- Arrest van 14 maart 2011

14/03/2011 - S.09.0103.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 2, § 2, eerste lid, en artikel 5, § 1 en 2, van het besluit van 3 december 1992 van de Executieve van de Franse Gemeenschap betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, bieden het lid van het onderwijzend personeel, dat gedeeltelijk in de lagere cyclus en gedeeltelijk in de hogere cyclus van het middelbaar onderwijs is benoemd, niet de keuze in welke cyclus zijn prestaties verminderd zullen worden (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ... . 1 Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ... .

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.09.0103.F

COMMUNAUTÉ SCOLAIRE SAINTE-MARIE TE NAMEN, vzw,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M. A.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 20 augustus 2009 gewezen door het arbeidshof te Luik, afdeling Namen.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 1134, 1146 tot 1155, 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek;

- de artikelen 2, 4, 5 en 6 van het besluit van 3 december 1992 van de Executieve van de Franse Gemeenschap betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;

- de artikelen 14, 15 en 17 van het decreet van 1 februari 1993 van de Franse Gemeenschap houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs;

- voor zover nodig, artikel 6 van het algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs.

Aangevochten beslissingen

Het arrest, dat het beroepen vonnis gedeeltelijk wijzigt, "zegt voor recht dat de eiseres een fout heeft begaan omdat zij de verweerster geen aanvraagformulier voor loopbaanonderbreking ter ondertekening heeft voorgelegd dat alleen lesuren in de lagere cyclus betrof, zoals de verweerster uitdrukkelijk had gevraagd, veroordeelt de eiseres om aan de verweerster reeds een morele schadevergoeding van 500 euro te betalen en houdt de uitspraak over de begroting van de materiële schade aan", en "beveelt de heropening van het debat opdat de partijen over de materiële schade tegenspraak zouden voeren", om alle redenen die hier als volledig weergegeven worden beschouwd en meer bepaald om de redenen die zijn weergegeven onder de titel "6.2. Het recht op loopbaanonderbreking van een benoemde leerkracht van het gesubsidieerd vrij onderwijs [...] - 6.2.2. Hun toepassing op dit geschil":

"De verweerster, die ontevreden was over de verdeling van de lesuren over de twee cyclussen, vraagt vlak vóór het begin van het nieuwe schooljaar een gedeeltelijke loopbaanonderbreking aan;

Zij vraagt uitdrukkelijk dat de onderbreking alleen de lagere cyclus zou betreffen (zie brief van 30 augustus 2006);

Het formulier dat de inrichtende macht invult op 31 augustus, vermeldt vijf uur, zonder dat de cyclus wordt gepreciseerd. [De verweerster] weigert om die reden het formulier te ondertekenen;

Het formulier dat aan de verweerster ter ondertekening is voorgelegd, stemt niet overeen met de ingediende aanvraag;

De onderwijsinstelling heeft echter geen keus: de aanvraag voor loopbaanonderbreking moet als zodanig worden medegedeeld aan de Franse Gemeenschap en de instelling kan geen voorbehoud maken door zich op de goede werking te beroepen;

[De eiseres] heeft dus een fout begaan door de verweerster geen aanvraagformulier te doen ondertekenen die met haar wensen overeenstemde;

Zij kon haar weigering niet verantwoorden door te verwijzen naar het recht van de directie om de lesuren te verdelen, zoals dat recht is vastgelegd in artikel 6 van het algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs. Dat recht van de directie hangt immers af van de lesuren van de leerkracht ; de verweerster beschikte na de aanvraag voor loopbaanonderbreking echter nog maar over een onderwijsopdracht in de hogere cyclus (twaalf uur) en in de lagere cyclus (twee uur);

Indien er onvoldoende lesuren in de hogere cyclus beschikbaar waren om de verweerster de gevraagde twaalf lesuren toe te kennen (uit de brief van de verweerster blijkt evenwel dat dit blijkbaar helemaal niet het geval was, daar er zestien lesuren beschikbaar waren in de hogere cyclus, en de eiseres levert het tegenbewijs niet, hoewel alleen zij dat kan aantonen), dan had de eiseres haar wegens ontstentenis van betrekking of gedeeltelijk verlies van opdracht ter beschikking moeten stellen overeenkomstig de door de Franse Gemeenschap uitgevaardigde bepalingen. De directie is niet bevoegd om de lesuren verhoudingsgewijs over de twee cyclussen te verdelen zonder rekening te houden met de onderwijsopdracht die na de aanvraag voor loopbaanonderbreking overblijft, zelfs als zij dat doet met het oog op een billijke verdeling van de uren onder de leerkrachten;

Artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 94 ten slotte bepaalt dat aan een verlof wegens persoonlijke aangelegenheden een einde kan worden gemaakt met inachtneming van een opzegging van drie en een halve maand. Dan nog is vereist dat het verlof al is ingegaan, terwijl dit te dezen niet het geval is, daar dat verlof werd vervangen door een aanvraag voor loopbaanonderbreking die door de eiseres in beginsel was aanvaard. De eiseres verzet zich alleen tegen de voorwaarden voor de toepassing ervan, wat zij niet betwist. Het recht op loopbaanonderbreking hangt voor het overige niet samen met de stopzetting van een verlof wegens persoonlijke aangelegenheden".

