- Arrest van 25 februari 2011

25/02/2011 - C.10.0470.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Niet ontvankelijk is het cassatieberoep tegen een beslissing in laatste aanleg gewezen op eenzijdig verzoekschrift in een geding waarbij de eiser in cassatie geen partij, noch tussenkomende partij was (1). (1) Hoewel het bestreden arrest werd gewezen in toepassing van artikel 387ter, §3, Burgerlijk Wetboek, op het eenzijdig verzoekschrift van de verweerder in cassatie, strekkend tot dwangmaatregelen, wegens miskenning, door de eiseres in cassatie, van de rechterlijke beslissing met betrekking tot de omgangsregeling met een kind en waartegen zij ook derdenverzet heeft aangetekend, heeft het Hof de regel niet beperkt tot die toepassing doch, volgens zijn algemene formulering, voor alle geschillen bedoeld.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0470.N

V.V.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

P. C.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Antwerpen van 5 mei 2010.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. FEITEN EN VOORAFGAANDE PROCEDURES

De feiten en voorafgaande procedures kunnen als volgt worden samengevat:

- een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 24 juni 2009 bepaalt, onder verbeurte van een dwangsom, een omgangsregeling voor de verweerder met zijn kind;

- het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 24 augustus 2009 bevestigt die omgangsregeling;

- de verweerder vraagt aan het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, bij eenzijdig verzoekschrift op grond van artikel 387ter, § 3, Bur¬gerlijk Wetboek dwangmaatregelen wegens systematische en doelbewuste niet-naleving door de eiseres van de toegekende omgangsregeling;

- het bestreden arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 mei 2010 doet uitspraak over de voormelde vraag; het bevestigt de bestaande omgangsregeling en legt dwangmaatregelen voor de verblijfsregeling op;

- de eiseres tekent tegen dit arrest van 5 mei 2010 zowel cassatieberoep als derdenverzet aan;

- het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 juli 2010 verklaart dit derdenverzet ontvankelijk, maar ongegrond;

- ook tegen dit arrest van 8 juli 2010 tekent de eiseres cassatieberoep aan (zaak C.10.0471.N).

IV. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is: het bestreden arrest is op eenzijdig verzoekschrift van de verweerder gewezen; de eiseres heeft tegen het thans bestreden arrest derdenverzet aangetekend; het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 juli 2010 verklaart dat derdenverzet ontvankelijk, maar ongegrond; de eiseres kan geen cassatieberoep instellen tegen een beslissing waarbij zij geen partij is en zij derdenverzet heeft aangetekend.

2. Het arrest waartegen het cassatieberoep is gericht, doet uitspraak over verweerders een¬zijdig verzoek strekkende tot dwangmaatregelen, op grond van artikel 387ter, § 3, Burgerlijk Wetboek, wegens systematische en doelbewuste niet-naleving van de toegekende omgangsregeling door de eiseres. In dit geding was de eiseres geen partij.

3. Tegen de in laatste aanleg gewezen beslissing op eenzijdig verzoekschrift, kunnen enkel de verzoeker en de eventueel tussengekomen partijen cassatieberoep instellen. In het geding waarin het thans bestreden arrest van 5 mei 2010 is uitgesproken, was de eiseres geen partij, ook geen tussenkomende partij.

Het cassatieberoep is derhalve niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 517,69 euro jegens de eisende partij en op de som van 254,01 euro jegens de verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en op de openbare rechtszitting van 25 februari 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Beslissing in laatste aanleg op eenzijdig verzoekschrift

  • Geding

  • Eiser geen partij

  • Ontvankelijkheid