- Arrest van 7 april 2011

07/04/2011 - C.07.0460.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het cassatieberoep tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg die op het hoger beroep tegen een vonnis van de vrederechter beslist dat laatstgenoemde niet bevoegd was om van het geschil kennis te nemen, dat het tot zijn eigen bevoegdheid behoort en uitspraak doet over de zaak zelf, is niet ontvankelijk aangezien het gaat om een niet-definitieve beslissing die vatbaar is voor hoger beroep.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.07.0460.F

B. A.,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M. M.,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 30 januari 2007.

Op 7 maart 2011 heeft advocaat-generaal André Henkes een conclusie ter griffie neergelegd.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht op de terechtzitting van 7 april 2011 en voornoemde advocaat-generaal heeft er geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, voert de eiseres twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Betreffende het middel van niet-ontvankelijkheid dat ambtshalve door het openbaar ministerie tegen het cassatieberoep is opgeworpen en waarvan het overeenkomstig artikel 1097 Gerechtelijk Wetboek kennisgegeven heeft: het cassatieverzoekschrift is gericht tegen een beslissing die vatbaar is voor hoger beroep

Het bestreden vonnis dat uitspraak doet over het hoger beroep tegen het vonnis dat de vrederechter van het vijfde kanton Brussel op 1 juli 2005 in deze zaak heeft gewezen, beslist dat voornoemd rechtscollege niet bevoegd was om van het geschil kennis te nemen en, aangezien het oordeelt dat het geschil tot zijn eigen bevoegdheid behoort, doet het uitspraak over de zaak zelf.

Luidens artikel 1070 van het Gerechtelijk Wetboek beslist de rechtbank van eerste aanleg die zitting houdt in tweede aanleg, over de zaak zelf en staat daartegen hoger beroep open indien het geschil tot haar bevoegdheid behoorde.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Sylviane Velu, Martine, Martine Regout en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 7 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Rechtbank van eerste aanleg zitting houdende in hoger beroep

  • Geschil over haar bevoegdheid in eerste aanleg

  • Beslissing over de zaak zelf

  • Beslissing vatbaar voor hoger beroep

  • Cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid