- Arrest van 31 maart 2011

31/03/2011 - C.09.0508.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verweerder moet terzelfder tijd in een enkele memorie van antwoord alle opmerkingen naar voren brengen die hij zinnens is in zijn antwoord op het cassatieberoep uiteen te zetten (1). (1) Cass., 29 sept. 2003, AR. S.01.0134.F, A.C., 2003, nr. 460.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0508.F

FRANSE GEMEENSCHAP,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. G. M., en,

2. AXA BELGIUM, nv,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Verviers van 29 april 2009.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede memorie van antwoord van de eerste verweerster

Een verweerder moet alle overwegingen die hij in zijn antwoord op het cassatieberoep wil uiteenzetten samenbrengen in één enkele memorie van antwoord.

Het Hof mag derhalve geen acht slaan op de tweede memorie van antwoord van de eerste verweerster die is neergelegd op 23 december 2009.

Middel

Het middel voert aan dat het bestreden vonnis de beslissing volgens welke de eerste verweerster het vermoeden van een fout in de opvoeding van haar dochter omkeert, enkel grondt op de overweging dat de eerste verweerster geen enkele fout kan worden verweten sedert haar dochter de leeftijd van dertien jaar heeft bereikt, zonder hierbij na te gaan of zij haar wel van haar prille levensjaren de essentiële regels van het samenleven heeft bijgebracht.

Het vonnis grondt zijn beslissing niet enkel op de in het middel vermelde redenen maar ook op de overweging dat "de jeugdrechtbank te Hoei [...] in een vonnis van 9 januari 2003 vaststelde dat de [eerste verweerster] alles in het werk gesteld had om haar dochter zo goed mogelijk op te voeden".

Met die overweging antwoordt het vonnis op de conclusie waarin de eiseres betoogde dat de eerste verweerster niet aantoonde dat zij haar dochter vanaf haar kinderjaren met succes de begrippen goed en kwaad had bijgebracht.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eerste verweerster in de helft van de kosten van de op 23 september 2009 neergelegde memorie van antwoord en verwijst de eiseres in de overige kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Christine Matray, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 31 maart 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Vorm

  • Memorie van antwoord