Grieven

De eiseres betoogde in haar laatste aanvullende en samenvattende conclusie in hoger beroep het volgende:

"Het personeelslid heeft het recht om zijn loopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Dat recht op loopbaanonderbreking bestaat erin dat het personeelslid zijn beroepsactiviteit gedurende een welbepaalde periode, met name van 1 september of van 1 oktober tot 31 augustus van het jaar daarop, mag stopzetten, met dien verstande dat hij de zekerheid heeft dat hij zijn werk na het beëindigen van de onderbreking zal terugkrijgen;

Om het voordeel van de loopbaanonderbreking te genieten, hoeft het personeelslid, via de hiërarchische weg van zijn inrichtende macht, aan de Franse Gemeenschap slechts ‘de datum waarop deze onderbreking zal beginnen en de duur hiervan schriftelijk' mee te delen. ‘Hij deelt ook mee of hij een volledige of gedeeltelijke onderbreking wenst' (artikel 5, § 1 en 2, van het besluit van 3 december 1992 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap);

Volgens artikel 6, § 2, van het besluit van 3 december 1992 van de Executieve van de Franse Gemeenschap, ‘blijft het personeelslid onderworpen aan het statuut dat op hem toepasselijk is en, bijgevolg, aan de bepalingen betreffende de plichten en de onverenigbaarheden';

De plichten van de personeelsleden worden met name vastgesteld in de artikelen 13 tot 21 van het decreet van 1 februari 1993 van de Franse Gemeenschap houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs;

Volgens artikel 14, eerste lid, ‘moeten de personeelsleden onder alle omstandigheden zorg dragen voor de belangen van het onderwijs waar zij hun ambt uitvoeren';

Volgens artikel 15, tweede lid, ‘gaat het personeel tewerk op basis van de bevelen en instructies gegeven door de leden van de inrichtende macht en hun afgevaardigden teneinde het contract ten uitvoer te brengen';

Volgens artikel 17, eerste lid, ‘moeten de personeelsleden, binnen de perken vastgesteld door de regeling, door de aanvullende regelingen van de bevoegde paritaire commissie en door de aanwervingsovereenkomst, de prestaties verstrekken die nodig zijn voor de goede gang van de inrichtingen waar zij hun functies uitoefenen';

Volgens artikel 6 van het algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs, ‘stelt de directeur, met inachtneming van de bepalingen van de aanwervingovereenkomst, en in overleg met de vakbondsafvaardiging, de opdracht van elk personeelslid vast ..., rekening houdend met de pedagogische behoeften en met de verdelende rechtvaardigheid, .... De directeur legt, in overleg met de vakbondsafvaardiging, het wekelijkse rooster van de diensten van het personeel vast. Basisregels hierbij zijn de eisen van de leerplannen, de pedagogische behoeften en de billijke verdeling van de taken (zie ook, in die zin, artikel 5, § 1, van het arbeids-reglement)".

Zowel artikel 6 van het algemeen arbeidsreglement van het personeel van het katholiek onderwijs, zoals het door het arrest is weergegeven - en dat tussen de partijen op zijn minst geldt als een overeenkomst in de zin van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek - als de artikelen 14, 15 en 17 van het decreet van 1 februari 1993, bepalen dat het hoofd van de instelling de opdrachten van elk personeelslid en het wekelijkse rooster van de diensten kan vastleggen, binnen de grenzen vastgesteld door de regeling, door de aanvullende regelingen van de bevoegde paritaire commissie en door de aanwervingovereenkomst, rekening houdend met de pedagogische behoeften en met de verdelende rechtvaardigheid.

Overeenkomstig artikel 2 van het besluit van 3 december 1992 van de Executieve heeft het personeelslid recht op de onderbreking van zijn beroepsloopbaan door een vermindering van de prestaties. Dat recht ontstaat in de in artikel 4 bepaalde omstandigheden. Krachtens artikel 5 van dat besluit deelt het personeelslid die zijn loopbaan wenst te onderbreken, dat schriftelijk mee aan het hoofd van de instelling, die de minister of diens afgevaardigde hiervan op de hoogte moet brengen. In zijn brief aan het instellingshoofd deelt het personeelslid mee of hij een volledige of gedeeltelijke onderbreking wenst en preciseert hij de duur ervan. Artikel 5 biedt het personeelslid de mogelijkheid niet om daarin zijn wensen te preciseren over de verdeling van de vermindering over de verschillende onderwijscyclussen en verplicht, bijgevolg, het instellingshoofd evenmin om de minister of diens afgevaardigde op de hoogte te brengen van die wensen.

Noch die bepalingen, noch enige andere wettelijke bepaling geven het personeelslid, dat benoemd is voor een bepaald aantal lesuren die verdeeld zijn over de twee onderwijscycli, het recht de cyclus te kiezen waarop de vermindering van het uurrooster betrekking zal hebben en geven hem, bijgevolg, evenmin het recht om van de inrichtende macht te eisen dat zij hem een met zijn wensen overeenstemmend formulier bezorgt.

Hieruit kan worden afgeleid dat de mededeling van de verweerster, waarbij zij per brief van 30 april (lees: augustus) 2006 aan de eiseres liet weten dat zij van plan was een vierdetijdse loopbaanonderbreking, dat wil zeggen een onderbreking van vijf uur, met ingang van 1 oktober 2006 aan te vragen, wettelijk alleen tot gevolg had dat de beroepsloopbaan van de verweerster met één vierde, dat wil zeggen met vijf uur, verminderd werd, en dat het recht van de directie om de lesuren te verdelen alleen nog betrekking had op die met vijf uur verminderde loopbaan. Die mededeling had niet tot gevolg dat "[de verweerster] nog maar over een onderwijsopdracht in de hogere cyclus (twaalf uur) en in de lagere cyclus (twee uur) beschikte".

Tevens kan hieruit worden afgeleid dat het hoofd van de instelling noch een contractuele fout in de zin van de artikelen 1146 tot 1155 van het Burgerlijk Wetboek noch een buitencontractuele fout in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van datzelfde wetboek begaat, alleen al omdat ze het personeelslid geen aanvraagformulier ter ondertekening voorlegt dat overeenstemt met wensen die dat personeelslid aan die instelling niet kan opleggen.

Het arrest stelt vast dat de verweerster, per brief van 30 augustus 2006, de eiseres heeft medegedeeld dat zij een vierdetijdse loopbaanonderbreking van vijf uur vanaf 1 oktober 2006 aanvroeg met het uitdrukkelijke verzoek dat die uren de lagere cyclus zouden betreffen, dat de eiseres op 31 augustus een formulier heeft ingevuld waarin zij vijf uur loopbaanonderbreking vroeg zonder vermelding van de cyclus en dat de verweerster om die reden geweigerd heeft dat formulier te ondertekenen.

Het arrest, dat beslist dat de eiseres aldus een fout heeft begaan, op grond dat de verweerster, vanaf haar aanvraag, nog maar over de door haar aangevraagde beperkte opdracht beschikte die door de verweerster over de twee cycli was verdeeld, zodat de bevoegdheid om de lesuren te verdelen - een bevoegdheid die het arrest op grond van artikel 6 van het algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs toekent aan de directie - alleen nog betrekking had op de beperkte onderwijsopdracht zoals de verweerster die over de cycli had verdeeld, schendt alle in het middel bedoelde bepalingen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens artikel 2, § 2, eerste lid, van het besluit van 3 december 1992 van de Executieve van de Franse Gemeenschap betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, kan het personeelslid waarop dat besluit van toepassing is en die aan de in die bepaling bepaalde voorwaarden voldoet, een gedeeltelijke onderbreking van zijn beroepsloopbaan door vermindering van zijn prestaties genieten.

Artikel 5, § 1 en 2, van datzelfde besluit bepaalt dat het personeelslid dat zijn beroepsloopbaan wenst te onderbreken, aan de minister of aan diens afgevaardigde, door toedoen, in het gesubsidieerd onderwijs, van de inrichtende macht, schriftelijk de datum waarop die onderbreking zal aanvangen en de duur ervan moet meedelen, waarbij dat personeelslid preciseert of hij een volledige of gedeeltelijke onderbreking wenst.

Het lid van het onderwijzend personeel, dat gedeeltelijk in de lagere cyclus en gedeeltelijk in de hogere cyclus van het middelbaar onderwijs is benoemd, kan op grond van die bepalingen niet kiezen in welke cyclus zijn prestaties verminderd zullen worden.

Het arrest stelt vast dat de verweerster, "die voor eenentwintig lesuren vast benoemd is tot beloop van twaalf twintigste in de hogere cyclus en negen tweeëntwintigste in de lagere cyclus", op 30 augustus 2006 "een vierdetijdse loopbaanonderbreking (van vijf uur) met ingang van 1 oktober heeft aangevraagd, met het verzoek dat die uren de lagere cyclus zouden betreffen" en dat de eiseres haar "een formulier ter ondertekening heeft voorgelegd dat melding maakte van vijf uur onderbreking, zonder dat daarin werd vermeld dat het ging om uren in de lagere cyclus".

Het arrest, dat beslist dat "het formulier dat aan de verweerster ter ondertekening is voorgelegd, niet overeenstemt met de ingediende aanvraag", terwijl "de onderwijsinstelling geen keus heeft: de aanvraag voor loopbaanonderbreking moet als zodanig worden medegedeeld aan de Franse Gemeenschap en de instelling kan geen voorbehoud maken door zich op de goede werking te beroepen", verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat "[de eiseres] ... een fout heeft begaan door de verweerster geen aanvraagformulier te doen ondertekenen die met haar wensen overeenstemde".

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het hoofdberoep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Christine Matray, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Gemeenschap

  • Franse Gemeenschap

  • Onderwijs

  • Middelbaar onderwijs

  • Beroepsloopbaan

  • Onderbreking

  • Prestaties

  • Vermindering

  • Cyclus

  • Keuze