- Arrest van 30 maart 2011

30/03/2011 - P.11.0540.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Vandermeersch.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0540.F.-

M. S.,

Mr. Yannick De Vlaemynck, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Bij ontdekking op heterdaad mag de huiszoeking te allen tijde worden verricht, zonder de toestemming van de betrokkene en zonder bevel tot huiszoeking.

Het op heterdaad ontdekte misdrijf moet vooraf worden vastgesteld.

Het misdrijf ontdekt terwijl het gepleegd wordt of terstond nadat het gepleegd is, is een op heterdaad ontdekt misdrijf. Een huiszoeking die op grond daarvan wordt verricht, is geldig wanneer die alleen van het misdrijf gescheiden is door de tijd die materieel noodzakelijk is om de uitvoering ervan mogelijk te maken.

Het arrest wijst erop dat de speurders een individu hebben betrapt terwijl hij namaakplaten aan het verkopen was, dat de verkoper hun het adres van zijn leverancier heeft bezorgd en dat de speurders, die zich onmiddellijk ter plaatse hebben begeven, de eiser en verschillende andere personen aldaar hebben aangetroffen.

Daaruit volgt dat het misdrijf werd vastgesteld vóór de huiszoeking, die tot doel had de bron te identificeren en dat de door het middel bekritiseerde onderzoeksverrichting terstond werd verricht.

De appelrechters hebben uit die gegevens kunnen afleiden dat er geen huiszoekingsbevel nodig was daar het misdrijf op heterdaad was ontdekt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede en derde onderdeel

Het middel verwijt het arrest dat het op onrechtmatige wijze verwijst naar het feit dat de in het gebouw aangetroffen personen zich niet hebben verzet, ofschoon voor de huiszoeking zonder bevel de schriftelijke en voorafgaande toestemming vereist is van degene die het genot heeft van de doorzochte plaats.

Het arrest beslist evenwel naar recht dat er wegens de ontdekking op heterdaad geen huiszoekingsbevel nodig was.

Het middel dat gericht is tegen een overtollige reden, is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

Ambtshalve onderzoek

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 30 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Huiszoeking en opsporing

  • Op heterdaad ontdekt misdrijf

  • Huiszoeking zonder bevel