- Arrest van 22 februari 2011

22/02/2011 - P.10.1806.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 258 Strafwetboek stelt strafbaar de weigering recht te spreken, onder welk voorwendsel ook, zonder evenwel kwaliteitseisen op te leggen aan de rechterlijke uitspraak; tegen een feitelijk of juridisch foutieve beslissing staan in voorkomend geval de wettelijk voorziene rechtsmiddelen open.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1806.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN,

eiser,

tegen

W. F. C. D. S.,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, eerste kamer recht doende in correctionele zaken, van 21 oktober 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 258 Strafwetboek: een rechter weigert het aan partijen verschuldigde recht te spreken "wanneer hij, onder het voorwendsel dat de niet-uitvoering van een voorgaande aan beklaagde opgelegde straf het door hem te beoordelen feit had uitgelokt, een beklaagde, waarvan de schuld aan het ten laste gelegde en te beoordelen feit vaststaat en ten aanzien waarvan noch een rechtvaardigingsgrond, noch een schulduitsluitingsgrond en/of een beslissende verschoningsgrond kan weerhouden worden, desalniettemin vrijspreekt door onderschuiving van een volstrekt onbestaande en onwettige exceptie en zich vervolgens als gevolg aan de vrijspraak, die geen steun kan vinden in de voormelde onbestaande en wederrechtelijke exceptie van uitlokking, onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de burgerlijke vordering en zodoende de burgerlijke partij op een onrechtmatige wijze berooft van al haar rechten"; het arrest oordeelt ten onrechte dat het in artikel 258 Strafwetboek bedoelde "aan partijen verschuldigde recht" enkel inhoudt dat de rechter met betrekking tot de voor hem hangende vorderingen tot een louter formele uitspraak moet komen die aan geen kwaliteitseisen onderworpen is en zonder dat het daarbij enig belang heeft of er al dan niet een concrete invulling werd gegeven aan de verschillende opdrachten die de kerntaak uitmaken van een rechter.

2. Artikel 258 Strafwetboek stelt strafbaar de weigering, onder welk voorwendsel ook, recht te spreken. Het legt evenwel geen kwaliteitseisen op aan de rechterlijke uitspraak. Tegen een feitelijk of juridisch foutieve beslissing staan in voorkomend geval de wettelijk voorziene rechtsmiddelen open.

3. De rechters oordelen dat:

- het door de verweerder gewezen vonnis merkwaardig is en er belangrijke bemerkingen te maken zijn bij het onderzoek door de verweerder van de hem voorgelegde zaak en bij de misdrijfomschrijving van de hem voorliggende feiten;

- de door de verweerder gegeven argumenten om tot een vrijspraak te besluiten, bezwaarlijk als juridisch correct kunnen worden aangeduid, wat bevestigd wordt door het arrest van het hof van beroep waarbij zijn vonnis werd hervormd;

- het concept "uitlokking", zoals door de verweerder toegepast, evenwel geen voorwendsel is om geen recht te doen, hoogstens een weinig overtuigend motief om vrij te spreken;

- het door de verweerder ondertekende document een werkelijk vonnis is, te weten een gerechtelijke beslissing die, mocht ze definitief geworden zijn, vaststellingen bevat waarop niemand nog had kunnen terugkomen;

- de verweerder foutief recht heeft gesproken en het niet uitgesloten is dat hij erop uit was een politiek statement te doen, maar dat hij niet heeft nagelaten een vonnis te vellen waarin over de gestelde vorderingen uitspraak wordt gedaan.

Aldus verantwoorden de rechters hun beslissing naar recht dat de verweerder niet schuldig is aan rechtsweigering.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Bepaalt de kosten op 33,53 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 22 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Artikel 258, Strafwetboek

  • Materieel bestanddeel