- Arrest van 15 maart 2011

15/03/2011 - P.10.1635.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vermoeden van onschuld heeft betrekking op de houding van de rechter die kennis moet nemen van een strafrechtelijke vervolging; de omschrijving in de door het openbaar ministerie uitgebrachte dagvaarding, die tot doel heeft de beklaagde te verwittigen van de plaats en het tijdstip waarop de rechter van de zaak kennis zal nemen en hem in te lichten omtrent de hem verweten feiten, zodat hij zich kan verdedigen, houdt niet in dat daardoor voor de rechter de schuld van de beklaagde al vastlag (1). (1) Cass., 7 maart 2007, A.R. P.07.0259.F, A.C., 2007, nr. 129

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1635.N

1. J. M. M. M. V. V.

beklaagde,

2. M. A. L. G. D.

beklaagde,

eisers,

met als raadsman mr. Jan De Nef, advocaat bij de balie te Antwerpen,

tegen

1. VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS BEDRIJVENPARK DIKBERD, met zetel te 2200 Herentals, Dikberd 14, vertegenwoordigd door haar syndicus Gebruers-Ghoos & Proost bvba, met zetel te 2431 Laakdal (Veerle), Veerledorp 28,

burgerlijke partij,

2. GEBRUERS-GHOOS & PROOST bvba, met zetel te 2431 Laakdal (Veerle), Veerledorp 28,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 september 2010.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 193 Strafwetboek: het arrest neemt ten onrechte aan dat de eisers hebben gehandeld met bedrieglijk opzet; dit bedrieglijk opzet is niet bewezen.

2. Het middel komt op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of het vraagt een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

Het middel is niet ontvankelijk.

Tweede middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 196 Strafwetboek: het arrest heeft de eisers schuldig verklaard aan valsheid in geschriften, terwijl die valsheid in hunnen hoofde niet is bewezen.

4. Het middel komt op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of het vraagt een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

Het middel is niet ontvankelijk.

Derde middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR, evenals miskenning van het vermoeden van onschuld: de inleidende dagvaarding geeft reeds aan dat de eisers de aanwezigheidslijst hebben vervalst, zodat zij a priori worden beschouwd als schuldig; het arrest verklaart de eisers schuldig aan valsheid in geschriften zonder bewijs, minstens is er feitelijke twijfel.

6. In zoverre het middel de inleidende dagvaarding bekritiseert, is het niet gericht tegen het arrest en dus niet ontvankelijk.

7. Het vermoeden van onschuld heeft betrekking op de houding van de rechter die kennis moet nemen van een strafrechtelijke vervolging.

De door het openbaar ministerie uitgebrachte dagvaarding heeft tot doel de beklaagde te verwittigen van de plaats en het tijdstip waarop de rechter van de zaak kennis zal nemen en hem in te lichten omtrent de hem verweten feiten, zodat hij zich kan verdedigen.

De omschrijving in de dagvaarding van de aan de beklaagde verweten feiten houdt niet in dat daardoor voor de rechter zijn schuld reeds vastligt.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

8. Het middel komt voor het overige op tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of het vraagt een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten op 219,88 euro waarvan 79,07 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 15 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Vermoeden van onschuld

  • Begrip

  • Toepassing