch niet op een zondag;

- de vergunning niet gold op een zondag, zodat er op die zondag wel degelijk sprake was van een overlading, omdat zoals eerder gesteld voor een zondag geen vergunning was; de eiseres had geen vergunning voor uitzonderlijk vervoer op zondag, zodat op zondag maximaal 44.000 kilo mocht worden vervoerd;

- op de kwestieuze dag de eiseres niet voldeed aan het algemeen reglement op de technische eisen (op weekdagen moest de eiseres daar niet aan voldoen ingevolge de vergunning voor uitzonderlijk vervoer, maar op zondag wel).

Met die redenen oordelen de appelrechters niet alleen dat de eiseres een voertuig op de openbare weg heeft gebruikt met overschrijding van de maximaal toegelaten massa, maar ook dat deze overschrijding het gevolg is van het niet-naleven van de voorwaarden van de vergunning, en de overtreding aldus betrekking heeft op de geldigheid van deze vervoervergunning in de zin van artikel 36, 6°, Wet Goederenvervoer over de weg.

Zodoende verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis beantwoordt niet het verweer van de eiseres dat (1) geen enkele wets- of uitvoeringsbepaling inzake goederenvervoer of enige andere wetsbepaling het verrichten van uitzonderlijk vervoer op een zondag verbiedt; (2) aan de eiseres geen enkele schuld terzake het concrete tijdstip van het uitzonderlijk vervoer op zondag kan verweten worden.

6. De appelrechters oordelen dat het verbod tot het verrichten van uitzonderlijk vervoer op zondag een voorwaarde was van de vergunning die de eiseres op grond van de Wet Goederenvervoer over de weg verkreeg. Voorts beantwoorden zij het verweer van de eiseres dat de haar verweten gedraging geen strafbare overtreding vormt, zonder dat zij daarbij elk argument moeten beantwoorden dat tot staving van dit verweer wordt aangevoerd, zonder een afzonderlijk middel te vormen.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 57,12 euro

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 22 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Wet goederenvervoer over de weg

  • Artikel 36, 6°

  • Beschermd rechtsgoed

  • Strafbaar gesteld feit