- Arrest van 1 april 2011

01/04/2011 - C.10.0265.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Noch artikel 16.1 van het Verdrag voor de Rechten van het Kind, noch artikel 8 EVRM, noch artikel 29 van de Grondwet verbieden dat de regelmatige bezitter van brieven of e-mails die brieven en e-mails gebruikt als bewijsmiddel in het geding dat strekt tot voorlopige maatregelen tijdens het echtscheidingsgeding (1). (1) Het middel stelde dat hof van beroep zijn beslissing niet mocht steunen op de persoonlijke e-mailcommunicatie tussen de eiser en zijn kinderen. Zie Cass. 27 jan. 2000, A.R. C.98.0364.N & C.98.0365.N, AC 2000, nr.73.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0265.N

J. I. B.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Lokumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

H. D. G.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 juli 2009.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, artikel 16.1 van het verdrag van de rechten van het kind en artikel 29 Grondwet.

2. De als geschonden aangewezen bepalingen verbieden niet dat de regelmatige bezitter van brieven of e-mails, die brieven en e-mails gebruikt als bewijsmiddel in het geding dat strekt tot voorlopige maatregelen tijdens het echtscheidingsgeding.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede middel

3. De appelrechter beoordeelt de inspanningen die de beide partijen leveren en beslist dat de verweerster dit wel maximaal doet, maar de eiser niet. Het bestreden arrest steunt dit oordeel niet op het geslacht, het vermogen of de maatschappelijke afkomst van de partijen, maar op het concreet verdienvermogen van de beide partijen.

In zoverre het middel discriminatie aanvoert, mist het feitelijke grondslag.

4. De appelrechter legt het medisch attest niet uit, maar beoordeelt enkel de bewijswaarde ervan.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

5. Voor het overige komt het middel op tegen de feitelijke beoordeling dat de onder¬houds¬bijdrage wel binnen de grenzen van eisers financiële mogelijkheden is vast¬gesteld.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

Derde middel

6. Anders dan het middel aanvoert, geeft het bestreden arrest geen voorrang aan de keuze van de verweerster om te zorgen voor het gezin. Het betrekt alleen die keuze in de beoordeling over de bijdragenplicht van de partijen.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

7. Voor het overige miskent de rechter die oordeelt dat een partij faalt in haar bewijsplicht, niet de regels van de bewijslast.

In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op de som van 508,89 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 1 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Verdrag Rechten van het Kind

  • Artikel 16.1

  • Kind

  • Eerbiediging van de briefwisseling

  • E-Mail

  • Bewijsmiddel

  • Echtscheidingsprocedure

  • Voorlopige maatregelen