- Arrest van 18 maart 2011

18/03/2011 - C.09.0574.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een enkele mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van producten of diensten te bevorderen, volstaat om te spreken van reclame in de zin van artikel 22 Handelspraktijkenwet 1991, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan bij artikel 43,1°, van de wet van 5 juni 2007; dit is met name het geval voor de mededeling die het vertrouwen van de consument in de verkoper begunstigt of versterkt en aldus onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van diens producten of diensten te bevorderen (1). (1) Cass., 12 nov. 1999, AR C.98.0295.F, A.C., 1999, nr. 602, met concl. van advocaat-generaal De Riemaecker.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0574.N

CORCON bvba, met zetel te 9300 Aalst, Molendreef 43,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

AQUASOLAR bvba, met zetel te 3980 Tessenderlo, Hulsterweg 7 A, die voorheen woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Christiane Otten, met kantoor te 9200 Dendermonde, Leopold II-laan, 9A/1,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 mei 2009.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 22 Handelspraktijkenwet 1991, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan bij artikel 43, 1°, van de wet van 5 juni 2007, wordt als reclame beschouwd elke mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel heeft de verkoop van producten of diensten te bevorderen, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen.

2. Hieruit volgt dat een enkele mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van producten of diensten te bevorderen, volstaat om te spreken van reclame in de zin van artikel 22 Handelspraktijkenwet 1991. Dit is met name het geval voor de mededeling die het vertrouwen van de consument in de verkoper begunstigt of versterkt en aldus onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van diens producten of diensten te bevorderen.

3. Het bestreden arrest oordeelt dat "het plaatsen van een kenplaatje op één tank die - uit de aard van de zaak - slechts op één plaats kan geïnstalleerd worden, (...) op zich onvoldoende [is] om van ‘reclame' in de zin van de WHPC te spreken" en dat "er (...) sprake (moet) zijn van meerdere van dat soort praktijken [om van reclame te kunnen spreken]".

4. Aldus voegt het bestreden arrest een voorwaarde toe aan de wettelijke definitie van reclame.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 18 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Handelspraktijkenwet 1991

  • Artikel 22

  • Reclame