- Arrest van 23 februari 2011

23/02/2011 - P.10.2047.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Krachtens de artikelen 442bis en 442ter, §1, van het Wetboek van Strafvordering, kan de veroordeelde, wanneer bij een definitief arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is vastgesteld dat het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden, de heropening vragen van de rechtspleging die geleid heeft tot zijn veroordeling op de strafvordering die tegen hem was ingesteld in de zaak die bij het voormelde Hof is aangebracht (1). (1) Cass., 9 april 2008, AR P.08.0051.F, A.C., 2008, nr. 214.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.2047.F

A. H.,

zonder gekende woon- of verblijfplaats in België,

veroordeelde, gedetineerd,

verzoeker tot heropening van de rechtspleging,

mrs. Alexandre Chateau en François Bruyns, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Bij verzoekschrift dat op de griffie is ingekomen op 29 december 2010, ondertekend is door een advocaat die sedert meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven en waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, verzoekt de eiser om de heropening van de rechtspleging die geleid heeft tot het arrest van het Hof van 27 juni 2007.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

Bij arrest van 15 september 2006 heeft het hof van beroep te Brussel de eiser bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf alsook tot een geldboete, omdat hij met name als leider deelgenomen heeft aan de activiteiten van een terroristische groep.

Het arrest werd nog diezelfde dag aan de eiser betekend, in de strafinrichting waar hij was opgesloten.

Op 16 september 2006 gaf de eiser achtereenvolgens de wil te kennen om "hoger beroep" in te stellen tegen de veroordeling en vervolgens om het aldus genoemde rechtsmiddel ongedaan te maken.

Op 29 oktober 2006 tekende hij verzet aan.

Bij arrest van 9 maart 2007 heeft het hof van beroep te Brussel het verzet wegens laattijdigheid niet ontvankelijk verklaard.

Het cassatieberoep dat de eiser tegen die beslissing heeft ingesteld werd op 27 juni 2007 door het Hof verworpen.

Bij arrest van 29 juni 2010 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beslist dat de verwerping van het verzet van de eiser wegens laattijdigheid, laatstgenoemde het recht op toegang tot een rechterlijke instantie had ontzegd, en dat artikel 6.1 EVRM bijgevolg geschonden werd.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Aanvraag tot heropening van de rechtspleging

Krachtens de artikelen 442bis en 442ter, § 1, Wetboek van Strafvordering, kan de veroordeelde, wanneer bij een definitief arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is vastgesteld dat het EVRM is geschonden, de heropening vragen van de rechtspleging die geleid heeft tot zijn veroordeling op de strafvordering die tegen hem was ingesteld in de zaak die bij het voormelde Hof is aangebracht.

Krachtens artikel 442quinquies, eerste lid, beveelt het Hof van Cassatie de heropening van de rechtspleging, wanneer uit het onderzoek van de aanvraag blijkt dat de bestreden beslissing ten gronde strijdig is met het EVRM, voor zover de veroordeelde partij zeer ernstige nadelige gevolgen blijft ondervinden die slechts door een heropening kunnen worden hersteld.

Het voormelde arrest van het Europees Hof van 29 juni 2010, dat definitief is geworden op 29 september 2010, heeft beslist dat de verwerping, wegens laattijdigheid, van het verzet dat de eiser tegen het verstekarrest van 15 september 2006 had aangetekend en de daaruit voortvloeiende weigering om de rechtspleging te heropenen, de eiser het recht op toegang tot een rechterlijke instantie hadden ontzegd, waardoor artikel 6.1 EVRM wordt geschonden op grond dat de betekening die hem van dat arrest was gedaan, geen melding maakte van de termijn om verzet aan te tekenen.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 27 juni 2007 had in strijd daarmee beslist dat artikel 6.1 EVRM niet vereiste dat de akte van betekening van de bij verstek uitgesproken veroordeling, melding diende te maken van het recht om verzet aan te tekenen en van de termijn om dat recht uit te oefenen.

Die beslissing is onverenigbaar met de beslissing van het Europees Hof.

De eiser voert overigens aan dat het bij verstek gewezen arrest de straf heeft verzwaard die hem door de eerste rechter was opgelegd, door die van zeven op acht jaar gevangenisstraf te brengen. Hij zet uiteen dat hij nog steeds ter uitvoering van die straf is opgesloten en dat de beslissing om het verzet niet ontvankelijk te verklaren hem belet heeft om voor de appelrechters daadwerkelijk tegenspraak te voeren over de tegen hem ingebrachte beschuldigingen.

Uit de aanvraag blijkt dus dat de veroordeelde partij de zeer ernstige nadelige gevolgen blijft ondervinden die slechts door een heropening kunnen worden hersteld.

Aangezien de beide in artikel 442quinquies, eerste lid, bedoelde voorwaarden verenigd zijn, is er grond tot heropening van de rechtspleging.

B. Cassatieberoep van de eiser tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 9 maart 2007

Eerste middel

De eiser voert aan dat artikel 6.1 EVRM vereist dat de akte van betekening van het bij verstek gewezen veroordelend arrest, melding maakt van het recht om verzet aan te tekenen alsook van de termijn om dat recht uit te oefenen.

Wanneer de betekening van het bij verstek gewezen arrest geen melding maakt van het recht om verzet aan te tekenen en evenmin van de termijn om dat recht uit te oefenen, kan het verzet dat te laat is aangetekend niet onontvankelijk worden verklaard wegens laattijdigheid, op straffe van de veroordeelde het recht op toegang tot een rechterlijke instantie te ontzeggen.

Het arrest van 9 maart 2007 dat het tegendeel beslist, schendt artikel 6.1 EVRM, volgens de uitlegging die het Europees Hof eraan geeft in zijn arrest van 29 juni 2010.

Het middel is gegrond.

C. Het verzoek om advies

De eiser vraagt het Hof om advies over de uitlegging die aan artikel 442bis Wetboek van Strafvordering dient te worden gegeven, in zoverre het de aanvraag tot heropening van de rechtspleging afhankelijk stelt van een definitief arrest van het Europees Hof dat een schending van het Verdrag vaststelt. Hij vraagt dat het Hof van Cassatie zou verduidelijken of de eenzijdige verklaring dat het Verdrag geschonden is, zoals geformuleerd door de Regering van de Staat waar de verzoeker werd berecht, kan volstaan om de heropening van de rechtspleging aan te vragen, zonder de uitspraak van het Europees Hof over de reeds door die regering toegegeven schending te moeten afwachten.

Het Hof is niet bevoegd om adviezen te geven over rechtspunten die geen verband houden met de uitkomst van de cassatieberoepen en van de bij het Hof aanhangig gemaakte verzoeken.

Dat verzoek is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Beveelt de heropening van de rechtspleging.

Trekt het arrest in dat het Hof op 27 juni 2007 onder het nummer P.07.0333.F heeft gewezen, in zoverre het uitspraak doet over het cassatieberoep dat A. H. tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 9 maart 2007 heeft ingesteld.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk ingetrokken arrest.

Vernietigt het arrest dat het voormelde hof van beroep op 9 maart 2007 in de zaak van de eiser heeft gewezen.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Verwerpt het verzoek om advies.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Albert Fettweis, Martine Regout, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 23 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Arrest Europees Hof voor de Rechten van de Mens

  • Schending van het Verdrag

  • Heropening van de rechtspleging