- Arrest van 18 maart 2011

18/03/2011 - C.10.0423.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het hof van beroep is zowel de appelrechter van de rechtbank van eerste aanleg als van de beslagrechter in die rechtbank, zodat, zelfs indien de eerste rechter, als beslagrechter, niet bevoegd zou zijn geweest om te oordelen over de pauliaanse vordering aangezien niet werd gehandeld overeenkomstig artikel 88, §2, Gerechtelijk Wetboek, de appelrechters hun rechtsmacht niet hebben overschreden door van het hoger beroep kennis te nemen en over deze vordering uitspraak te doen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0423.N

OUTLAND nv, met zetel te 9990 Maldegem, Breugellaan 16,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. IVA OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ, met zetel te 2800 Mechelen, Stationsstraat 110,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. Marleen HEYMANS, advocaat, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Vandeveldestraat 99, als curator van de nalatenschap van Gaston Coppens,

verweerster,

opgeroepen in bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 februari 2010.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De eerste rechter heeft geoordeeld zoals in het middel is weergegeven.

2. Door te oordelen dat de eerste rechter door het debat te heropenen ten einde de partijen toe te laten te concluderen over de ambtshalve opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van de tegenvordering, nog geen beslissing heeft genomen omtrent de ontvankelijkheid van de tegenvordering, geven de appelrechters een uitlegging die met het beroepen vonnis niet onverenigbaar is.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

3. Voor het overige is het middel afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht van het beroepen vonnis.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

4. Het hof van beroep te Gent is zowel de appelrechter van de rechtbank van eerste aanleg te Gent als van de beslagrechter in die rechtbank, zodat, zelfs indien de eerste rechter, als beslagrechter, niet bevoegd zou zijn geweest om te oordelen over de pauliaanse vordering aangezien niet werd gehandeld overeenkomstig artikel 88, § 2, Gerechtelijk Wetboek, de appelrechters hun rechtsmacht niet hebben overschreden door van het hoger beroep kennis te nemen en over deze vordering uitspraak te doen.

Het middel kan niet tot cassatie kan leiden en is mitsdien niet ontvankelijk.

Derde middel

5. In het niet bestreden tussenarrest van 10 maart 2009 hebben de appelrechters het debat heropend ten einde de partijen toe te laten nader te concluderen over de opgeworpen verjaring aangezien een "aantal middelen, argumenten en stukken" door de partijen niet werden "ontmoet".

6. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de appelrechters over de verjaring een beslissing hebben genomen zonder de partijen toe te laten hierover standpunt in te nemen, mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 677,34 euro jegens de eisende partij en op de som van 171,24 euro jegens de verwerende partijen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 18 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem

Vrije woorden

  • Hof van beroep

  • Appelrechter

  • Beslagrechter

  • Rechtsmacht