- Arrest van 25 februari 2011

25/02/2011 - C.10.0471.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter aan wie artikel 387ter, §3, Burgerlijk Wetboek de mogelijkheid geeft, in geval van absolute noodzaak en onverminderd de mogelijkheid een beroep te doen op artikel 584 Gerechtelijk Wetboek, bij eenzijdig verzoekschrift de toestemming te verlenen een beroep te doen op dwangmaatregelen, is daarbij niet gebonden door eerdere rechterlijke beslissingen over dwangmaatregelen voor de uitvoering van beslissingen met betrekking tot het recht op persoonlijk contact met de kinderen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0471.N

V.V.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

P. C.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Antwerpen van 8 juli 2010.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert aan dat het arrest, waartegen derdenverzet, noch het bestreden arrest vaststellen dat "de verweerder een voorlopige maatregel had gevraagd, die hij dermate spoedeisend achtte dat de absolute noodzaak zich opdrong om af te zien van een tegensprekelijke procedure".

2. Anders dan waarvan het middel uitgaat, oordeelt de appelrechter dat er een "absolute noodzaak was om over te gaan tot dwangmaatregelen zoals voorzien in het bestreden arrest (van 5 mei 2010)".

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

3. Het middel voert aan dat artikel 387ter, § 3, Burgerlijk Wetboek, niet toelaat de omgangsregeling te interpreteren of te wijzigen; het bestreden arrest oordeelt dan ook onterecht over de plaats waar de ouders het kind moeten brengen en afhalen.

4. Anders dan waarvan het middel uitgaat, legt het bestreden arrest de omgangsregeling niet uit en wijzigt ze die niet. Het beantwoordt enkel het verweer van de eiseres waarbij zij aanvoert dat zij enkel de plicht heeft het kind te brengen naar en af te halen in de luchthaven van Zaventem.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Derde middel

5. Het middel voert aan dat artikel 387ter, § 3, Burgerlijk Wetboek, niet toelaat de omgangsregeling te interpreteren of te wijzigen; het bestreden arrest oordeelt dan ook onterecht welke de weekends zijn waarin de verweerder een omgangsrecht heeft met zijn kind.

6. Anders dan waarvan het middel uitgaat, legt het bestreden arrest de omgangsregeling niet uit en wijzigt ze die niet. Het beantwoordt enkel het verweer van de eiseres over welke weekends de verweerder gerechtigd is omgang te hebben met zijn kind.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Vierde middel

7. Het middel voert aan dat artikel 387ter, § 3, Burgerlijk Wetboek, niet toelaat een dwangsom op te leggen wanneer de kortgedingrechter voorheen een gevorderde dwangsom heeft afgewezen.

8. Artikel 387ter, § 3, Burgerlijk Wetboek geeft de mogelijkheid in geval van absolute noodzaak, en onverminderd de mogelijkheid een beroep te doen op artikel 584 Gerech¬telijk Wetboek, bij eenzijdig verzoekschrift de toestemming te vragen een beroep te doen op dwangmaatregelen als bedoeld in artikel 387ter, § 1, Burgerlijk Wetboek.

9. Die bepaling geeft de rechter in die omstandigheden de mogelijkheid dwangmaatregelen op te leggen. Hij is daarbij niet gebonden door eerdere rechterlijke beslissingen over dwangmaatregelen voor de uitvoering van beslissingen met betrekking tot het recht op persoonlijk contact met de kinderen.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 517,69 euro jegens de eisende partij en op de som van 254,01 euro jegens de verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, de raadsheren Eric Stassijns, Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en op de openbare rechtszitting van 25 februari 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Kind

  • Ouder

  • Recht op persoonlijk contact

  • Miskenning

  • Verzoekschrift

  • Dwangmaatregelen

  • Rechtsmacht