- Arrest van 22 februari 2011

22/02/2011 - P.10.1386.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een beroepsbeoefenaar op wie artikel 458 Strafwetboek van toepassing is, is verplicht tot geheimhouding van de hem krachtens zijn beroep toevertrouwde geheimen, behoudens hij wordt geroepen om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen of zo de wet hem verplicht de geheimen bekend te maken; het is daarbij zonder belang of de geheimhouder de met de uitoefening van zijn beroep verband houdende informatie heeft ontvangen van zijn opdrachtgever dan wel van een derde.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1386.N

M. V.,

burgerlijke partij,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. L. M. H. A. G. V. C.,

inverdenkinggestelde,

2. J. J. G. T.,

inverdenkinggestelde,

verweerders,

met als raadsman mr. Dirk Dielen, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 juni 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 458 en 460 Strafwetboek, artikel 58 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen en artikel 130 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat er lastens de eerste verweerder geen voldoende bezwaren bestaan wegens schending van het beroepsgeheim omdat de eerste verweerder niet de accountant/fiscale consulent was van de eiser maar van een derde; het leidt daaruit ook ten onrechte af dat er lastens de tweede verweerder geen voldoende bezwaren bestaan.

2. Artikel 58, vierde lid, van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen bepaalt dat artikel 458 Strafwetboek van toepassing is op externe accountants, externe belastingconsultenten, externe boekhouders, erkende boekhouders-fiscalisten, stagiairs en de personen voor wie zij instaan.

3. Een beroepsbeoefenaar op wie artikel 458 Strafwetboek van toepassing is, is verplicht tot geheimhouding van de hem krachtens zijn beroep toevertrouwde geheimen, behoudens hij wordt geroepen om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen of zo de wet hem verplicht de geheimen bekend te maken. Het is daarbij zonder belang of de geheimhouder de met de uitoefening van zijn beroep verband houdende informatie heeft ontvangen van zijn opdrachtgever dan wel van een derde.

4. Het arrest overweegt dat :

- de eerste verweerder als externe accountant of fiscaal consulent zou zijn opgetreden (ro 3.4);

- de eiser zelf faxen heeft bezorgd aan de eerste verweerder, die deze vervolgens heeft overgemaakt aan de tweede verweerder (ro 3.5);

- deze faxen betrekking hebben op een geschil over aandelen, die eerst zouden hebben toebehoord aan P.C. , waaromtrent de eiser in een juridisch geschil is verwikkeld met zijn schoonzussen (ro 3.4);

- er enkel gegevens voorhanden zijn waaruit blijkt dat de eerste verweerder is opgetreden voor B.I. nv en voor de schoonouders van de eiser (ro 3.4.) en dus niet voor de eiser.

Hieruit leidt het arrest af dat niet blijkt dat de eerste verweerder gehouden was tot het zakengeheim in relatie tot de eiser (ro 3.4.) en oordeelt het dat er in zijnen hoofde niet voldoende bezwaren bestaan (ro 3.3).

5. De omstandigheid dat de aan de eerste verweerder als beroepsbeoefenaar en geheimhouder verstrekte gegevens hem niet werden bezorgd door zijn opdrachtgever maar wel door de eiser als derde, volstaat niet om de toepassing van artikel 58 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen en dus van artikel 458 Strafwetboek uit te sluiten.

Het middel is gegrond.

Omvang van de cassatie

6. Het arrest steunt het oordeel over de afwezigheid van voldoende bezwaren in hoofde van de tweede verweerder op de afwezigheid van dergelijke bezwaren in hoofde van de eerste verweerder (ro 3.5). De vernietiging van de bestreden beslissing met betrekking tot de eerste verweerder leidt dan ook tot de vernietiging van de beslissing met betrekking tot de tweede verweerder.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Zegt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerders tot de kosten.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 264,92 euro waarvan 103,55 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 22 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Accountant

  • Externe accountant of belastingconsulent

  • Informatie ontvangen van een andere persoon dan de opdrachtgever