- Arrest van 11 maart 2011

11/03/2011 - F.10.0051.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Vaste activa waarvan het gebruik aan een derde is overgedragen op een andere wijze dan via een leasing-, erfpacht-, opstal- of soortgelijke overeenkomst, geven geen recht op investeringsaftrek, tenzij wanneer de gebruiker een natuurlijk persoon is die de activa in België gebruikt voor de exploitatie van een onderneming of voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende activiteit, en voor zover hij het recht van gebruik van die activa op zijn beurt niet geheel of gedeeltelijk aan een derde overdraagt. Vaste activa waarvan het gebruik door verhuring aan een natuurlijke persoon werd afgestaan, komen zodoende niet in aanmerking voor de investeringsaftrek, tenzij de huurder die activa in België gebruikt voor de exploitatie van een onderneming of voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende activiteit zonder het recht tot gebruik ervan aan een derde over te dragen; de investeringsaftrek is uitgesloten voor ondernemingen die vaste activa aan particulieren ter beschikking stellen, zelfs wanneer de hoofdactiviteit van de onderneming die de investeringsaftrek wil genieten, bestaat in het ter beschikking stellen van vaste activa aan derden-particulieren, en die activiteit gepaard gaat met het verstrekken van bijkomende diensten (1). (1) Zie Cass., 14 nov. 2008, AR F.06.0129.N, nr. 635; Cass., 12 dec. 2008, AR F.07.0051.N, nr. 728; Cass., 20 mei 2010, AR F.09.0136.N, niet gepubliceerd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0051.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Antwerpen II, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24, bus 1,

eiser,

tegen

HUURWAGENS MOLS nv, met zetel te 2235 Hulshout, Industriepark 24,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 december 2007.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 75, 2°, WIB92 is de investeringsaftrek niet van toepassing op vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met het doel het recht van gebruik ervan bij leasingcontract of bij een overeenkomst van erfpacht of opstal, of enig gelijkaardig onroerend recht aan een derde over te dragen, ingeval die vaste activa kunnen worden afgeschreven door de onderneming die het recht heeft verkregen.

Krachtens artikel 75, 3°, WIB92, zoals gewijzigd bij wet van 28 december 1992, is de investeringsaftrek niet van toepassing op vaste activa indien het recht van gebruik ervan anders dan op de wijze als vermeld sub 2° is overgedragen aan een andere belastingplichtige, tenzij de overdracht gebeurt aan een natuurlijke persoon die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt.

2. Uit de voornoemde bepalingen volgt dat vaste activa waarvan het gebruik aan een derde is overgedragen op een andere wijze dan via een leasing-, erfpacht-, opstal- of soortgelijke overeenkomst, geen recht geven op investeringsaftrek, tenzij wanneer de gebruiker een natuurlijke persoon is die de activa in België gebruikt voor de exploitatie van een onderneming of voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende activiteit, en voor zover hij het recht van gebruik van die activa op zijn beurt niet geheel of gedeeltelijk aan een derde overdraagt.

Vaste activa waarvan het gebruik door verhuring aan een natuurlijke persoon werd afgestaan, komen zodoende niet in aanmerking voor de investeringsaftrek, tenzij de huurder die activa in België gebruikt voor de exploitatie van een onderneming of voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstgevende activiteit zonder het recht tot gebruik ervan aan een derde over te dragen.

De uitsluiting van elke overdracht aan een natuurlijke persoon die niet in het raam van zijn professionele activiteit het gebruiksrecht op het goed verkrijgt, beantwoordt aan de bedoeling van de wetgever de mogelijkheden van investeringsaftrek te beperken en mogelijke misbruiken tegen te gaan.

3. Zodoende is krachtens artikel 75, 3°, WIB92 de investeringsaftrek uitgesloten voor ondernemingen die vaste activa aan particulieren ter beschikking stellen, zelfs wanneer de hoofdactiviteit van de onderneming die de investeringsaftrek wil genieten, bestaat in het ter beschikking stellen van vaste activa aan derden-particulieren. De omstandigheid dat de overdrager van het gebruiksrecht bijkomende diensten verstrekt heeft niet tot gevolg dat het ter beschikking stellen niet langer een overdracht van het recht van gebruik uitmaakt zoals bedoeld in artikel 75, 3°, WIB92.

4. Met hun verwijzing naar de feitelijke vaststellingen van de eerste rechter stellen de appelrechters vast dat:

- de verweerster ter uitvoering van haar commerciële doel en werkzaamheid bedrijfswagens verhuurt aan om het even welke klanten;

- de ter beschikkingstelling van voertuigen die goed onderhouden zijn en voldoende uitgerust zijn voor de aanwending, de normale bedrijfsactiviteit uitmaakt van de verweerster.

Zij oordelen dat de verweerster zich dan ook niet louter beperkt tot "verhuring" maar integendeel diensten verstrekt die niet ondergeschikt zijn aan maar essentieel deel uitmaken van de activiteit.

5. De appelrechters die hieruit afleiden dat de verweerster de kwestieuze activa zelf gebruikt in het kader van haar globale dienstverlening, geen overdracht van het recht van gebruik aan derden toestaat en recht heeft op investeringsaftrek, schenden artikel 75, 3°, WIB92.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Investeringsaftrek

  • Vaste activa

  • Gebruik door verhuring overgedragen aan een derde

  • Voorwaarden inzake aftrek