- Arrest van 5 april 2011

05/04/2011 - P.10.1715.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De dagvaarding moet aangeven welke precieze feiten ten laste worden gelegd zodat de beklaagde zich daartegen kan verdedigen; wanneer de omschrijving van het feit in de dagvaarding wel is bepaald, maar niet voldoende nauwkeurig is, moet de rechter aan de partijen daarvan kennis geven met het oog op de mogelijke precisering (1). (1) Zie: Cass., 31 oktober 2000, A.R. P.00.1280.N, A.C., 2000, nr. 589; Cass., 23 mei 2001, A.R. P.01.0218.F, A.C., 2001, nr. 306

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1715.N

I

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN,

eiser.

II

EXEL WOMMELGEM nv, met zetel te 2800 Mechelen, Zandvoortstraat 3,

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Luc Wijffels, advocaat bij de balie te Antwerpen,

beide cassatieberoepen tegen

W. L. C. R.

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 28 september 2010,

De eisers voeren respectievelijk in een verzoekschrift en een memorie die aan dit arrest zijn gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel van de eiser I

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 505 Strafwetboek en de artikelen 145, 182, 184 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de strafvordering wegens heling van "divers" computermateriaal louter op grond van onduidelijkheid van de hoegrootheid van dit voorwerp onontvankelijk zonder dat het openbaar ministerie de gelegenheid krijgt dit te preciseren; uit de redengeving van de appelrechters blijkt evenwel dat minstens de maximale hoeveelheid van deze hoegrootheid kan worden bepaald; artikel 505 Strafwetboek laat ook toe de heling tot een gedeelte te beperken; daarenboven achten de appelrechters de heling van "diverse" documenten wel voldoende duidelijk, zodat hun motivering tegenstrijdig is.

2. De dagvaarding moet aangeven welke precieze feiten ten laste worden gelegd zodat de beklaagde zich daartegen kan verdedigen.

3. Enkel wanneer op grond van de omschrijving van een bepaald feit in de dagvaarding uit het dossier niet is op te maken welk precies feit wordt bedoeld, is het de rechter onmogelijk te bepalen van welk feit hij is geadieerd, en kan hij de beklaagde niet veroordelen. Wanneer de omschrijving van het feit in de dagvaarding wel is bepaald, maar niet voldoende nauwkeurig is, moet de rechter aan de partijen daarvan kennis geven met het oog op mogelijke precisering. Het enkele feit echter dat het voorwerp van het misdrijf algemeen is bepaald, heeft niet tot gevolg dat de strafvordering daardoor niet ontvankelijk is.

4. De appelrechters stellen vast dat noch uit de dagvaarding, noch uit het strafdossier, gelezen in hun onderlinge samenhang, met zekerheid kan bepaald worden wat er precies dient begrepen te worden onder "divers" computermateriaal. Zij oordelen verder: "Betreft dit al het in de loods aangetroffen computermateriaal of slechts een deel er van en in dit laatste geval, welk deel dan precies ? Noch het openbaar ministerie, noch de burgerlijke partij verschaffen ter zake duidelijkheid."

Door op die gronden te oordelen dat, wat de telastlegging 1 betreft, de strafvordering wegens obscuri libelli onontvankelijk is, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Omvang van de vernietiging

5. De vernietiging van de beslissing op de strafvordering brengt de vernietiging mee van de beslissing op de civielrechtelijke vordering van de eiseres II die het gevolg ervan is.

Middel van de eiseres II

6. Het middel dat niet tot een ruimere cassatie kan leiden, behoeft geen antwoord.

Ambtshalve onderzoek van het overige van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de strafvordering met betrekking tot de telastlegging 1 (heling van divers computermateriaal) alsook de erop gestoelde burgerlijke rechtsvordering van de eiseres II onontvankelijk verklaart, en de Staat evenals de eiseres II veroordeelt in kosten.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten in het geheel op 210,94 euro waarvan de eiser I 117,11 euro verschuldigd is en de eiser II 63,83 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 5 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Beklaagde

  • Verplichte vermeldingen

  • Recht van verdediging

  • Omschrijving van het feit niet nauwkeurig bepaald

  • Taak van de rechter