- Arrest van 1 maart 2011

01/03/2011 - P.10.1610.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 35 Wegverkeerswet, waarop geen verzachtende omstandigheden kunnen worden toegepast, straft met een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, diegene die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen; het vonnis, dat slechts een verval van vijftien dagen oplegt, spreekt derhalve een onwettige bijkomende straf uit (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1610.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE TONGEREN,

eiser,

tegen

J. K

beklaagde,

verweerder,

met als raadslieden mr. Christophe Hermans en mr. Astrid Cooreman, advocaten bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Tongeren van 15 september 2010.

De eiser voert in een verzoekschrift die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 14 Grondwet;

- de artikelen 35 en 38, § 4, vierde lid, Wegverkeerswet.

1. Deels met bevestiging van het beroepen vonnis veroordeelt het bestreden vonnis, met toepassing van artikel 65 Strafwetboek, de verweerder wegens de telastleggingen (A) het besturen van een autovoertuig in staat van alcoholintoxicatie, (B) het besturen van een autovoertuig in staat van dronkenschap, tot een enkele straf, zijnde een geldboete van 200 euro, verhoogd met 45 opdeciemen en aldus gebracht op 1100 euro of een vervangende gevangenisstraf van 40 dagen, alsmede tot een verval van het recht tot sturen dat "gezien het blanco strafregister van [de verweerder] door deze rechtbank (wordt) beperkt tot een duur 15 dagen". Voorts oordeelt het bestreden vonnis: "Nu onmiddellijk na de feiten het rijbewijs van [de verweerder] door het openbaar ministerie gedurende vijftien dagen werd ingetrokken (...) en nu de duur van de onmiddellijke intrekking door het openbaar ministerie aangerekend wordt op het door de rechtbank uitgesproken tijdelijk verval (artikel 57, lid 2, Wegverkeerswet) zal [de verweerder] zijn rijbewijs niet meer ter griffie moeten inleveren. In die omstandigheden is de toepassing van het laatste lid van artikel 38, § 4 Wegverkeerswet en van artikel 69, § 5 van het Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs materieel onmogelijk, zodat het herstel in het recht tot sturen niet afhankelijk wordt gemaakt van het slagen voor een geneeskundig en psychologisch onderzoek."

2. Artikel 35 Wegverkeerswet, waarop geen verzachtende omstandigheden kunnen worden toegepast, straft met een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, diegene die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen.

Het bestreden vonnis, dat slechts een verval van vijftien dagen oplegt, spreekt derhalve een onwettige bijkomende straf uit.

Omvang van de cassatie

3. De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing over de duur van het verval brengt de vernietiging mee van de beslissing over het niet-opleggen van een geneeskundig en psychologisch onderzoek die er het gevolg van is.

Middel van de eiser

4. Het middel kan niet tot een ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing leiden. Het behoeft geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van het overige van de beslissing op de strafvordering

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum,

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het beslist over het verval van het recht tot besturen van een voertuig en het herstel van dit recht niet afhankelijk maakt van het slagen voor een geneeskundig en psychologisch onderzoek.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Hasselt, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 86,19 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 1 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Sturen in staat van dronkenschap

  • Verval van het recht tot sturen

  • Verzachtende omstandigheden

  • Toepasselijkheid